zaterdag 30 september 2017

Concert 28 september 2017: De muzikale talkshow van het Residentie Orkest


Residentie Orkest Masterclassics

Schubert: Symfonie Nr. 8 Unvollendete
Mendelssohn Bartholdy: Vioolconcert in e

Liza Ferschtman (viool), Lex Bohlmeijer (presentatie)
Jan Willem de Vriend, Residentie Orkest
Zuiderstrandtheater, Den Haag

Met de serie Masterclassics stelt het Residentie Orkest meesterwerken uit de klassieke muziek centraal. Muziek die we allemaal door en door kennen en daarom maar weinig met 'frisse oren' wordt gehoord. In een beperkt gescripte en daarmee gezellig rommelige toelichting komt het plezier van muziek maken naar boven en klinken het Vioolconcert van Mendelssohn en Schubert's Onvoltooide toch net dat beetje anders. Niet in de laatste plaats door het aanstekelijke enthousiasme van Jan Willem de Vriend en het vakmanschap van Liza Ferschtman. 

Het is geen geheim dat vrijwel alle orkesten experimenteren met de wijze waarop het publiek bij klassieke muziek wordt betrokken. Eén van die vormen is de muziek in een kader plaatsen. Niet via de bekende inleiding voorafgaand aan het concert, maar juist tijdens en met gebruikmaking van de musici zelf. Onder de noemer Masterclassics programmeert het Residentie Orkest onbetwiste meesterwerken van de klassieke muziek in een programma zonder pauze, maar met gesprekken over de muziek met de musici zelf. Voor de eerste Masterclassics van dit seizoen staat een wel zeer klassiek duo op het programma: het Vioolconcert van Mendelssohn en de Onvoltooide van Schubert. Twee prachtige voorbeelden van de Romantiek die garant staan voor een volle zaal. Een zaal die in grote meerderheid de werken al kende aangezien bij de vraag of iemand de werken nog niet had gehoord een minderheid van vingers omhoog ging. Dat is meteen ook het aardige aan deze formule: het concert is deels een muzikale talkshow waar het Residentie Orkest Lex Bohlmeijer (Radio 4) heeft gevraagd om als presentator op te treden. De formule is simpel: voorafgaand aan elk werk interviewt Bohlmeijer de musici over het werk waarbij ter illustratie enkele fragmenten worden uitgevoerd. Daarna volgt de volledige uitvoering. In dit geval betekent dat bijna een uur aan muziek gekoppeld wordt aan twee keer een kwartier muzikale talkshow. Resultaat: een fijn programma van ongeveer anderhalf uur zonder pauze. Niet voor niets beginnen Masterclassics om half negen in plaats van het gebruikelijke kwart over acht.

De voltooide Onvoltooide
In tegenstelling tot de gebruikelijke gang van zaken start het programma niet met het vioolconcert, maar met een symfonie. Niet in de laatste plaats omdat Schubert's Achtse Symfonie door het onvoltooide karakter slechts twee delen kent en daarmee relatief kort is. In de zomer was in het Concertgebouw - in het kader van de Robeco SummerNights - nog een door dirigent Mario Vanzago (niet geheel geslaagde) reconstructie van een voltooide Onvoltooide te horen. Maar wie dirigent Jan Willem de Vriend - op zijn immer aanstekelijke enthousiaste wijze - over de symfonie hoort, zou weleens de conclusie moeten trekken dat de Onvoltooide wel degelijk af was. Niet alleen omdat Schubert nog jaren de tijd had om deze af te ronden, maar ook omdat Schubert in die tijd Mein Traum schreef. Mein Traum is een gedicht c.q. allegorische tekst als herinnering aan het overlijden van zijn moeder dat tien jaar daarvoor plaats vond. De Vriend, aangemoedigd door Bohlmeijer, citeerde rijkelijk uit de twee (!) delen die Mein Traum telt en maakte duidelijk dat de muziek van de Achtse Symfonie als vertaling van die teksten gezien kan worden. De Vriend betoogt daarbij dat befaamde eerste maten van de Achtse Symfonie het zakken van de grafkist van zijn moeder verbeelden en dat pas daarna de symfonie daadwerkelijk aanvangt. Hoe het ook zij: juist door deze muzikale talkshow ga je - hoe bekend de muziek ook moge zijn - toch met 'frisse oren' luisteren. 

Opnieuw verliefd
Voor violisten is het Vioolconcert van Mendelssohn wellicht het bekendste werk. Dit met name omdat het een standaardonderdeel is van het lesprogramma van violisten. Dit heeft ook als neveneffect dat sommige violisten het werk niet meer kunnen uitstaan. Rijzende vioolster Liza Ferschtman (1979) was er daar één van, maar grappig genoeg is zij jaren geleden opnieuw verliefd geworden op het werk. Zozeer zelfs dat zij een tijdje geleden een succesvolle crowdfunding-actie startte om het werk - met het Gelders Orkest onder leiding van Kees Bakels - op cd op te nemen. Een versie waarbij ze afscheid heeft genomen van een 'dik romantisch' geluid. Eenzelfde geluid dat ook terug te horen was in de uitstekende uitvoering met het Residentie Orkest. Een uitvoering die eveneens werd opgeluisterd door de muzikale talkshow, maar ditmaal met Ferschtman in de hoofdrol. Opvallend daarbij is dat waar De Vriend soms zo enthousiast was dat zijn punt niet helemaal duidelijk werd, Ferschtman juist heel duidelijk aangaf wat haar zo aanspreekt in Mendelssohn. Van het achterwege laten van een orkestrale introductie tot aan de overgangen tussen de drie delen die het een vioolconcert uit één stuk maakt. Maar ook de prachtige wijze hoe Mendelssohn de ene melodie afwikkelt en de volgende melodie introduceert. Juist ook in dit deel zag je duidelijk dat er wel afspraken waren gemaakt over de vragen en de invulling maar het grotendeels niet-gescript was. Dat zorgde soms voor wat rommeligheid (Ferschtman was even kwijt voor haar daadwerkelijke opkomst voor het spelen van het Vioolconcert), maar juist ook voor het aanstekelijke karakter van deze formule. Alle reden om de Masterclassics het komende seizoen in de gaten te houden. De Negende Symfonie van Dvořák, het Vijfde Pianoconcert van Beethoven / Schumann's Eerste Symfonie, de Zesde Symfonie van Bruckner en de Vierde Symfonie van Tsjaikovski volgen nog!


In de serie Masterclassics zet het Residentie Orkest meesterwerken uit de klassieke muziek in de schijnwerpers en licht ze toe. Ditmaal: het Vioolconcert van Mendelssohn en de Onvoltooide van Schubert. Een uitgebreidere versie van dit programma, met toevoeging van aanvullend werk van Mendelssohn en Knigge vond plaats als regulier concert op vrijdag 29 september. Op zondag 1 oktober is hetzelfde programma - zonder toelichting - tijdens het Zondagochtendconcert in het Concertgebouw. 

zaterdag 23 september 2017

Below the Surface: ondergronds, onderhuids en onverwacht


Acht dagen gegijzeld worden in een metrostelsel is geen pretje, maar is ook niet bepaald een evident uitgangspunt voor een spannende televisieserie. De makers van The Killing en Borgen denken daar anders over en hebben met Below the Surface een onverwacht spannende serie gemaakt die handig inspeelt op de huidige terroristische dreiging maar er een volkomen eigen draai aan geeft.

De recente – gelukkig grotendeels mislukte – explosie in de Underground van Londen maakt weer haarscherp duidelijk dat de terroristische dreiging vooralsnog aanwezig blijft en bij voorkeur zich richt op publieke plekken. Het openbaar vervoer in het algemeen en de metro in het bijzonder zijn daarbij doelwit zoals aanslagen in (wederom) Londen en Madrid al aantoonden. Een dreiging die overigens ook al gold voor landen als het Verenigd Koninkrijk en Spanje door aanslagen door respectievelijk de IRA en de ETA. Met Below the Surface – naar een idee van Adam Price (Borgen) en Søren Sveistrup (The Killing) – speelt geestelijk vader Kasper Barfoed hier maximaal op in door deze achtdelige serie over een gijzeling van metropassagiers in het metrostelsel onder Kopenhagen. 

Afghanistan
Wanneer drie gemaskerde mannen vijftien passagiers van een metro gijzelen wordt Philip Nørgaard opgetrommeld om de gijzeling te beëindigen. Een voor de hand liggende keuze aangezien Nørgaard niet het hoofd van de antiterrorisme eenheid is, maar zelf gegijzeld is geweest in Afghanistan en op heldhaftige wijze wist te ontsnapten. Tegelijkertijd wordt ook Louise Falck ingezet als onderhandelaar. Tikkeltje pijnlijk aangezien zij de wel/niet vriendin is van Philip en zij juist die ochtend een ‘bijzonder’ gesprek hadden over de aard van de relatie. Hoewel het pijnlijke een grote rol lijkt te gaan spelen, is daar in de resterende afleveringen eigenlijk niet zoveel van te merken. Wat overigens de vraag doet opkomen waarom in het scenario überhaupt gekozen is voor dit tikkeltje Hollywood in een verder vrij strakke en no-nonsense productie. Voor de hand ligt dat de gijzelnemers iets van doen hebben met Afghanistan of in ieder geval moslimterroristen zijn. Het Engelse accent van de gijzelnemers wijst hier ook op. Opvallend daarbij is dat de gijzelnemers bijzonder goed voorbereid zijn en gebruik maken van bijzonder professioneel en militair instrumentarium. Het metrostelsel van Kopenhagen ondergaat een grote verbouwing waardoor de gijzelnemers worden vastgehouden in een verlaten stuk van de metro vlak onder de monumentale en prachtige Frederikskerk. Ze zitten er duidelijk niet voor de korte termijn. 

Onverwacht spannend
Philip, Louise en hun team hebben een tijdelijk hoofdkwartier gemaakt in de bouwkotten rondom de Frederikskerk waarbij een bouwlift een directe verbinding vormt tussen de gijzelaars onder en het normale leven boven. De gijzeling duurt acht dagen waarbij elke aflevering één dag duurt. Aangezien een gijzeling nu niet bepaald een aaneenschakeling is van actie, maar vooral wachten, ligt voor de hand dat het allemaal niet bijster spannend is. Behalve natuurlijk bij de start en het einde van de gijzeling. Het aardige aan Below the Surface is dat de makers de spanning weten op te bouwen, maar tegelijkertijd ook veel ruimte geven aan de dynamiek rondom de gijzelaars met uiteraard enkele flashbacks. Een dynamiek die overigens ook wordt geholpen door het feit dat – in tegenstelling tot de meeste andere Scandinavische series, maar in lijn met Amerikaanse series – de afleveringen een kleine drie kwartier duren en geen uur. Ook worden aanvullende verhaallijnen geïntroduceerd rondom de achterblijvers en in het bijzonder journaliste Naja Toft die een directe lijn heeft met de gijzelnemers. De ontknoping is daarom relatief onverwacht, maar tegelijkertijd (redelijk) geloofwaardig waardoor Below the Surface meer dan de moeite waard is om te zien en garant staat voor onderhuidse spanning. Een uitstekende serie voor de aankomende herfstige avonden. 

Foto: Lumière


Recent is ‘Below the Surface’ op DVD verschenen en tevens te zien via het online platform van Lumière. Een Blu-ray versie is ditmaal niet beschikbaar.

woensdag 20 september 2017

Het Prinsjesdagconcert 2017: het Residentie Orkest in optima forma


Medina Calle: One Minute Symphonyy: Aisa fa mberi doti
Van Hemel: Intrada for Brass Instruments
Rachmaninoff: Piano Concert Nr. 2
Stravinsky: Petrushka

Boris Giltburg (piano)
Nicholas Collon, Residentie Orkest
Zuiderstrandtheater, Den Haag

Een Prinsjesdag zonder Prinsjesdagconcert is als de Troonrede zonder tekst. De Troonrede had - door het gebrek aan missionair kabinet - dit jaar weinig om het lijf, maar dat gold zeker niet voor het Prinsjedagconcert van het Residentie Orkest. Een Russisch programma met enkele toevoegingen van eigen bodem bewees opnieuw dat het orkest onder leiding van aankomend chef-dirigent Nicholas Collon en met hulp van artist in residence Boris Giltburg een renaissance ondergaat.

Hoewel het jaarlijkse optreden van het Residentie Orkest in het Zuiderpark het nieuwe culturele seizoen opent, is het traditionele Prinsjesdagconcert feitelijk de seizoensstart. Een start die past bij de traditie en het Haagse karakter van het eerbiedwaardige orkest. Maar ook een start die minder traditioneel is dan je op voorhand denkt. Natuurlijk is dit concert nog altijd voor een groot deel het domein van de Haagse elite met vertegenwoordigers van het stadsbestuur, het kabinet, de volksvertegenwoordiging en diplomaten die vanuit de diverse borrels rechtstreeks de gang naar het Zuiderstrandtheater maken. Een gang die leidt tot een concert waar in de regel eerder wordt gekozen voor Music for the Millions dan experimentele moderne klassieke muziek. Een programma waar het Tweede Pianoconcert van Rachmaninoff een hoofdrol speelt, lijkt het easygoing karakter van het concert te onderstrepen, maar dat is buiten het Residentie Orkest Nieuwe Stijl gerekend. Een orkest dat sinds 2011 investeert in community outreach en via het educatieve programma inmiddels jaarlijks 30.000 schoolkinderen bereikt. Dit seizoen staat ook in het teken van de samenwerking met het Koninklijk Conservatorium waarbij tien veelbelovende componisten-in-de-dop de kans krijgen om een één minuut durende symfonie te schrijven die door het orkest op diverse momenten door het jaar heen gespeeld worden. Een symfonie die niet in splendid isolation wordt geschreven, maar in het geval van de symfonie van de Canarische Eilanden afkomstige Germán Medina Calle (1995) hem naar de Haagse Markt bracht waar hij in gesprek raakte met twee Surinaamse vrouwen. Hun verhaal vertaalde hij naar zijn symfonie Aisa fa mberi doti. De combinatie van het filmpje over zijn gesprek met de twee vrouwen en daarna het werk zelf gaf een toelichting en dimensie die bij nieuw werk vaak ontbreekt. Een mooi initiatief waarmee het Residentie Orkest wederom maatschappelijke meerwaarde laat zien.

De muzikale Nosferatu
Sowieso was het een avond van afwisseling. Want voordat het concert daadwerkelijk begon, ging het orkest - het is en blijft Prinsjesdag - voor in het Wilhelmus en kwam na de One Minute Symphony het Intrada van de Nederlandse componist Oscar van Hemel (1892-1981) op de lessenaars. Een bijzonder passend werk aangezien Hemels het schreef voor Prinsjesdag en het in 1954 voor het eerst bij de Staten-Generaal was te horen. Na al deze korte werken met overduidelijke Nederlandse connotatie was het vervolgens Rusland wat de klok sloeg. Te beginnen met het prachtige en romantische Tweede Pianoconcert van Sergei Rachmaninoff (1873-1943) dat hij aan het begin van de Twintigste Eeuw schreef. Een werk dat vraagt om een virtuoze pianist en een samenspel tussen solist en orkest dat nauw luistert. De Russische Boris Giltburg (1984) is dit jaar artist in residence bij het Residentie Orkest mede vanwege de 'klik' die het orkest bij hem had. In de uitvoering van gisteravond was dit overduidelijk. Er werd zowel door het orkest als Giltburg uitstekend gemusiceerd waarbij met name opviel dat Giltburg koos voor een 'vloeiende' en vooral niet 'puntige' speelwijze. Lyrisch, intensief en emotioneel zijn woorden die het beste omschrijven wat er te horen viel. Diezelfde intensiteit kwam ook terug in de wijze waarop Giltburg zich bijna letterlijk stort in de piano. Met vol gebogen rug en een dramatische 'lijzige' toets werpt Giltburg zich op de muziek. Wie hem bezig zag, zag wellicht een soort muzikale Nosferatu in hem door zijn houding en lange vingers. Uiteraard wel het goede soort. De chemie tussen generatiegenoten Nicholas Collon (1983) was evident en zowel orkest als pianist gaven hun visitekaartje af. 

Een felle en directe Petrushka
Na de pauze stonden orkest en dirigent er alleen voor in Stravinsky's ballet Petrushka. Overigens niet met de versie uit 1911, maar een latere - meer spaarzaam georkestreerde - versie uit 1947. Een versie die daarmee feller en directer is. Een versie die veel vraagt van het technisch vermogen van het orkest. Het schijnt dat het orkest flink gerepeteerd heeft voor deze uitvoering en dat was te horen ook. Het orkest leek weinig moeite te hebben met de vele ritmische wendingen die Stravinksy in petto heeft in zijn ballet over het gelijknamige poppenkastfiguur. Een verhaal waarbij de eerste vrolijkheid over de met leven begenadigde Petrushka en zijn liefde voor een ballerinapop uiteindelijk tragisch afloopt doch niet zonder dat de geest van Petrushka nog de laatste lach heeft. In vier tableaus weet Stravinsky via programmatische muziek het verhaal te schilderen. Daarbij was het overigens handig dat - zoals wel vaker bij concerten van het Residentie Orkest (en inmiddels vele andere orkesten) - dat de Wolfgang-app beschikbaar was. Juist bij deze muziek van grote meerwaarde omdat de app uitleg geeft over het verhaal op het muzikale moment zelf. 

Vanaf 2018 maakt de huidig 'vaste dirigent' Nicholas Collon de overstap naar chef-dirigent en artistiek adviseur van het Residentie Orkest. Voor zijn komst - mede met dank aan Jan Willem de Vriend en Richard Egarr - was het Residentie Orkest weer op de weg terug, maar dit concert en voorgaande concerten maken duidelijk dat de chemie klopt en dat Collon en het Residentie Orkest een muzikaal winnende combinatie is.


Ter gelegenheid van Prinsjesdag vindt sinds jaar en dag het Prinsjesdagconcert door het Residentie Orkest plaats. Dit jaar vond de zeventigste editie plaats op dinsdag 19 september 2017 in het Haagse Zuiderstrandtheater. 

vrijdag 15 september 2017

Concert 12 september 2017: Een fenomenaal afscheid van Maria João Pires


Mozart: Symfonie Nr. 35 'Haffner'
Mozart: Pianoconcert Nr. 20
Beethoven: Pianoconcert Nr. 4

Maria João Pires (piano), Ashot Khachatourian (piano)
Orkest van de Achttiende Eeuw
Concertgebouw, Amsterdam

Zonder dirigent, maar met een extra pianist toog het Orkest van de Achttiende Eeuw naar het Concertgebouw. Een gedenkwaardig concert met een fenomenale uitvoering van het Vierde Pianoconcert van Beethoven door Maria João Pires was het gevolg. Maar wel een concert met een melancholisch randje: het betrof het allerlaatste optreden van Pires in het Concertgebouw.

Alsof een bom insloeg, zo was de reactie van het publiek toen Maria João Pires bij de inleiding duidelijk maakte dat het concert van die avond haar laatste optreden in het Concertgebouw zou zijn. Een inleiding voor de Vrienden van het Concertgebouw en enthousiast aan elkaar gepraat door Sieuwert Verster, directeur van het Orkest van de Achttiende Eeuw waar niet alleen Pires acte de presence gaf maar ook Ashot Khachatourian. In het kader van haar geliefde Partitura Project dat tot doel heeft muziek centraal te stellen door musici van verschillende generaties bij elkaar te brengen zonder een competitief element. Hierdoor krijgt Khachatourian - verre familie van de gelijknamige componist van o.a. de Sabeldans en Spartacus - de mogelijkheid om met Pires en het Orkest van de Achttiende Eeuw mee op tournee te gaan en zo dus ook op te treden in het Concertgebouw. Voor hem dus zijn eerste optreden en voor Pires haar laatste. Pires stopt later dit jaar als pianist. Niet omdat haar muzikale krachten afnemen, maar omdat zij zich (zichtbaar) ongemakkelijk voelt door de toenemende competitie in de wereld van de klassieke muziek en de focus op de grote namen. Zij vindt dat dit ten koste gaat van de muziek. In een nogal Freudiaanse verspreking gaf ze aan dat deze keuze haar de mogelijkheid geeft om die dingen te doen die ze 'echt leuk' vindt. Hoewel er zeker enige waarheid in haar waarneming huist, wordt er toch heel veel mooie muziek gemaakt zonder aanziens des persoons en is het toch wel heel jammer dat Pires op de internationale concertpodia gaat ontbreken. 

De directheid en beperkt bereik van de fortepiano 
Zeker wanneer muziek zo tot leven komt als op deze avond. Een concert waar geen dirigent aan te pas komt. Niet helemaal uit vrije keuze aangezien Frans Brüggen, oprichter en muzikaal leidsman van het Orkest van de Achttiende Eeuw, ruim drie jaar geleden overleed. Het orkest twijfelde lang of het door moest gaan, maar besloot gelukkig om - met hulp van bevriende musici en (gast)dirigenten - het werk van Brüggen voort te zetten. Voor Tournee 140 koos het orkest bewust voor geen dirigent en nam de jonge concertmeester de honneurs waar om het tempo te bepalen. Maar eigenlijk deed hij veel meer dan dat en was hij feitelijk de dirigent van dienst. Dat dit geen handicap is, bewees een heerlijke vrije en uitgelaten doch strak gespeelde Symfonie Nr. 35 van Mozart. Een werk dat was gekozen zodat in ieder geval tijdens één onderdeel van het concert alle leden van het orkest een rol hadden. Hierna was het de beurt aan Ashot Kachatourian die - net als tijdens de concerten in Brugge en Arnhem daarvoor - het liefst het Derde Pianoconcert van Beethoven  had gespeeld. Het Concertgebouw zag een doublure met een ander concert en zo kwam het prachtige Pianoconcert Nr. 20 van Mozart op de lessenaar. Een dreigend en betoverend pianoconcert dat de klankwereld van Don Giovanni deelt. Niet alleen was het een ander pianoconcert, maar moest de talentvolle Kachatourian ook de omslag maken naar de fortepiano. Het is ook in letterlijke zin het Orkest van de Achttiende Eeuw. Een instrument dat directer, maar ook een 'beperkter' bereik heeft dan moderne piano's. Dit zorgt ervoor dat solist en orkest meer dan ooit met elkaar rekening moeten houden wat leidt tot een dynamiek die je eerder verwacht bij kamermuziek dan bij een orkestrale uitvoering. Ondanks dat Kachatourian in de cadenzas wat foutjes maakte, was het een uitstekende uitvoering van één van Mozart's mooiste werken.

Een fenomenale en 'zingende' Beethoven
Een werk dat Maria João Pires enige faam heeft opgeleverd door  Attrazione d'Amore van Frank Scheffer. In deze documentaire zien we een (openbare) repetitie met Riccardo Chailly op de bok en Pires achter de piano. Zodra Pires de eerste noten hoort, verstijft ze in het besef dat ze op het verkeerde concert rekende. Gelukkig heeft het Pianoconcert Nr. 20 een lange orkestrale inleiding die Chailly ten volle benut om op Pires in te praten. Het briljante aan zowel deze scene als het talent van Pires is dat zij zich op tijd herpakt en ze foutloos het concert speelt. Over klasse gesproken.  Een lunchconcert dat plaats vond in het Concertgebouw. Een concertpodium dat ze - als solist althans - nooit meer zal betreden. En hoe jammer dat is, werd duidelijk door een fenomenale uitvoering van het Vierde Pianoconcert van Beethoven. Zoals een mede-concertbezoeker het treffende verwoordde: Pires liet het werk zo 'zingen' dat zij gerekend moet worden tot de allergrootsten. Haar beheersing was volledig en het samenspel met het Orkest van de Achttiende Eeuw voorbeeldig. Opvallend was dat op de momenten dat ze niet speelde ze nogal melancholisch keek. Misschien met het oog op haar huidige gevoel bij hoe de wereld van de klassieke muziek zich ontwikkelt en haar naderende afscheid als solist of gewoon concentratie. Hoe het ook zij, het publiek lustte er wel pap van en mocht rekenen op een intiem toegift: een versie van de Actus Tragicus van Bach voor quatre mains. Een mooi slot van een heerlijke concert dat duidelijk maakt dat het Concertgebouw de komende jaren er muzikaal een beetje armer op is geworden.

Maria João Pires en het verkeerde concert: 


In het kader van een korte tournee trad het Orkest van de Achtiende Eeuw, met medewerking van pianisten Maria João Pires en Ashot Khachatourian, op in het Concertgebouw. Eerder traden zij op in Brugge en in de nieuwe concertzaal van Musis Sacrum in Arnhem.  De tournee eindigt op 17 september in Eindhoven.

zaterdag 9 september 2017

Tweemaal Candice Millard: 'River of Doubt' en 'Destiny of the Republic'


Biografieën van Amerikaanse presidenten zijn er in overvloed, maar de wijze waarop Candice Millard de levens van haar hoofdpersonen beschrijft is een klasse apart. Haar boeken over het leven van Theodore Roosevelt na zijn presidentschap en de aanslag op James Garfield en de nasleep ervan zijn onmisbaar voor een ieder geïnteresseerd in de levens van twee bijzondere presidenten. 

Als voormalig schrijver en redacteur van het eerbiedwaardige National Geographic ligt het niet meteen voor de hand om je te storten op de levens van Amerikaanse presidenten. Toch is dat precies wat Candice Millard heeft gedaan. In 2006 verscheen haar eerste boek River of Doubt over de Amazone–expeditie van Theodore Roosevelt. In 2012 volgde Destiny of the Republic over James Garfields onverwachte zegetocht naar het presidentschap en de aanslag op diens leven. Beide boeken waren een commercieel en kritisch succes. Inmiddels heeft ze haar horizon opnieuw verbreed, ditmaal met Winston Churchill. Afgelopen mei verscheen Hero of the Empire waarin zij zich richt op een minder bekend deel van het leven van Churchill: zijn tijd in Zuid-Afrika tijdens de Boerenoorlogen. Maar hier gaat het om Theodore Roosevelt (1858-1919) en James A. Garfield (1831-1881). Non-fictie die Millard naar het niveau van een meeslepende roman brengt. 

De laatste uitdaging voor Theodore Roosevelt
Theodore Roosevelt was bij leven al een legende. Oorlogsglorie verkreeg hij door het leiden van de Rough Riders tijdens de Spaans-Amerikaanse Oorlog (1898). Hij gaf hiervoor een positie in het kabinet van president McKinley op, maar zou vervolgens verkozen worden tot gouverneur van New York. Niet veel later werd hij Vice President onder McKinley. Niet lang na zijn herverkiezing zou McKinley ten prooi vallen aan een moordaanslag en werd Roosevelt de 26e President van de Verenigde Staten. In zijn (bijna) twee termijnen ontving hij de Nobelprijs voor de Vrede voor zijn bijdrage aan het beëindigen van de oorlog tussen Japan en Rusland en legde hij de basis voor het Panamakanaal. Aangespoord door zijn afkeuring van het beleid van zijn opvolger William Howard Taft verliet hij de Republikeinse Partij en poogde het duopolie van Republikeinen en Democraten te doorbreken met de Progressieve Partij die in de volksmond de ‘Bull Moose Party’ werd genoemd naar de typering door een journalist over de fitheid van Roosevelt. Roosevelt zou de duopolie niet verbreken, maar kreeg wel meer stemmen dan Taft. Democraat Woodrow Wilson ging er – feitelijk door toedoen van Roosevelt - met het presidentschap vandoor.

Deze grote teleurstelling deed Roosevelt zich niet alleen terugtrekken op zijn landgoed, maar betekende ook dat hij door vele voormalige vrienden, kennissen en partijgenoten met de nek werd aangekeken. Een nieuwe uitdaging riep en uiteindelijk – eigenlijk bij toeval – werd het een expeditie naar de Amazone om de zogenaamde ‘River of Doubt’ (Rio da Dúvida) volledig in kaart te brengen. Dit in een tijd dat er nog steeds delen van de Aarde onontdekt waren, niet in de laatste plaats het grotendeels onbegaanbare en levensgevaarlijke Amazone-gebied. De Roosevelt-Rondon Scientific Expedition zou onder leiding van de bekende Braziliaanse ontdekker Candido Rondon en Roosevelt in 1913-1914 de rivier in kaart brengen. Een reis met grote tegenslagen, ziekte, dood en moord. Een reis die de boeken zou ingaan als de laatste uitdaging voor Roosevelt. Het knappe aan River of Doubt is dat Millard op meeslepende wijze de (barre) tocht schrijft met volop oog voor de pracht én het gevaar van de Amazone. Niet verwonderlijk gezien haar achtergrond bij National Geographic, maar bijzonder genoeg voelt zij zich net zo thuis in de evenzo meeslepende wijze waarop ze de politieke context van die tijd in het algemeen en die van Roosevelt in het bijzonder duidt en beschrijft. Een geweldig boek dat het meer dan waard is om meer dan eens te lezen. 

Een gek, een genie en president Garfield
Zoals een aanslag Roosevelt het presidentschap opleverde, zo maakte een moord een einde aan het presidentschap van James A. Garfield. Garfield was de 20e president van de Verenigde Staten en was president in de zogenaamde Gilded Age. Een periode gemarkeerd door een periode van grote economische groei en de volwassenwording van het Wilde Westen en de hernieuwde opname van het Zuiden na de Burgeroorlog. Een tijd van de robber barons en politieke machines die veelal ondermaatse en weinig indrukwekkende presidenten opleverden. Een kwalificatie die overigens niet voor Garfield geldt. Zijn kandidaatstelling tijdens de Republikeinse Conventie van 1880 was compleet onverwacht en voor de kandidaat in kwestie ongewenst. De strijd tussen James G. Blaine, Ulysses S. Grant en John Sherman was van epische proporties met uiteindelijk de Dark Horse-kandidatuur van Garfield. Met Destiny of the Republic laat Millard haar licht schijnen op die periode. 

In tegenstelling tot River of Doubt kan Millard niet teren op haar National Geographic-ervaring aangezien er geen Amazone of iets vergelijkbaars aan te pas komt. Maar ook hier weet ze op meeslepende wijze een verhaal te vertellen. Een verhaal dat alterneert tussen drie hoofdrolspelers die ze voorziet van context en betrokkenheid bij de aanslag op Garfield: aanslagpleger Charles Guiteau, uitvinder Alexander Graham Bell en uiteraard James Garfield zelf. De rollen van Garfield en vooral de volstrekt gestoorde Guiteau zijn evident, maar de uitvinder van de telefoon is dat toch minder. Bell was echter meer dan alleen de vader van de telefoon, maar in die periode was hij ook bezig met het ontwikkelen van een metaaldetector. Juist het instrument dat nodig was om de kogel die nog in Garfields lichaam zat te ontdekken. Op wederom onnavolgbare wijze schetst Millard het politieke systeem van die tijd, maar ook de hopeloos ineffectieve staat van de medische professie. Een professie die voor een groot deel niet geloofde in bacteriën en door niet-gesteriliseerd handelen vaak de patiënt meer schade deed dan goed. Millard maakt overtuigend duidelijk dat Garfield de moordaanslag had kunnen overleven als de artsen zich op de hoogte hadden gesteld en juist gebruik hadden gemaakt van de reeds aanwezige kennis voor steriele behandeling. De grote vorderingen die Bell met zijn metaaldetector maakte ten spijt. Het knappe aan Destiny of the Republic is dat Millard zo meeslepend schrijft dat je – hoewel je beter weet – denkt dat de inzet van Bell er alsnog toe leidt dat Garfield er bovenop komt. Helaas voor Garfield overleeft hij zijn doodstrijd van bijna drie maanden niet waardoor de Verenigde Staten een president verloor die op de drempel van grootsheid stond. Ironisch genoeg maakt Millard duidelijk dat zijn dood de Verenigde Staten – voor het eerst sinds het einde van de Burgeroorlog – tot eenheid bracht. 

Met slechts drie boeken op haar naam kan Candice Millard toch al bogen op een imposant oeuvre. Voor de liefhebbers van Amerikaanse politiek in het algemeen en presidenten als Roosevelt en Garfield in het bijzonder zijn haar eerste twee boeken volstrekt onmisbaar. Dit belooft veel goeds voor haar nieuwste boek en dus voor Winston Churchill. 

‘River of Doubt. Theodore Roosevelts’s Darkest Journey’ verscheen in 2006 terwijl ‘Destiny of the Republic. A Tale of Madness, Medicine and the Murder of a President’ uitkwam in 2011. Van beide boeken is geen Nederlandse vertaling beschikbaar. Deze recensie is tevens verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta.

zondag 3 september 2017

Bizar fascinerend. 'Top of the Lake: China Girl'


Een Aziatische vrouw gevonden in een rolkoffer op het iconische Bondi Beach van Sydney vormt de spil van Top of the Lake: China Girl van Jane Campion. Het lijkt de start van een detective, maar gaat uiteindelijk over een groep mensen en hun – soms bizarre – onderlinge verhoudingen. Een moordverhaal dat vooral geen moordverhaal is en daarom zo fascineert dat de zes afleveringen voorbij vliegen. 

De Nieuw-Zeelandse Jane Campion (1954) moet een fan zijn van Alfred Hitchcock want zeker het tweede seizoen van de door haar geschreven en deels geregisseerde Top of the Lake maakt effectief gebruik van de door Hitchcock bekend geworden MacGuffin dat in de woorden van Hitchcock “een technisch element of detail is dat het verhaal in gang zet”. In het eerste zevendelige seizoen was de MacGuffin ook al niet van de lucht. Waar het op het eerste gezicht handelde over de zoektocht naar de twaalfjarige zwangere (!) Tui, ging het toch ook erg over de bijzondere bewoners van het dorpje Laketop in Nieuw-Zeeland, hun onderlinge verhoudingen maar ook de rol van de vrouw waaruit de belangstelling van Campion voor feministische thema’s blijkt. Desalniettemin was de verdwijning van Tui een belangrijk element in het geheel en verre van een sideshow. Vier jaar na Top of the Lake is daar nu dus Top of the Lake: China Girl dat – bijzonder genoeg – ook precies vier jaar na de gebeurtenissen van het eerste seizoen plaats heeft. Inspecteur Robin Griffin – in een glansrol van Elisabeth Moss – heeft Nieuw-Zeeland verruild voor Australië en bouwt in Sydney een nieuw leven op. Een leven dat ruw verstoord wordt door een naargeestige vondst. Onherkenbaar verminkt door de blootstelling aan het zeewater en gepropt in een rolkoffer spoelt het lichaam aan van een – op grond van het typische haar – vermoedelijk Aziatisch meisje. De beschadigingen en blauwe plekken aan haar nek lijken te wijzen op wurging. Deze vondst vindt pas aan het einde van de eerste aflevering plaats, maar lijkt desalniettemin de hoofdmoot te vormen van de vijf resterende afleveringen. Niets is minder waar, want Top of the Lake: China Girl gaat helemaal niet over deze (vermeende) moordzaak, maar vooral over Robin Griffin, haar collega’s en de bijzondere relatie met haar dochter Mary. 

TripAdvisor voor hoeren
De zes afleveringen van Top of the Lake: China Girl tonen een bizarre kijk op menselijke verhoudingen in het algemeen en op vrouwen in het bijzonder. Tekenend is een groepje computernerds dat dagelijks samenkomt in een koffiebar waar ze – gezeten aan een grote tafel met laptops voor de neus – hun ervaringen met Aziatische prostituees delen met elkaar én hun digitale community via recensies. Een soort TripAdvisor voor hoeren. Maar ook het politiebureau is niet vrij van misogynie. Zo moet Robin zich laten welgevallen dat één van haar collega’s nogal geporteerd van haar is en eigenlijk continu, publiek en zeer ongepast haar poogt te verleiden tot een afspraakje. Tegelijkertijd wordt ze door haar chef opgescheept met een beginnende en nogal onzekere agent. Deze Miranda Hilmarson – gespeeld door Gwendoline – GoT’s Brienne of Tarth – Christie is een vat van tegenstrijdigheden en ook nog eens zwanger van haar chef. Die op zijn beurt gewoon getrouwd is en dat geen probleem voor de werkvloer vindt. Meestal hoop je dat wanneer de werksituatie van iemand “bijzonder” is dat het thuis allemaal wat meer op orde is. Helaas voor Robin lopen werk en privéleven volstrekt door elkaar. Niet alleen omdat Miranda ook nog eens aanrommelt met Robin’s broer, maar ook omdat haar dochter Mary langzamerhand betrokken raakt bij de zoektocht naar de identiteit van ‘China girl’. Want Mary is de dochter die Robin op jonge leeftijd kreeg naar aanleiding van een verkrachting en twee dagen na haar geboorte verzorgd is door Pyke en Mary Edwards. Een gezin dat – jawel! – ook de nodige problemen kent aangezien Mary haar lesbische kant aan het ontdekken is en nog maar deels thuis is. Een rol waar Campion Nicole Kidman voor heeft gestrikt die met verve haar karakter invulling geeft. Bijzonder aangezien Kidman al vijftig jaar is en de acteur die haar man speelt slechts zevenendertig is, maar samen overtuigend overkomen als echtpaar in de problemen. Doordat Mary problemen heeft, maakt Robin haar entree als biologische moeder. Een entree die tegelijkertijd impact heeft op haar onderzoek aangezien de oudere vriend van Mary, de Duitse Alexander “Puss” Braun, betrokken is bij een bordeel dat een thuis biedt aan Thaise vrouwen die ingezet worden als prostituee en daarmee een belangrijk aanknopingspunt zijn in de zoektocht naar de identiteit van ‘China Girl’. Tegelijkertijd speelt er veel meer waaronder een illegaal netwerk van draagmoeders betaald door Australische echtparen die geen kinderen kunnen krijgen. 

Bizar verslavend
En dit alles is slechts het topje van de ijsberg van dit bijzondere vervolg. Een vervolg dat toch behoorlijk afwijkt van het eerste seizoen door de bizarre gebeurtenissen en onderlinge verhoudingen. Het aardige daarbij is dat wanneer je het allemaal op een rijtje zet er vraagtekens bij de geloofwaardigheid gezet kunnen worden. Maar door de overtuigende vertolkingen en het goede script is het bizarre het nieuwe normaal geworden. Van een huwelijksvoltrekking die – door de vondst van drugs – verplaatst wordt naar de gevangenis en daar alsnog strandt tot de avonturen van een grote knuffelpanda, je moet het zien om te geloven waarom het bizarre zo geloofwaardig én verslavend uitpakt. Want verslavend is het zeker. Daar waar bij het vorige seizoen binge-watching niet echt aan de orde van de dag was, is dat bij Top of the Lake: China Girl tegengesteld. Het is verdraaid lastig om het bij één aflevering te houden. Met dan aan dat aloude Hitchcock-instrument de MacGuffin. 

Foto: Lumière



‘Top of the Lake: China Girl’ is in augustus op DVD en Blu-ray en wordt uitgegeven door Lumière. Tevens te zien via het digitale platform van Lumière.

zaterdag 2 september 2017

Concert 30 augustus 2017: Daniele Gatti's emotionele Bruckner


Robeco SummerNights 2017

Von Weber: Ouverture uit Euryanthe
Rihm: IN-SCHRIFT
Bruckner: Symfonie Nr. 9 Dem lieben Gott

Daniele Gatti, Koninklijk Concertgebouworkest
Concertgebouw, Amsterdam

Een chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest kan zich niet onttrekken aan de indrukwekkende Bruckner-traditie van het orkest. Gatti waagde zich vorig jaar voor het eerst aan Bruckner met diens Vierde Symfonie. Ditmaal was het de beurt aan Bruckner's zwanenzang. Wat volgde was een zeer eigenwijze en emotionele vertolking van Bruckner's machtige Negende Symfonie. 

De Bruckner-traditie van het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) is in veel opzichten bijzonder. Daar waar die andere muzikale voorliefde, de muziek van Gustav Mahler, een evenzo belangrijke rol in het repertoire van het KCO neemt, is dat bepaald niet een exclusieve aangelegenheid van het Amsterdamse orkest. De concertreeksen gewijd aan het werk van Mahler zijn niet aan te slepen en je telt als dirigent niet mee wanneer je niet alleen een Beethoven-cyclus, maar ook jouw Mahler-inzichten voor het nageslacht bewaard zijn gebleven. Dat ligt bij Bruckner toch behoorlijk anders. Ondanks dat zijn werk in steeds meer concertzalen over ter wereld uitgevoerd wordt en maandelijks nog nieuwe opnames verschijnen van met name zijn negen symfonieën blijft de uitvoering van zijn werk toch vooral beperkt tot Nederland en de Duitstalige landen. En in die uitvoeringspraktijk voert het KCO - met dank overigens aan de standaard gezet door de Bruckner-opnames door Bernard Haitink voor Philips - zonder twijfel de boventoon. Iedere nieuwe dirigent van het KCO moet zich daarom bewijzen in Mahler, maar misschien nog wel belangrijker: in Bruckner. Een uitdaging die Gatti in volle overtuiging vorig jaar voor het eerst en nu weer is aangegaan.

Een eigenwijze Bruckner
Nog voordat Gatti vorig seizoen formeel aantrad als slechts de zevende dirigent in de bijna 130-jarige geschiedenis van het orkest lag de Vierde Symfonie van Anton Bruckner (1824-1896) al op de lessenaar als onderdeel van de Robeco SummerNights 2016. Met een imponerende uitvoering van deze Romantische 'Jacht'-symfonie liet Gatti een overtuigend Bruckner-visitekaartje achter. Een jaar later en wederom tijdens de Robeco SummerNights en dus vlak voor de RCO Opening Night als start van het nieuwe seizoen dus weer Bruckner. Hoewel een prachtige Bruckner-uitvoering een noodzaak is voor een KCO-chef is dat bij Gatti op voorhand geen uitgemaakte zaak. Inmiddels een jaar verder kenmerkt zijn muzikale leiderschap zich door durf en rafelranden. Van Gatti mag het schuren, het gaat het immers om de emotie van de muziek. Deze aanpak is verre van risicoloos en heeft geleid tot briljante uitvoeringen, maar ook behoorlijke mislukkingen. Eén ding is daarbij zeker: gebaande paden tref je bij Gatti zelden aan. Ook zijn visie op de Negende Symfonie verraadt die insteek. Maar gelukkig leidde een eigenwijze uitvoering allerminst tot een tegenvallend resultaat. Opvallend daarbij was de grote emotie die Gatti in het werk stopte. Emotie die volstrekt zichtbaar werd bij het wegsterven van de laatste noten van het prachtige Adagio dat door de dood van Bruckner het sluitstuk vormt van de symfonie, ondanks een aantal (relatief geslaagde) pogingen om de finale te reconstrueren. De muziek had overduidelijk een aanslag gepleegd op het gemoed van Gatti. Een emotie die versterkt werd door het feit dat Gatti het orkest en het publiek geen pauze gunde door de delen attacca op elkaar te laten volgen. Hiermee werd het contrast tussen de delen vergroot en daarmee de emotie verdiept. Het eerste deel werd door Gatti relatief langzaam - gelijk de legendarische Carlo Maria Giulini - genomen waardoor de intensiteit en daarmee de langzame opbouw naar een prachtig hoogtepunt mogelijk werd. Dit werd gevold door het Scherzo dat - in de handen van Gatti - allesbehalve schertsend was. Als geen andere dirigent liet hij daarbij het duivelse en het hemelse alterneren. Niet eerder hoorde je zo duidelijk de vogeltjes fluiten én het orkest als stoomwals opgezweept door een bijna manische Gatti. Uiteindelijk culminerend in een prachtig genomen Adagio. Een echte Gatti-Bruckner die vast niet iedereen bevalt, maar een eigen plek heeft naast de meer gangbare en nog altijd toonaangevende uitvoeringen door bijvoorbeeld Haitink. De emotie die Gatti bij zichzelf losmaakte werd beantwoord door het publiek dat evenzo geconcentreerd dit avontuur met hem was aangegaan. 

Rihm en Weber
Dit in markant contrast met het avontuur dat voor de pauze werd aangegaan met de uitvoering van IN-SCHRIFT (1995) van Wolfgang Rihm (1952). Een twintig minuten durend orkestraal werk voor met name blazers en slagwerk dat twee muzikale lagen moet voorstellen die tegen elkaar schuren als een oceaanstomer op zee. Een muziekstuk dat ondergetekende niet kon bekoren. Het is ontzettend goed dat Gatti als ambassadeur van moderne muziek optreedt. Als KCO-chef is dat nobele oblige. Een taak waar Jansons zich met weinig overtuiging van afmaakte. Die overtuiging was er bij Gatti zonder meer. Het publiek was deels laaiend enthousiast (voor de muziek of het idee van de muziek?), maar het andere deel wist niet hoe snel ze naar de bar moesten komen. Zo snel dat Gatti bij het wederom neerdalen van de legendarische Concertgebouwtrap zich moest wurmen langs een roedel bezoekers die richting het buffet trokken. 

In eerste instantie was het de bedoeling dat het programma zou bestaan uit de tegenpolen van Rihm en Bruckner. Echter nam algemeen directeur van het KCO Jan Raes het woord voorafgaand aan het concert. Gelukkig niet met een mededeling van plotselinge ziekte van de dirigent of iets dergelijks, maar de prettige mededeling - overigens al tijden te lezen op de website van het Concertgebouw - dat aan het programma nog de Ouverture uit Euryanthe van Carl Maria von Weber (1786-1826) werd toegevoegd zodat het werk van Rihm gesandwiched werd tussen muziek uit de Romantiek. En wat een fijne toevoeging. De ouverture - profiterend van het KCO op volle oorlogssterkte nodig voor de uitvoering van Bruckner - werd met elan en plezier gebracht. Een mooie pendant voor wat nog komen zou. Zowel als tegengas voor Rihm als voorbereiding op het hoogtepunt: een Gattiaanse Bruckner.

Lees hier de recensie van de uitvoering van de Vierde Symfonie van Bruckner door het KCO onder Gatti vorig jaar. 

In juli en augustus vonden in het kader van de Robeco SummerNights een reeks zomerconcerten plaats. Meer info over de Robeco SummerNights hier