dinsdag 17 oktober 2017

Toneel 16 oktober 2017: IJzersterke Carine Crutzen als Nikkelen Neelie


Theatergroep Suburbia
Neelie!

Carine Crutzen, Neelie Kroes
Dic van Duin, o.a. Bram Peper 
Thomas de Bres, o.a. Frans Swarttouw 
Lykele Muus, o.a. Wouter Jan Smit
Emmanuel Ohene Boafo, o.a. Hans Wiegel
Felix Meyer, o.a. Onno Ruding
David Elsendoorn, o.a. Ruud Lubbers

Léon van der Sanden (tekst), Julia Bless (regie)
Oude Luxor Theater, Rotterdam

Een nog levende politica als onderwerp van een toneelvoorstelling? Theatergroep Suburbia neemt de handschoen op met een productie geïnspireerd op het leven van voormalig minister en Europees Commissaris Neelie Kroes. Het is de vraag of Nikkelen Neelie het zelf een eerbetoon vindt, maar de ijzersterke vertolking door Carine Crutzen en de dynamiek van dit drama over macht, seks en feminisme maken het een meer dan geslaagde voorstelling.

Een toneelvoorstelling over een nog levende politica die bepaald niet in de coulissen is verdwenen, is een gedurfde keuze van Theatergroep Suburbia. Toch hebben schrijver Léon van der Sanden en regisseur Julia Bless met overtuiging gekozen om Neelie! op de planken te brengen. In het begeleidende programmaboekje maken zij duidelijk dat Neelie Kroes een vrouw is die staat voor deze tijd. Omstreden, maar tegelijkertijd een rolmodel. Een vrouw die de inspiratie voor Neelie! vormt, maar geen volledig waarheidsgetrouwe weergave van haar leven. Maar hoe pakt dit in de praktijk uit? Is het te overdreven of zit het vol met groteske verzinsels dan is de vraag waarom je überhaupt een bekende politica tot uitgangspunt neemt. Het is overduidelijk dat Neelie! gedramatiseerd toneel is waarbij de belangrijkste episoden uit het leven van voormalig minister en Europees Commissaris Neelie Kroes herkenbaar gepresenteerd worden, maar tegelijkertijd pogen een breder – bijna Shakespeariaans – verhaal te vertellen over het vrouw-zijn in een mannenwereld. Hoewel deze aanpak soms wat schuurt met het echte leven van Neelie Kroes is Neelie! een zeer geslaagde productie en het zien meer dan waard. Niet in de laatste plaats door een dynamische productie, een op elkaar ingespeeld ensemble en vooral een overtuigende vertolking door Carine Crutzen.

Nixon en Neelie!
Een vertolking die allesbehalve een imitatie door Crutzen van de bekende politica is. De voor Kroes typerende hoge hakken, mantelpakjes en haardracht daargelaten, lijkt en – tot op zeker hoogte – klinkt Crutzen niet als Kroes. Toch is haar vertolking ontegenzeggelijk raak. Een vertolking die doet denken aan Nixon van Oliver Stone. Net als Crutzen lijkt Anthony Hopkins eigenlijk helemaal niet op de hoofdpersoon – in dit geval de 37e President van de Verenigde Staten – maar is hij het wel. In die zin zijn er meer overeenkomsten tussen Neelie! en Nixon. Zowel de film als de toneelvoorstelling vergroten het leven van de hoofdpersoon uit om een breder verhaal te vertellen over macht. Enerzijds voorkomt dit ‘gedoe’ met de – in het geval van Neelie! nog levende – hoofdpersoon, maar anderzijds vooral om het geheel wat tijdlozer te maken. Een dergelijke aanpak werkt alleen wanneer de hoofdpersoon overtuigend wordt vertolkt in plaats van niet meer dan een karikatuur te zijn. Hoewel de Neelie van Crutzen zonder twijfel karikaturale elementen bevat, is het een aansprekende vertolking van een vrouw bij wie Rotterdam door de aderen vloeit en zich staande houdt in een mannenwereld. De première van Neelie! vond weliswaar plaats in Almere, maar het Oude Luxor Theater in Rotterdam was gisteren toch bepaald een meer passende locatie. 

Een dynamische productie met uitstekend samenspel
Want als er iets centraal staat in het leven van Neelie Kroes dan is het wel Rotterdam. De plek waar ze geboren en getogen is. De stad in wederopbouw die grote impact op haar gemaakt heeft. Het Rotterdam waar haar (strenge) vader aan verknocht was en zijn transportbedrijf opbouwde. De stad waar ze studeerde, onderdeel werd van de ‘Rotterdamse maffia’ van o.a. Ruud Lubbers, Onno Ruding en Frans Swarttouw. Die laatste met een belangrijke rol in het toneelstuk als haar permanente en keiharde minnaar waartegen haar eerste man Wouter-Jan Smit het moest afleggen. En de voorzitter van de Raad van Bestuur van het noodlijdende Fokker die vaak een beroep deed op Kroes in haar hoedanigheid als minister van Verkeer & Waterstaat. Maar ook de stad waar haar tweede echtgenoot PvdA-prominent en partijideoloog Bram Peper burgemeester was en tegelijkertijd de stad van Pim Fortuyn. Fortuyn die in deze toneelvoorstelling relatief prominent gepresenteerd wordt als kwelgeest van Neelie en Bram tijdens de bonnetjesaffaire van die laatste. Want affaires – zowel zakelijk als seksueel – zijn er genoeg in dit toneelstuk over macht, seks en vrouw-zijn in een mannenwereld. Het knappe aan Neelie! is dat Carine Crutzen en de zes mannen van Theatergroep Suburbia niet alleen een uitstekend samenspel hebben – Dic van Duin als Bram Peper en Thomas de Bres als Frans Swarttouw voorop – maar ook tekenen voor een dynamische productie. De verschillende – hoofdzakelijk chronologische gepresenteerde – episoden worden wervelend gebracht waarbij handig gebruik gemaakt van het publiek door bijvoorbeeld een politieke speech van Neelie door de andere acteurs vanuit het publiek te laten interrumperen. Neelie! duurt op de kop af één uur en vijfenveertig minuten zonder pauze, maar verveelt geen moment. Of de echte Neelie er blij mee zal zijn, is de vraag maar het is een fascinerende en geslaagde productie die het zien meer dan waard is. 

Foto: Theatergroep Suburbia


Theatergroep Suburbia voert ‘Neelie!’ van 7 t/m 23 december 2017 door heel Nederland uit. De première was op 14 oktober in de Kunstlinie Almere Flevoland (KAF). Deze recensie is op basis van de opvoering in het Oude Luxor Theater te Rotterdam op 16 oktober. Meer informatie hier.

zondag 15 oktober 2017

'The Remains of the Day' van Nobelprijswinnaar Kazuo Ishiguro


Het feit dat Kazuo Ishiguro eerst dacht dat het toekennen van de Nobelprijs voor de Literatuur aan hem niet meer dan ‘fake news’ was, tekent de bescheidenheid van de in Japan geboren Britse schrijver. Een bescheidenheid die geen grond heeft in de kwaliteit van zijn oeuvre. Ter ere van de welverdiende erkenning een bespreking van misschien wel de belangrijkste aanleiding voor de toekenning: The Remains of the Day.

The Remains of the Day behoeft eigenlijk geen introductie. Met name de filmversie uit 1993 van het befaamde duo regisseur James Ivory en producent Ismail Merchant met glansrollen van Anthony Hopkins als de stijve butler James Stevens en Emma Thompson als de tegendraadse huishoudster Sally Kenton is een klassieker. Laat er echter geen misverstand over bestaan: hoe groot de impact van deze magistrale verfilming ook is, het boek zelf heeft de grootste bijdrage geleverd aan het eigen succes. Want het in 1989 verschenen boek werd onmiddellijk bekroond met de Man Booker Prize en sindsdien is het boek vaak terug te vinden op de lijstjes van meest toonaangevende boeken in de Britse literatuur. Toch bijzonder voor een boek dat handelt over typisch Britse (en ietwat ouderwetse) thema’s zoals loyaliteit en het lastig in het Nederlands te vertalen ‘dignity’ (‘waardigheid’ dekt de lading niet helemaal, zeker in de betekenis die butler Stevens er aan geeft) Dit tegen de achtergrond van een klassenmaatschappij die – zeker na het einde van de Tweede Wereldoorlog – langzamerhand ten einde kwam. Niet alleen een klassenmaatschappij waar de werelden van ‘upstairs’ en ‘downstairs’ gezamenlijk maar vooral langs elkaar leefden, maar ook een wereld waar de heersende klasse haar invloed op de maakbaarheid van de samenleving rap zag afnemen. Een klasse die in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog zich inliet met appeasement en daar tijdens, maar vooral na de oorlog de prijs voor betaalde. 

Blinde loyaliteit
Deze ontwikkelingen vormen tezamen de achtergrond van The Remains of the Day, maar butler Stevens krijgt daar maar weinig van mee. Niet zo gek omdat hij behoort tot downstairs en een hoge mate van beroepstrots kent die hem het zicht op het leven in het algemeen en zijn eigen leven in het bijzonder ontneemt. Want Stevens is bovenal loyaal aan zijn werkgever – in eerste instantie de Engelse Lord Darlington en later de Amerikaan Farraday – en diens prachtige landhuis Darlington Hall. The Remains of the Day is exclusief vanuit het perspectief van Stevens geschreven en is feitelijk zijn dagboek van een meerdaagse tocht door Engeland met als hoofddoel een hernieuwde kennismaking met de voormalige huishoudster van Darlington Hall Miss Kenton in de hoop haar te verleiden opnieuw in dienst te treden. Tijdens zijn reis denkt hij terug aan de gloriedagen van Darlington Hall. Gloriedagen getekend door de importantie van Lord Darlington, zijn gasten en invloed op internationale aangelegenheden. Maar tegelijkertijd ook de hoogtijddagen van het eigen leven van Stevens dat – ondanks dat hij er niet aan toe wil geven – verrijkt wordt door de aanwezigheid van Miss Kenton. Een vrouw voor wie hij – zonder het ooit te benoemen – grote genegenheid voelt, maar door zijn opvoeding en zucht om een voorbeeldige butler te zijn dit nooit echt toont. Want Stevens is geobsedeerd door wat een butler groots maakt en in zijn ogen is dat ‘dignity’. Een eigenschap die hij overigens ook vertaalt door over je heen te laten lopen zonder een krimp te geven. Een pijnlijke episode waarbij Stevens door een gast van Lord Darlington wordt ondervraagd om aan te tonen dat de landsregering niet in de handen van de gewone (domme) man mag worden gelegd. Zijn werkgever – weliswaar in retrospectief – schaamt zich, maar Stevens lijkt het allemaal niet te deren. Hij doet alles uit een verheven gevoel van loyaliteit. Een loyaliteit die ver gaat aangezien Lord Darlington een belangrijke rol speelt in de appeasement-beweging en zich nog net weet te verschonen van de Britse fascisten, maar lang niet altijd aan de goede kant van het gelijk staat. Zeker niet wanneer het de Joodse leden van zijn staf betreft. Stevens blijft zijn voormalige werkgever verdedigen hoewel hij hem – als Judas – een drietal (?) keer verloochent wanneer gevraagd wordt of hij voor Lord Darlington heeft gewerkt. 

Onmogelijke liefde
De flashbacks werken deze thematiek uit en geven een inkijk in de werking van een huis als Darlington Hall in het ouderwetse Britse Empire, maar ook de verhouding tussen Stevens en Miss Kenton. Een verhouding die bol staat van onmogelijke liefde en waarbij het pantser dat Stevens om zich heen heeft opgebouwd iedere kans ontneemt om de liefde maar enigszins tot uiting te laten komen. Na het vertrek van Miss Kenton blijft Stevens alleen achter bij Lord Darlington wiens Darlington Hall na zijn dood wordt gekocht door de Amerikaan Farraday. Een andere Amerikaan dan in de filmversie, want hoewel in zowel het boek als de film de door Lord Darlington georganiseerde vredesconferentie een hoofdrol speelt, is het Amerikaanse congreslid in de filmversie de good guy die uiteindelijk na de oorlog Darlington Hall overneemt. In het boek is het een senator die als intrigant wordt neergezet en die niets te maken heeft met de nieuwe Amerikaanse eigenaar. Voor de rest is de filmversie behoorlijk trouw aan het boek en dat is maar goed ook, want de kwaliteit van het boek is dermate hoog dat het een affront zou zijn om daarvan af te wijken. Een kwaliteit die nog altijd ferm doorklinkt in de ruim 250 prachtig en terughoudend geschreven pagina’s die onderstrepen waarom het toekennen van de Nobelprijs voor de Literatuur aan Kazuo Ishiguro welverdiend is. 

‘The Remains of the Day’ van Kazuo Ishiguro is voor het eerst in 1989 verschenen en nog altijd in druk. Een Nederlandse vertaling ‘De Rest van de Dag’ door Bartho Kriek is eveneens verkrijgbaar.

zondag 8 oktober 2017

Concert 8 oktober 2017: Een luie muzikale zondag met Strauss en Brams


Residentie Orkest Lazy Sunday 
Autumn Leaves

R. Strauss: Duet-Concertino
Brahms: Symfonie Nr. 4

Hans Colbers (klarinet), Dorian Cooke (fagot)
Hans Graf, Residentie Orkest
Zuiderstrandtheater, Den Haag

Het vrolijke bijna kamermuziek-achtige Duet-Concertino van Richard Strauss zet solisten van het Residentie Orkest in de schijnwerpers. Gastdirigent Hans Graf completeert de Lazy Sunday met een voorbeeldige uitvoering van Brahms laatste symfonie. De zondag in het Haagse Zuiderstrandtheater is zo gek nog niet. 

Tijdens de Lazy Sunday-concerten van het Residentie Orkest is er van alles te doen in het Zuiderstrandtheater.  Natuurlijk het zondagochtendconcert waar het allemaal om begonnen is, maar het is vooral ook de bedoeling om eerder te komen en nadien te blijven hangen. Onder andere door een optreden van het Klarinetensemble van het Koninklijke Conservatorium in de foyer en een muzikale kinderworkshop voor kinderen van 5 tot 9 jaar. Dat er gratis en in overvloed zoete en hartige broodjes zijn, helpt voor menigeen ook mee om zich tijdig te melden. Ditmaal is het thema van het concert Autumn Leaves waarbij de herfst vertaald is naar een programma met werken van Richard Strauss (1864-1949) en Johannes Brahms (1833-1897). Representanten van de Romantiek die uitstekend passen bij een warm zondagmorgengevoel. Alhoewel Richard Strauss niet bepaald als eerste naar binnen schiet bij een ingetogen stijl die past bij een herfstige zondagmorgen. Want zijn meeslepende symfonische gedichten zoals Eine Alpensinfonie, Ein Heldenleben en vooral de befaamde opening van Also Sprach Zarathustra zijn allesbehalve klein van opzet. Om over zijn opera's Elektra en Salome nog maar te zwijgen. 

De nadagen van Richard Strauss
Maar dan wordt Strauss toch tekort gedaan. In zijn nadagen keerde hij terug naar de kern van muziek en kregen zijn composities juist dat bij een zondagmorgen passende ingetogen, bijna kamermuziek-achtige karakter. Meest tekenend voor die stijl zijn de postuum uitgegeven Vier Letzte Lieder die meeslepend zonder bombastisch te zijn. Een ander voorbeeld is het werk dat het Residentie Orkest heeft uitgezocht voor Autumn Leaves: het Duet-Concertino. Een concert voor de bijzondere combinatie van solo's voor klarinet en fagot en begeleid door een (strijk)orkest. Het Duet-Concertino is een muzikale vertaling van een dansende prinses (klarinet) die schrikt van een beer (fagot) die haar na wil doen. Een relatief groot orkest begeleidt de beide solisten, maar in de praktijk is het karakter meer die van kamermuziek dan een orkestraal toondicht. Voor dit zelden uitgevoerde werk komen de solisten voort uit het Residentie Orkest zelf: Hans Colbers op klarinet en Dorian Cooke op fagot. Een mooie combinatie hoewel Colbers meer iets van de beer weg heeft en Cooke meer gelijkenis vertoont met een prinses. Muzikaal daarentegen vormen ze een prachtige combinatie. Her en der leek de balans tussen de solisten onderling en met het orkest niet altijd optimaal, maar de uitvoering was in ieder geval een visitekaartje voor dit late werk van Strauss. 

Dvořák's ode aan Brahms
Na wat wisselingen op het podium - het volledige Residentie Orkest moest immers aantreden - was het de beurt aan Brahms om de herfst verder muzikaal gestalte te geven. Overigens niet voordat gastdirigent Hans Graf een vondst met het publiek deelde. Uit het begeleidende programmaboekje bleek al dat Graf een bijzondere band heeft met Brahms. Op zijn zestiende kocht hij van zijn zakgeld zijn allereerste partituur: de Vierde Symfonie van Brahms. Een symfonie die het sluitstuk van het symfonische oeuvre van Brahms omvat en boordevol muzikale ideeën zit. Alleen al de rijkdom aan melodieën in het eerste deel maken dat deel een symfonie op zich. Het laatste deel kent tevens een hommage aan Bach doordat Brahms het fundament heeft ontleend aan Cantate Nr. 150 'Nach dir, Herr, verlanget mich'. Graf heeft in dat vierde deel nog een andere muzikale connectie gevonden die hij deelde met het publiek. Een connectie die teruggaat naar Brahms' bereidheid jonge componisten een steuntje in de rug te geven. Eén van die componisten was Dvořák. Graf maakt zich sterk dat de tweede set Slavische Dansen, die kort na de Vierde Symfonie verschenen, een motief voor de contrabassen bevat die rechtstreeks ontleend is aan het laatste deel van de Vierde Symfonie en daarmee een ode aan Brahms. Voordat de Vierde Symfonie daadwerkelijk werd afgetrapt, ging Graf het experiment met het orkest aan door dit vierde deel te spelen en dit te combineren met het thema uit de Slavische Dansen. Een interessante kijk op de muziek van Brahms dat met veel enthousiasme door Graf werd gebracht. Zo luister je toch weer net met andere oren naar bekend werk. Zeker wanneer het werk competent en kundig door Graf en het goed spelende Residentie Orkest ten gehore werd gebracht. 

Zo ging een herfstige zondag prettig van start. En gelukkig voor alle zoetekauwen waren er nog genoeg zoete broodjes over om ook na het concert - onder invloed van een sugar rush - na te genieten van de muziek van Strauss en Brahms. 

Foto: Residentie Orkest / Houston Symphony

De zondagochtendconcerten van het Residentie Orkest staan in het teken van 'Lazy Sunday'. Een programma zonder pauze met een tweetal werken en rondom het concert activiteiten in het Zuiderstrandtheater. Ditmaal met werken van Richard Strauss en Johannes Brahms. Op vrijdagavond 6 oktober vond een 'reguliere' versie van dit programma plaats aangevuld met werk van Fauré en een nieuwe editie van de reeks One Minute Symphony. 

zaterdag 7 oktober 2017

'The Sense of an Ending': Tikkeltje afstandelijk, maar mooie verfilming


Britse boekverfilmingen hebben in de regel altijd een streepje voor. Niet alleen door de rijke literaire traditie, maar vooral door een generatie van fijne acteurs die zelfs het meest middelmatige boek nog charme mee weten te geven. Gelukkig is The Sense of an Ending allesbehalve middelmatig en is de filmversie – vooral door de vertolkingen door Jim Broadbent en Charlotte Rampling – weliswaar een tikkeltje afstandelijk, maar nog altijd zeer geslaagd. 

Julian Barnes (1946) is één van de toonaangevende hedendaagse Britse schrijvers. Zijn oeuvre loopt uiteen van het historische (Arthur & George) tot het satirische (England, England), waarbij melancholie nooit ver weg is. Zijn meest recente boek The Noise of Time over het leven van componist Dmitri Sjostakovitsj is daar een prachtig voorbeeld van. Het beste voorbeeld blijft The Sense of an Ending uit 2011 dat terecht de prestigieuze Man Booker Prize toegekend heeft gekregen. Een verfilming kon niet uitblijven en eerder dit jaar was The Sense of an Ending in de bioscoop te zien. Niet bepaald een grote publiekstrekker dus met de recente uitgave op DVD, Blu-Ray en via diverse digitale platforms is er een tweede kans om het levensverhaal van de inmiddels gescheiden en gepensioneerde Tony Webster te zien.

Een geheim
Tony woont weliswaar in het energieke en dynamische Londen, maar heeft zijn eigen bescheiden en afgezonderde nis gevonden. Een prettig huis zonder opsmuk is zijn rustpunt in een drukke stad, terwijl hij overdag zijn tijd slijt in een piepklein winkeltje gespecialiseerd in (oude) camera’s van het befaamde merk Leica. Zijn vrijgezelle dochter Susie is inmiddels hoogzwanger en leunt op hem, maar vooral op haar moeder Margaret. Tony en Margaret zijn al een tijd gescheiden, maar onderhouden een redelijke relatie. Tony is niet bepaald een eenzame en zeurende oude man, maar heel hartelijk is hij ook niet bepaald. Dit ondervindt de postbode die regelmatig bij Tony langs komt om pakketjes te bezorgen en daarbij stuit op een muur van ongeïnteresseerdheid waardoor small talk of een vriendelijk gedag er meestal niet van af kan. Een aangetekende brief wordt op dezelfde manier ontvangen, maar niet meteen door Tony geopend. Dit tekent zijn karakter, maar is tegelijkertijd ook een mooi moment in de film waarbij telkens de brief weer terugkomt. Ten langen leste, wanneer hij in de auto zit om zijn dochter rond te rijden, opent hij onachtzaam de brief. Het blijkt een brief van de notaris van Sarah Ford, de moeder van zijn eerste vriendin Veronica. De brief opent een deur naar het verleden die lang gesloten is en Tony opnieuw in contact brengt met Veronica. Een verleden waarin veel niet besproken is en nog tal van losse eindjes kent. Uiteindelijk komt een geheim uit dat een nieuw perspectief plaatst op zijn verhouding met Veronica, haar moeder maar ook een goede vriend van vroeger. Een openbaring die – gelijk Ebenezer Scrooge in A Christmas Carol - stiekem (een klein beetje) een ander mens van hem maakt. De postbode is daar wellicht het meest dankbaar voor. Hartelijkheid en het aanbod van een kop koffie doen voor hem een nieuwe wereld open gaan.

Fijn Brits
Ondanks dat het geheim dat Tony langzamerhand ontrafelt bepaald schokkend is, tekent de verfilming door Ritesh Batra zich vooral door een bepaalde mate van afstandelijkheid. Geen grote woorden of diepgewortelde emoties die tot uitbarsting komen. Slechts een mans wiens leven toch redelijk op z’n kop wordt gezet, maar het adagium keep calm and carry on als uitgangspunt lijkt te nemen. Op deze afstandelijkheid is de nodige kritiek geweest, maar dat laat onverlet dat de verfilming van The Sense of an Ending toch eigenlijk best goed werkt. Het is namelijk allemaal zo fijn Brits. Niet in de laatste plaats omdat voor deze verfilming weer een blik geweldige Britse acteurs en actrices is opengetrokken. Met namen als Charlotte Rampling, Harriet Walter, Emily Mortimer en Matthew Goode moet het scenario wel heel slecht zijn, wil het niet op z’n minst iets toonbaars opleveren. Maar de film wordt gedragen door Jim Broadbent. Een acteur die wellicht – op grond van zijn naam althans – geen publiekstrekker is, maar in vrijwel alle films waarin hij een (bij)rol vervult van grote toegevoegde waarde is. Een acteur die door velen herkend docht niet altijd erkend wordt. The Sense of an Ending wordt door hem (en overigens ook de immer geweldige Charlotte Rampling) gedragen en is misschien wel de belangrijkste reden om deze al met al toch geslaagde verfilming van Julian Barnes’ prachtige roman te kijken. 

Foto: Lumière

Lees hier mijn eerdere recensie van The Sense of an Ending van Julian Barnes uit 2012.



‘The Sense of an Ending’ was in Nederland vanaf mei in de bioscoop te zien. Recent is de film op DVD en Blu-ray verschenen. Deze recensie is gebaseerd op de Blu-ray versie. Deze recensie is gelijktijdig verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta. 

maandag 2 oktober 2017

Opera 1 oktober 2017: Een overtuigend Vlaams pleidooi voor 'Das Wunder der Heliane'


Opera Vlaanderen
Das Wunder der Heliane
(Erich Wolfgang Korngold, 1897-1957)

Ausrine Stundyte, Heliane
Tómas Tómasson, Der Herrscher
Ian Storey, Der Fremde
Natascha Petrinsky, Die Botin
Markus Suihkonen, Der Pförtner
Denzil Delaere, Der Schwertrichter

David Bösch (regie)
Christof Hetzer (decor/kostuums)

Koor en Kinderkoor Opera Vlaanderen
Alexander Joel, Symfonisch Orkest Opera Vlaanderen

De zelden uitgevoerde opera Das Wunder der Heliane van Erich Wolfgang Korngold is de seizoensopening van Opera Vlaanderen. Met solisten van niveau, een groot orkest, maar liefst twee koren en een gedurfde enscenering brengt het Vlaamse operagezelschap het magnum opus van Korngold subliem tot leven. Bovenal is het een overtuigend pleidooi om deze vergeten opera alsnog onderdeel te laten zijn van het standaardrepertoire. 

Precies negentig jaar geleden ging Das Wunder der Heliane in Wenen in première. Voor de dertigjarige Erich Wolfgang Korngold (1897-1957) zou het zijn vijfde opera betekenen. Korngold was een echt wonderkind. Al op zijn elfde schreef hij een ballet ('Der Schneemann') waarmee hij grote successen vierde. Gustav Mahler en Richard Strauss liepen met zijn talent weg terwijl zijn vader Julius Korngold (1860-1945) alles deed wat in zijn macht lag om de muzikale carrière van zijn zoon verder te helpen. Een niet te onderschatten steun aangezien Julius één van de meest prominente muziekrecensenten was in het Wenen - het epicentrum van de muziek - van het begin van de 20e eeuw. Julius was bijvoorbeeld een groot promotor van de muziek van Gustav Mahler. Korngold zou grote successen vieren in Hollywood als filmcomponist, maar zijn operasucces was minder dan gedacht. Alleen Die Tote Stadt - geschreven toe hij 23 jaar was - maakt (beperkt) deel uit van de canon van de internationale operahuizen. Das Wunder der Heliane - in de ogen van Korngold zelf zijn magnum opus - was verdoemd tot de vergetelheid. Enerzijds omdat de Romantische traditie van Richard Strauss c.s. - waar Korngold ferm onderdeel van uitmaakte - op z'n retour was en anderzijds omdat zijn Joodse afkomst ertoe zou leiden dat in de jaren dertig zijn werk tot Entartete Musik zou worden bestempeld. Twee redenen die overigens samen komen in de bemoeienis van zijn vader. Want in dezelfde tijd dat Heliane in première zou gaan, maakte Ernst Krenek (1900-1991) furore met Jonny Spielt Auf. Een opera geïnspireerd door Jazz en die ver af stond van de Romantiek van Korngold. In een poging zijn zoon te steunen, kraakte hij waar hij kon het werk van Krenek af. Ook suggereerde hij dat de muziek niet deugde. Precies hetgeen ertoe zou leiden dat zowel het werk van Krenek als Korngold door de nazi's verboden zou worden. Na de grote successen in Hollywood keerde Korngold terug naar Europa om opnieuw als serieuze componist aan de slag te gaan. De combinatie van zijn uit de tijd geraakte muzikale stijl en zijn Hollywoodjaren zorgden er echter voor dat zijn muziek nooit geheel serieus werd genomen, hoewel zijn Vioolconcert, Die Tote Stadt en zijn filmmuziek de tand des tijds hebben doorstaan en nog (relatief) vaak worden uitgevoerd. 

Muzikale krachten
Een lot dat Das Wunder der Heliane niet gegund is. Het zou nog tot 1970 duren voordat Das Wunder der Heliane voor het eerst na het nazi-verbod zou worden opgevoerd. Sindsdien is er niet bepaald een stortvloed aan producties geweest. Tekenend is dat in Nederland de opera slechts eenmalig - in 1995 -  is uitgevoerd en dan ook nog alleen concertante. In 1993 verscheen de opera voor het eerst op cd in de befaamde Entarte Musik-serie van Decca. Het RSO Berlin onder leiding van John Mauceri levert daarbij een puike uitvoering af die het luisteren meer dan waard is. Belangrijke hindernis bij het opvoeren is ook de overvloed aan muzikale krachten die nodig is om de klankwereld van Korngold recht te doen. Opera Vlaanderen is deze uitdaging aangegaan met een volledig nieuwe geënsceneerde versie onder regie van David Bösch - in Nederland bekend van een succesvolle Le Nozze di Figaro bij De Nationale Opera vorig seizoen - en met medewerking van een flink uitgebreid Symfonisch Orkest Opera Vlaanderen en maar liefst twee koren. Een uitdaging die past in de geschiedenis van Opera Vlaanderen aangezien het de voorganger was die in 1970 al eerder Heliane afstofte. En gelukkig hebben ze dat gedaan, want ondanks dat de opera in 1927 wellicht een wat gedateerde indruk maakte, zowel qua muziek als verhaal, is het een heerlijk voorbeeld van de Romantiek in de traditie van met name Richard Strauss. 

Een overtuigend pleidooi
Terecht vroeg Volkskrant-recensent Merlijn Kerkhof recent aandacht voor deze vergeten opera en schreef een lovende recensie naar aanleiding van de première in Gent. De reden overigens dat ik meekreeg dat de opera op het programma stond en ben afgereisd naar de Antwerpse première en daarmee meteen de waarde van het blijven publiceren van recensies van o.a. klassieke muziek in de landelijke dagbladen. De kans om deze opera - die ik slechts ken van de Decca-opname - live te horen, kon ik niet laten lopen. Wat een prachtige uitvoering en wat een overtuigend pleidooi om deze vergeten opera opnieuw op te nemen in het repertoire. Het Symfonisch Orkest Opera Vlaanderen overtuigde volledig en vertolkte de herkenbare klankwereld van Korngold met verve. Niet in de laatste plaats door de enthousiast en geïnformeerde muzikale leiding van Alexander Joel. Daarbij bijgestaan door een fantastisch zingend Koor Opera Vlaanderen dat - met name in de derde akte - excelleerde. Maar de mooiste bijdrage was misschien wel van het Kinderkoor Opera Vlaanderen. In de eerste en tweede akte - fameus zo bij de start van opera - galmt de bijna-engelachtige zang en begeleid door een orgel buiten de zaal naar binnen. Een prachtig effect dat met groot applaus werd beloond toen het kinderkoor aan het einde van de ruim drie uur durende opera en met een aantal knikkebollende kinderen naar voren werd gehaald. Dit alles met een aantal solisten die hun sporen hebben verdiend en zonder moeite zich staande weten te houden in het (aantrekklijke) muzikale geweld dat Korngold over het publiek uitstort. De drie belangrijkste solisten hielden elkaar in evenwicht en 'vertellen' met passie het verhaal van een wrede heerser die de Liefde in zijn land verboden heeft. Een Jezus-achtige vreemdeling tart zijn edict en is gevangengenomen. De vrouw van de Heerser - Heliane en het enige personage dat in de opera een naam heeft - bezoekt de Vreemdeling en wordt verliefd op hem. Betrapt door haar man de koning moet zij zich verantwoorden voor het gerecht waarbij de Vreemdeling zelfmoord pleegt. De Heerser - in het nauw gedreven door een woeste bevolking die uit is op bloed - dwingt Heliane om De Vreemdeling tot leven te wekken. Door haar liefde te verklaren lukt haar dit, maar uit woede doodt de Heerser haar. Uiteindelijk vinden de Vreemdeling en Heliane elkaar in hemels geluk. Dit alles in een enscenering die het beste valt te omschrijven als een woestenij en daarmee een treffen contrast vormt met de bombast en rijkdom van de muziek. Hoewel niet mooi om naar te kijken, werkt de enscenering juist door de tegenstelling en bezorgt de scène waarin de Vreemdeling weer tot leven wordt gewekt kippenvel. 

Das Wunder der Heliane van Opera Vlaanderen is een productie die iedere liefhebber van opera in het algemeen en de Romantiek in het bijzonder moet hebben gezien én gehoord. Maar vooral is deze uitvoering het bewijs dat Das Wunder der Heliane het verdient om aan de vergetelheid ontworsteld te worden. 

Foto: Opera Vlaanderen


Opera Vlaanderen voert van 15 september t/m 10 oktober 2017 'Das Wunder der Heliane' van Erich Wolfgang Korngold in zowel de Opera van Gent als Antwerpen uit. Meer informatie en kaarten bestellen hier

zaterdag 30 september 2017

Concert 28 september 2017: De muzikale talkshow van het Residentie Orkest


Residentie Orkest Masterclassics

Schubert: Symfonie Nr. 8 Unvollendete
Mendelssohn Bartholdy: Vioolconcert in e

Liza Ferschtman (viool), Lex Bohlmeijer (presentatie)
Jan Willem de Vriend, Residentie Orkest
Zuiderstrandtheater, Den Haag

Met de serie Masterclassics stelt het Residentie Orkest meesterwerken uit de klassieke muziek centraal. Muziek die we allemaal door en door kennen en daarom maar weinig met 'frisse oren' wordt gehoord. In een beperkt gescripte en daarmee gezellig rommelige toelichting komt het plezier van muziek maken naar boven en klinken het Vioolconcert van Mendelssohn en Schubert's Onvoltooide toch net dat beetje anders. Niet in de laatste plaats door het aanstekelijke enthousiasme van Jan Willem de Vriend en het vakmanschap van Liza Ferschtman. 

Het is geen geheim dat vrijwel alle orkesten experimenteren met de wijze waarop het publiek bij klassieke muziek wordt betrokken. Eén van die vormen is de muziek in een kader plaatsen. Niet via de bekende inleiding voorafgaand aan het concert, maar juist tijdens en met gebruikmaking van de musici zelf. Onder de noemer Masterclassics programmeert het Residentie Orkest onbetwiste meesterwerken van de klassieke muziek in een programma zonder pauze, maar met gesprekken over de muziek met de musici zelf. Voor de eerste Masterclassics van dit seizoen staat een wel zeer klassiek duo op het programma: het Vioolconcert van Mendelssohn en de Onvoltooide van Schubert. Twee prachtige voorbeelden van de Romantiek die garant staan voor een volle zaal. Een zaal die in grote meerderheid de werken al kende aangezien bij de vraag of iemand de werken nog niet had gehoord een minderheid van vingers omhoog ging. Dat is meteen ook het aardige aan deze formule: het concert is deels een muzikale talkshow waar het Residentie Orkest Lex Bohlmeijer (Radio 4) heeft gevraagd om als presentator op te treden. De formule is simpel: voorafgaand aan elk werk interviewt Bohlmeijer de musici over het werk waarbij ter illustratie enkele fragmenten worden uitgevoerd. Daarna volgt de volledige uitvoering. In dit geval betekent dat bijna een uur aan muziek gekoppeld wordt aan twee keer een kwartier muzikale talkshow. Resultaat: een fijn programma van ongeveer anderhalf uur zonder pauze. Niet voor niets beginnen Masterclassics om half negen in plaats van het gebruikelijke kwart over acht.

De voltooide Onvoltooide
In tegenstelling tot de gebruikelijke gang van zaken start het programma niet met het vioolconcert, maar met een symfonie. Niet in de laatste plaats omdat Schubert's Achtse Symfonie door het onvoltooide karakter slechts twee delen kent en daarmee relatief kort is. In de zomer was in het Concertgebouw - in het kader van de Robeco SummerNights - nog een door dirigent Mario Vanzago (niet geheel geslaagde) reconstructie van een voltooide Onvoltooide te horen. Maar wie dirigent Jan Willem de Vriend - op zijn immer aanstekelijke enthousiaste wijze - over de symfonie hoort, zou weleens de conclusie moeten trekken dat de Onvoltooide wel degelijk af was. Niet alleen omdat Schubert nog jaren de tijd had om deze af te ronden, maar ook omdat Schubert in die tijd Mein Traum schreef. Mein Traum is een gedicht c.q. allegorische tekst als herinnering aan het overlijden van zijn moeder dat tien jaar daarvoor plaats vond. De Vriend, aangemoedigd door Bohlmeijer, citeerde rijkelijk uit de twee (!) delen die Mein Traum telt en maakte duidelijk dat de muziek van de Achtse Symfonie als vertaling van die teksten gezien kan worden. De Vriend betoogt daarbij dat befaamde eerste maten van de Achtse Symfonie het zakken van de grafkist van zijn moeder verbeelden en dat pas daarna de symfonie daadwerkelijk aanvangt. Hoe het ook zij: juist door deze muzikale talkshow ga je - hoe bekend de muziek ook moge zijn - toch met 'frisse oren' luisteren. 

Opnieuw verliefd
Voor violisten is het Vioolconcert van Mendelssohn wellicht het bekendste werk. Dit met name omdat het een standaardonderdeel is van het lesprogramma van violisten. Dit heeft ook als neveneffect dat sommige violisten het werk niet meer kunnen uitstaan. Rijzende vioolster Liza Ferschtman (1979) was er daar één van, maar grappig genoeg is zij jaren geleden opnieuw verliefd geworden op het werk. Zozeer zelfs dat zij een tijdje geleden een succesvolle crowdfunding-actie startte om het werk - met het Gelders Orkest onder leiding van Kees Bakels - op cd op te nemen. Een versie waarbij ze afscheid heeft genomen van een 'dik romantisch' geluid. Eenzelfde geluid dat ook terug te horen was in de uitstekende uitvoering met het Residentie Orkest. Een uitvoering die eveneens werd opgeluisterd door de muzikale talkshow, maar ditmaal met Ferschtman in de hoofdrol. Opvallend daarbij is dat waar De Vriend soms zo enthousiast was dat zijn punt niet helemaal duidelijk werd, Ferschtman juist heel duidelijk aangaf wat haar zo aanspreekt in Mendelssohn. Van het achterwege laten van een orkestrale introductie tot aan de overgangen tussen de drie delen die het een vioolconcert uit één stuk maakt. Maar ook de prachtige wijze hoe Mendelssohn de ene melodie afwikkelt en de volgende melodie introduceert. Juist ook in dit deel zag je duidelijk dat er wel afspraken waren gemaakt over de vragen en de invulling maar het grotendeels niet-gescript was. Dat zorgde soms voor wat rommeligheid (Ferschtman was even kwijt voor haar daadwerkelijke opkomst voor het spelen van het Vioolconcert), maar juist ook voor het aanstekelijke karakter van deze formule. Alle reden om de Masterclassics het komende seizoen in de gaten te houden. De Negende Symfonie van Dvořák, het Vijfde Pianoconcert van Beethoven / Schumann's Eerste Symfonie, de Zesde Symfonie van Bruckner en de Vierde Symfonie van Tsjaikovski volgen nog!


In de serie Masterclassics zet het Residentie Orkest meesterwerken uit de klassieke muziek in de schijnwerpers en licht ze toe. Ditmaal: het Vioolconcert van Mendelssohn en de Onvoltooide van Schubert. Een uitgebreidere versie van dit programma, met toevoeging van aanvullend werk van Mendelssohn en Knigge vond plaats als regulier concert op vrijdag 29 september. Op zondag 1 oktober is hetzelfde programma - zonder toelichting - tijdens het Zondagochtendconcert in het Concertgebouw. 

zaterdag 23 september 2017

Below the Surface: ondergronds, onderhuids en onverwacht


Acht dagen gegijzeld worden in een metrostelsel is geen pretje, maar is ook niet bepaald een evident uitgangspunt voor een spannende televisieserie. De makers van The Killing en Borgen denken daar anders over en hebben met Below the Surface een onverwacht spannende serie gemaakt die handig inspeelt op de huidige terroristische dreiging maar er een volkomen eigen draai aan geeft.

De recente – gelukkig grotendeels mislukte – explosie in de Underground van Londen maakt weer haarscherp duidelijk dat de terroristische dreiging vooralsnog aanwezig blijft en bij voorkeur zich richt op publieke plekken. Het openbaar vervoer in het algemeen en de metro in het bijzonder zijn daarbij doelwit zoals aanslagen in (wederom) Londen en Madrid al aantoonden. Een dreiging die overigens ook al gold voor landen als het Verenigd Koninkrijk en Spanje door aanslagen door respectievelijk de IRA en de ETA. Met Below the Surface – naar een idee van Adam Price (Borgen) en Søren Sveistrup (The Killing) – speelt geestelijk vader Kasper Barfoed hier maximaal op in door deze achtdelige serie over een gijzeling van metropassagiers in het metrostelsel onder Kopenhagen. 

Afghanistan
Wanneer drie gemaskerde mannen vijftien passagiers van een metro gijzelen wordt Philip Nørgaard opgetrommeld om de gijzeling te beëindigen. Een voor de hand liggende keuze aangezien Nørgaard niet het hoofd van de antiterrorisme eenheid is, maar zelf gegijzeld is geweest in Afghanistan en op heldhaftige wijze wist te ontsnapten. Tegelijkertijd wordt ook Louise Falck ingezet als onderhandelaar. Tikkeltje pijnlijk aangezien zij de wel/niet vriendin is van Philip en zij juist die ochtend een ‘bijzonder’ gesprek hadden over de aard van de relatie. Hoewel het pijnlijke een grote rol lijkt te gaan spelen, is daar in de resterende afleveringen eigenlijk niet zoveel van te merken. Wat overigens de vraag doet opkomen waarom in het scenario überhaupt gekozen is voor dit tikkeltje Hollywood in een verder vrij strakke en no-nonsense productie. Voor de hand ligt dat de gijzelnemers iets van doen hebben met Afghanistan of in ieder geval moslimterroristen zijn. Het Engelse accent van de gijzelnemers wijst hier ook op. Opvallend daarbij is dat de gijzelnemers bijzonder goed voorbereid zijn en gebruik maken van bijzonder professioneel en militair instrumentarium. Het metrostelsel van Kopenhagen ondergaat een grote verbouwing waardoor de gijzelnemers worden vastgehouden in een verlaten stuk van de metro vlak onder de monumentale en prachtige Frederikskerk. Ze zitten er duidelijk niet voor de korte termijn. 

Onverwacht spannend
Philip, Louise en hun team hebben een tijdelijk hoofdkwartier gemaakt in de bouwkotten rondom de Frederikskerk waarbij een bouwlift een directe verbinding vormt tussen de gijzelaars onder en het normale leven boven. De gijzeling duurt acht dagen waarbij elke aflevering één dag duurt. Aangezien een gijzeling nu niet bepaald een aaneenschakeling is van actie, maar vooral wachten, ligt voor de hand dat het allemaal niet bijster spannend is. Behalve natuurlijk bij de start en het einde van de gijzeling. Het aardige aan Below the Surface is dat de makers de spanning weten op te bouwen, maar tegelijkertijd ook veel ruimte geven aan de dynamiek rondom de gijzelaars met uiteraard enkele flashbacks. Een dynamiek die overigens ook wordt geholpen door het feit dat – in tegenstelling tot de meeste andere Scandinavische series, maar in lijn met Amerikaanse series – de afleveringen een kleine drie kwartier duren en geen uur. Ook worden aanvullende verhaallijnen geïntroduceerd rondom de achterblijvers en in het bijzonder journaliste Naja Toft die een directe lijn heeft met de gijzelnemers. De ontknoping is daarom relatief onverwacht, maar tegelijkertijd (redelijk) geloofwaardig waardoor Below the Surface meer dan de moeite waard is om te zien en garant staat voor onderhuidse spanning. Een uitstekende serie voor de aankomende herfstige avonden. 

Foto: Lumière


Recent is ‘Below the Surface’ op DVD verschenen en tevens te zien via het online platform van Lumière. Een Blu-ray versie is ditmaal niet beschikbaar.

woensdag 20 september 2017

Het Prinsjesdagconcert 2017: het Residentie Orkest in optima forma


Medina Calle: One Minute Symphonyy: Aisa fa mberi doti
Van Hemel: Intrada for Brass Instruments
Rachmaninoff: Piano Concert Nr. 2
Stravinsky: Petrushka

Boris Giltburg (piano)
Nicholas Collon, Residentie Orkest
Zuiderstrandtheater, Den Haag

Een Prinsjesdag zonder Prinsjesdagconcert is als de Troonrede zonder tekst. De Troonrede had - door het gebrek aan missionair kabinet - dit jaar weinig om het lijf, maar dat gold zeker niet voor het Prinsjedagconcert van het Residentie Orkest. Een Russisch programma met enkele toevoegingen van eigen bodem bewees opnieuw dat het orkest onder leiding van aankomend chef-dirigent Nicholas Collon en met hulp van artist in residence Boris Giltburg een renaissance ondergaat.

Hoewel het jaarlijkse optreden van het Residentie Orkest in het Zuiderpark het nieuwe culturele seizoen opent, is het traditionele Prinsjesdagconcert feitelijk de seizoensstart. Een start die past bij de traditie en het Haagse karakter van het eerbiedwaardige orkest. Maar ook een start die minder traditioneel is dan je op voorhand denkt. Natuurlijk is dit concert nog altijd voor een groot deel het domein van de Haagse elite met vertegenwoordigers van het stadsbestuur, het kabinet, de volksvertegenwoordiging en diplomaten die vanuit de diverse borrels rechtstreeks de gang naar het Zuiderstrandtheater maken. Een gang die leidt tot een concert waar in de regel eerder wordt gekozen voor Music for the Millions dan experimentele moderne klassieke muziek. Een programma waar het Tweede Pianoconcert van Rachmaninoff een hoofdrol speelt, lijkt het easygoing karakter van het concert te onderstrepen, maar dat is buiten het Residentie Orkest Nieuwe Stijl gerekend. Een orkest dat sinds 2011 investeert in community outreach en via het educatieve programma inmiddels jaarlijks 30.000 schoolkinderen bereikt. Dit seizoen staat ook in het teken van de samenwerking met het Koninklijk Conservatorium waarbij tien veelbelovende componisten-in-de-dop de kans krijgen om een één minuut durende symfonie te schrijven die door het orkest op diverse momenten door het jaar heen gespeeld worden. Een symfonie die niet in splendid isolation wordt geschreven, maar in het geval van de symfonie van de Canarische Eilanden afkomstige Germán Medina Calle (1995) hem naar de Haagse Markt bracht waar hij in gesprek raakte met twee Surinaamse vrouwen. Hun verhaal vertaalde hij naar zijn symfonie Aisa fa mberi doti. De combinatie van het filmpje over zijn gesprek met de twee vrouwen en daarna het werk zelf gaf een toelichting en dimensie die bij nieuw werk vaak ontbreekt. Een mooi initiatief waarmee het Residentie Orkest wederom maatschappelijke meerwaarde laat zien.

De muzikale Nosferatu
Sowieso was het een avond van afwisseling. Want voordat het concert daadwerkelijk begon, ging het orkest - het is en blijft Prinsjesdag - voor in het Wilhelmus en kwam na de One Minute Symphony het Intrada van de Nederlandse componist Oscar van Hemel (1892-1981) op de lessenaars. Een bijzonder passend werk aangezien Hemels het schreef voor Prinsjesdag en het in 1954 voor het eerst bij de Staten-Generaal was te horen. Na al deze korte werken met overduidelijke Nederlandse connotatie was het vervolgens Rusland wat de klok sloeg. Te beginnen met het prachtige en romantische Tweede Pianoconcert van Sergei Rachmaninoff (1873-1943) dat hij aan het begin van de Twintigste Eeuw schreef. Een werk dat vraagt om een virtuoze pianist en een samenspel tussen solist en orkest dat nauw luistert. De Russische Boris Giltburg (1984) is dit jaar artist in residence bij het Residentie Orkest mede vanwege de 'klik' die het orkest bij hem had. In de uitvoering van gisteravond was dit overduidelijk. Er werd zowel door het orkest als Giltburg uitstekend gemusiceerd waarbij met name opviel dat Giltburg koos voor een 'vloeiende' en vooral niet 'puntige' speelwijze. Lyrisch, intensief en emotioneel zijn woorden die het beste omschrijven wat er te horen viel. Diezelfde intensiteit kwam ook terug in de wijze waarop Giltburg zich bijna letterlijk stort in de piano. Met vol gebogen rug en een dramatische 'lijzige' toets werpt Giltburg zich op de muziek. Wie hem bezig zag, zag wellicht een soort muzikale Nosferatu in hem door zijn houding en lange vingers. Uiteraard wel het goede soort. De chemie tussen generatiegenoten Nicholas Collon (1983) was evident en zowel orkest als pianist gaven hun visitekaartje af. 

Een felle en directe Petrushka
Na de pauze stonden orkest en dirigent er alleen voor in Stravinsky's ballet Petrushka. Overigens niet met de versie uit 1911, maar een latere - meer spaarzaam georkestreerde - versie uit 1947. Een versie die daarmee feller en directer is. Een versie die veel vraagt van het technisch vermogen van het orkest. Het schijnt dat het orkest flink gerepeteerd heeft voor deze uitvoering en dat was te horen ook. Het orkest leek weinig moeite te hebben met de vele ritmische wendingen die Stravinksy in petto heeft in zijn ballet over het gelijknamige poppenkastfiguur. Een verhaal waarbij de eerste vrolijkheid over de met leven begenadigde Petrushka en zijn liefde voor een ballerinapop uiteindelijk tragisch afloopt doch niet zonder dat de geest van Petrushka nog de laatste lach heeft. In vier tableaus weet Stravinsky via programmatische muziek het verhaal te schilderen. Daarbij was het overigens handig dat - zoals wel vaker bij concerten van het Residentie Orkest (en inmiddels vele andere orkesten) - dat de Wolfgang-app beschikbaar was. Juist bij deze muziek van grote meerwaarde omdat de app uitleg geeft over het verhaal op het muzikale moment zelf. 

Vanaf 2018 maakt de huidig 'vaste dirigent' Nicholas Collon de overstap naar chef-dirigent en artistiek adviseur van het Residentie Orkest. Voor zijn komst - mede met dank aan Jan Willem de Vriend en Richard Egarr - was het Residentie Orkest weer op de weg terug, maar dit concert en voorgaande concerten maken duidelijk dat de chemie klopt en dat Collon en het Residentie Orkest een muzikaal winnende combinatie is.


Ter gelegenheid van Prinsjesdag vindt sinds jaar en dag het Prinsjesdagconcert door het Residentie Orkest plaats. Dit jaar vond de zeventigste editie plaats op dinsdag 19 september 2017 in het Haagse Zuiderstrandtheater. 

vrijdag 15 september 2017

Concert 12 september 2017: Een fenomenaal afscheid van Maria João Pires


Mozart: Symfonie Nr. 35 'Haffner'
Mozart: Pianoconcert Nr. 20
Beethoven: Pianoconcert Nr. 4

Maria João Pires (piano), Ashot Khachatourian (piano)
Orkest van de Achttiende Eeuw
Concertgebouw, Amsterdam

Zonder dirigent, maar met een extra pianist toog het Orkest van de Achttiende Eeuw naar het Concertgebouw. Een gedenkwaardig concert met een fenomenale uitvoering van het Vierde Pianoconcert van Beethoven door Maria João Pires was het gevolg. Maar wel een concert met een melancholisch randje: het betrof het allerlaatste optreden van Pires in het Concertgebouw.

Alsof een bom insloeg, zo was de reactie van het publiek toen Maria João Pires bij de inleiding duidelijk maakte dat het concert van die avond haar laatste optreden in het Concertgebouw zou zijn. Een inleiding voor de Vrienden van het Concertgebouw en enthousiast aan elkaar gepraat door Sieuwert Verster, directeur van het Orkest van de Achttiende Eeuw waar niet alleen Pires acte de presence gaf maar ook Ashot Khachatourian. In het kader van haar geliefde Partitura Project dat tot doel heeft muziek centraal te stellen door musici van verschillende generaties bij elkaar te brengen zonder een competitief element. Hierdoor krijgt Khachatourian - verre familie van de gelijknamige componist van o.a. de Sabeldans en Spartacus - de mogelijkheid om met Pires en het Orkest van de Achttiende Eeuw mee op tournee te gaan en zo dus ook op te treden in het Concertgebouw. Voor hem dus zijn eerste optreden en voor Pires haar laatste. Pires stopt later dit jaar als pianist. Niet omdat haar muzikale krachten afnemen, maar omdat zij zich (zichtbaar) ongemakkelijk voelt door de toenemende competitie in de wereld van de klassieke muziek en de focus op de grote namen. Zij vindt dat dit ten koste gaat van de muziek. In een nogal Freudiaanse verspreking gaf ze aan dat deze keuze haar de mogelijkheid geeft om die dingen te doen die ze 'echt leuk' vindt. Hoewel er zeker enige waarheid in haar waarneming huist, wordt er toch heel veel mooie muziek gemaakt zonder aanziens des persoons en is het toch wel heel jammer dat Pires op de internationale concertpodia gaat ontbreken. 

De directheid en beperkt bereik van de fortepiano 
Zeker wanneer muziek zo tot leven komt als op deze avond. Een concert waar geen dirigent aan te pas komt. Niet helemaal uit vrije keuze aangezien Frans Brüggen, oprichter en muzikaal leidsman van het Orkest van de Achttiende Eeuw, ruim drie jaar geleden overleed. Het orkest twijfelde lang of het door moest gaan, maar besloot gelukkig om - met hulp van bevriende musici en (gast)dirigenten - het werk van Brüggen voort te zetten. Voor Tournee 140 koos het orkest bewust voor geen dirigent en nam de jonge concertmeester de honneurs waar om het tempo te bepalen. Maar eigenlijk deed hij veel meer dan dat en was hij feitelijk de dirigent van dienst. Dat dit geen handicap is, bewees een heerlijke vrije en uitgelaten doch strak gespeelde Symfonie Nr. 35 van Mozart. Een werk dat was gekozen zodat in ieder geval tijdens één onderdeel van het concert alle leden van het orkest een rol hadden. Hierna was het de beurt aan Ashot Kachatourian die - net als tijdens de concerten in Brugge en Arnhem daarvoor - het liefst het Derde Pianoconcert van Beethoven  had gespeeld. Het Concertgebouw zag een doublure met een ander concert en zo kwam het prachtige Pianoconcert Nr. 20 van Mozart op de lessenaar. Een dreigend en betoverend pianoconcert dat de klankwereld van Don Giovanni deelt. Niet alleen was het een ander pianoconcert, maar moest de talentvolle Kachatourian ook de omslag maken naar de fortepiano. Het is ook in letterlijke zin het Orkest van de Achttiende Eeuw. Een instrument dat directer, maar ook een 'beperkter' bereik heeft dan moderne piano's. Dit zorgt ervoor dat solist en orkest meer dan ooit met elkaar rekening moeten houden wat leidt tot een dynamiek die je eerder verwacht bij kamermuziek dan bij een orkestrale uitvoering. Ondanks dat Kachatourian in de cadenzas wat foutjes maakte, was het een uitstekende uitvoering van één van Mozart's mooiste werken.

Een fenomenale en 'zingende' Beethoven
Een werk dat Maria João Pires enige faam heeft opgeleverd door  Attrazione d'Amore van Frank Scheffer. In deze documentaire zien we een (openbare) repetitie met Riccardo Chailly op de bok en Pires achter de piano. Zodra Pires de eerste noten hoort, verstijft ze in het besef dat ze op het verkeerde concert rekende. Gelukkig heeft het Pianoconcert Nr. 20 een lange orkestrale inleiding die Chailly ten volle benut om op Pires in te praten. Het briljante aan zowel deze scene als het talent van Pires is dat zij zich op tijd herpakt en ze foutloos het concert speelt. Over klasse gesproken.  Een lunchconcert dat plaats vond in het Concertgebouw. Een concertpodium dat ze - als solist althans - nooit meer zal betreden. En hoe jammer dat is, werd duidelijk door een fenomenale uitvoering van het Vierde Pianoconcert van Beethoven. Zoals een mede-concertbezoeker het treffende verwoordde: Pires liet het werk zo 'zingen' dat zij gerekend moet worden tot de allergrootsten. Haar beheersing was volledig en het samenspel met het Orkest van de Achttiende Eeuw voorbeeldig. Opvallend was dat op de momenten dat ze niet speelde ze nogal melancholisch keek. Misschien met het oog op haar huidige gevoel bij hoe de wereld van de klassieke muziek zich ontwikkelt en haar naderende afscheid als solist of gewoon concentratie. Hoe het ook zij, het publiek lustte er wel pap van en mocht rekenen op een intiem toegift: een versie van de Actus Tragicus van Bach voor quatre mains. Een mooi slot van een heerlijke concert dat duidelijk maakt dat het Concertgebouw de komende jaren er muzikaal een beetje armer op is geworden.

Maria João Pires en het verkeerde concert: 


In het kader van een korte tournee trad het Orkest van de Achtiende Eeuw, met medewerking van pianisten Maria João Pires en Ashot Khachatourian, op in het Concertgebouw. Eerder traden zij op in Brugge en in de nieuwe concertzaal van Musis Sacrum in Arnhem.  De tournee eindigt op 17 september in Eindhoven.

zaterdag 9 september 2017

Tweemaal Candice Millard: 'River of Doubt' en 'Destiny of the Republic'


Biografieën van Amerikaanse presidenten zijn er in overvloed, maar de wijze waarop Candice Millard de levens van haar hoofdpersonen beschrijft is een klasse apart. Haar boeken over het leven van Theodore Roosevelt na zijn presidentschap en de aanslag op James Garfield en de nasleep ervan zijn onmisbaar voor een ieder geïnteresseerd in de levens van twee bijzondere presidenten. 

Als voormalig schrijver en redacteur van het eerbiedwaardige National Geographic ligt het niet meteen voor de hand om je te storten op de levens van Amerikaanse presidenten. Toch is dat precies wat Candice Millard heeft gedaan. In 2006 verscheen haar eerste boek River of Doubt over de Amazone–expeditie van Theodore Roosevelt. In 2012 volgde Destiny of the Republic over James Garfields onverwachte zegetocht naar het presidentschap en de aanslag op diens leven. Beide boeken waren een commercieel en kritisch succes. Inmiddels heeft ze haar horizon opnieuw verbreed, ditmaal met Winston Churchill. Afgelopen mei verscheen Hero of the Empire waarin zij zich richt op een minder bekend deel van het leven van Churchill: zijn tijd in Zuid-Afrika tijdens de Boerenoorlogen. Maar hier gaat het om Theodore Roosevelt (1858-1919) en James A. Garfield (1831-1881). Non-fictie die Millard naar het niveau van een meeslepende roman brengt. 

De laatste uitdaging voor Theodore Roosevelt
Theodore Roosevelt was bij leven al een legende. Oorlogsglorie verkreeg hij door het leiden van de Rough Riders tijdens de Spaans-Amerikaanse Oorlog (1898). Hij gaf hiervoor een positie in het kabinet van president McKinley op, maar zou vervolgens verkozen worden tot gouverneur van New York. Niet veel later werd hij Vice President onder McKinley. Niet lang na zijn herverkiezing zou McKinley ten prooi vallen aan een moordaanslag en werd Roosevelt de 26e President van de Verenigde Staten. In zijn (bijna) twee termijnen ontving hij de Nobelprijs voor de Vrede voor zijn bijdrage aan het beëindigen van de oorlog tussen Japan en Rusland en legde hij de basis voor het Panamakanaal. Aangespoord door zijn afkeuring van het beleid van zijn opvolger William Howard Taft verliet hij de Republikeinse Partij en poogde het duopolie van Republikeinen en Democraten te doorbreken met de Progressieve Partij die in de volksmond de ‘Bull Moose Party’ werd genoemd naar de typering door een journalist over de fitheid van Roosevelt. Roosevelt zou de duopolie niet verbreken, maar kreeg wel meer stemmen dan Taft. Democraat Woodrow Wilson ging er – feitelijk door toedoen van Roosevelt - met het presidentschap vandoor.

Deze grote teleurstelling deed Roosevelt zich niet alleen terugtrekken op zijn landgoed, maar betekende ook dat hij door vele voormalige vrienden, kennissen en partijgenoten met de nek werd aangekeken. Een nieuwe uitdaging riep en uiteindelijk – eigenlijk bij toeval – werd het een expeditie naar de Amazone om de zogenaamde ‘River of Doubt’ (Rio da Dúvida) volledig in kaart te brengen. Dit in een tijd dat er nog steeds delen van de Aarde onontdekt waren, niet in de laatste plaats het grotendeels onbegaanbare en levensgevaarlijke Amazone-gebied. De Roosevelt-Rondon Scientific Expedition zou onder leiding van de bekende Braziliaanse ontdekker Candido Rondon en Roosevelt in 1913-1914 de rivier in kaart brengen. Een reis met grote tegenslagen, ziekte, dood en moord. Een reis die de boeken zou ingaan als de laatste uitdaging voor Roosevelt. Het knappe aan River of Doubt is dat Millard op meeslepende wijze de (barre) tocht schrijft met volop oog voor de pracht én het gevaar van de Amazone. Niet verwonderlijk gezien haar achtergrond bij National Geographic, maar bijzonder genoeg voelt zij zich net zo thuis in de evenzo meeslepende wijze waarop ze de politieke context van die tijd in het algemeen en die van Roosevelt in het bijzonder duidt en beschrijft. Een geweldig boek dat het meer dan waard is om meer dan eens te lezen. 

Een gek, een genie en president Garfield
Zoals een aanslag Roosevelt het presidentschap opleverde, zo maakte een moord een einde aan het presidentschap van James A. Garfield. Garfield was de 20e president van de Verenigde Staten en was president in de zogenaamde Gilded Age. Een periode gemarkeerd door een periode van grote economische groei en de volwassenwording van het Wilde Westen en de hernieuwde opname van het Zuiden na de Burgeroorlog. Een tijd van de robber barons en politieke machines die veelal ondermaatse en weinig indrukwekkende presidenten opleverden. Een kwalificatie die overigens niet voor Garfield geldt. Zijn kandidaatstelling tijdens de Republikeinse Conventie van 1880 was compleet onverwacht en voor de kandidaat in kwestie ongewenst. De strijd tussen James G. Blaine, Ulysses S. Grant en John Sherman was van epische proporties met uiteindelijk de Dark Horse-kandidatuur van Garfield. Met Destiny of the Republic laat Millard haar licht schijnen op die periode. 

In tegenstelling tot River of Doubt kan Millard niet teren op haar National Geographic-ervaring aangezien er geen Amazone of iets vergelijkbaars aan te pas komt. Maar ook hier weet ze op meeslepende wijze een verhaal te vertellen. Een verhaal dat alterneert tussen drie hoofdrolspelers die ze voorziet van context en betrokkenheid bij de aanslag op Garfield: aanslagpleger Charles Guiteau, uitvinder Alexander Graham Bell en uiteraard James Garfield zelf. De rollen van Garfield en vooral de volstrekt gestoorde Guiteau zijn evident, maar de uitvinder van de telefoon is dat toch minder. Bell was echter meer dan alleen de vader van de telefoon, maar in die periode was hij ook bezig met het ontwikkelen van een metaaldetector. Juist het instrument dat nodig was om de kogel die nog in Garfields lichaam zat te ontdekken. Op wederom onnavolgbare wijze schetst Millard het politieke systeem van die tijd, maar ook de hopeloos ineffectieve staat van de medische professie. Een professie die voor een groot deel niet geloofde in bacteriën en door niet-gesteriliseerd handelen vaak de patiënt meer schade deed dan goed. Millard maakt overtuigend duidelijk dat Garfield de moordaanslag had kunnen overleven als de artsen zich op de hoogte hadden gesteld en juist gebruik hadden gemaakt van de reeds aanwezige kennis voor steriele behandeling. De grote vorderingen die Bell met zijn metaaldetector maakte ten spijt. Het knappe aan Destiny of the Republic is dat Millard zo meeslepend schrijft dat je – hoewel je beter weet – denkt dat de inzet van Bell er alsnog toe leidt dat Garfield er bovenop komt. Helaas voor Garfield overleeft hij zijn doodstrijd van bijna drie maanden niet waardoor de Verenigde Staten een president verloor die op de drempel van grootsheid stond. Ironisch genoeg maakt Millard duidelijk dat zijn dood de Verenigde Staten – voor het eerst sinds het einde van de Burgeroorlog – tot eenheid bracht. 

Met slechts drie boeken op haar naam kan Candice Millard toch al bogen op een imposant oeuvre. Voor de liefhebbers van Amerikaanse politiek in het algemeen en presidenten als Roosevelt en Garfield in het bijzonder zijn haar eerste twee boeken volstrekt onmisbaar. Dit belooft veel goeds voor haar nieuwste boek en dus voor Winston Churchill. 

‘River of Doubt. Theodore Roosevelts’s Darkest Journey’ verscheen in 2006 terwijl ‘Destiny of the Republic. A Tale of Madness, Medicine and the Murder of a President’ uitkwam in 2011. Van beide boeken is geen Nederlandse vertaling beschikbaar. Deze recensie is tevens verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta.

zondag 3 september 2017

Bizar fascinerend. 'Top of the Lake: China Girl'


Een Aziatische vrouw gevonden in een rolkoffer op het iconische Bondi Beach van Sydney vormt de spil van Top of the Lake: China Girl van Jane Campion. Het lijkt de start van een detective, maar gaat uiteindelijk over een groep mensen en hun – soms bizarre – onderlinge verhoudingen. Een moordverhaal dat vooral geen moordverhaal is en daarom zo fascineert dat de zes afleveringen voorbij vliegen. 

De Nieuw-Zeelandse Jane Campion (1954) moet een fan zijn van Alfred Hitchcock want zeker het tweede seizoen van de door haar geschreven en deels geregisseerde Top of the Lake maakt effectief gebruik van de door Hitchcock bekend geworden MacGuffin dat in de woorden van Hitchcock “een technisch element of detail is dat het verhaal in gang zet”. In het eerste zevendelige seizoen was de MacGuffin ook al niet van de lucht. Waar het op het eerste gezicht handelde over de zoektocht naar de twaalfjarige zwangere (!) Tui, ging het toch ook erg over de bijzondere bewoners van het dorpje Laketop in Nieuw-Zeeland, hun onderlinge verhoudingen maar ook de rol van de vrouw waaruit de belangstelling van Campion voor feministische thema’s blijkt. Desalniettemin was de verdwijning van Tui een belangrijk element in het geheel en verre van een sideshow. Vier jaar na Top of the Lake is daar nu dus Top of the Lake: China Girl dat – bijzonder genoeg – ook precies vier jaar na de gebeurtenissen van het eerste seizoen plaats heeft. Inspecteur Robin Griffin – in een glansrol van Elisabeth Moss – heeft Nieuw-Zeeland verruild voor Australië en bouwt in Sydney een nieuw leven op. Een leven dat ruw verstoord wordt door een naargeestige vondst. Onherkenbaar verminkt door de blootstelling aan het zeewater en gepropt in een rolkoffer spoelt het lichaam aan van een – op grond van het typische haar – vermoedelijk Aziatisch meisje. De beschadigingen en blauwe plekken aan haar nek lijken te wijzen op wurging. Deze vondst vindt pas aan het einde van de eerste aflevering plaats, maar lijkt desalniettemin de hoofdmoot te vormen van de vijf resterende afleveringen. Niets is minder waar, want Top of the Lake: China Girl gaat helemaal niet over deze (vermeende) moordzaak, maar vooral over Robin Griffin, haar collega’s en de bijzondere relatie met haar dochter Mary. 

TripAdvisor voor hoeren
De zes afleveringen van Top of the Lake: China Girl tonen een bizarre kijk op menselijke verhoudingen in het algemeen en op vrouwen in het bijzonder. Tekenend is een groepje computernerds dat dagelijks samenkomt in een koffiebar waar ze – gezeten aan een grote tafel met laptops voor de neus – hun ervaringen met Aziatische prostituees delen met elkaar én hun digitale community via recensies. Een soort TripAdvisor voor hoeren. Maar ook het politiebureau is niet vrij van misogynie. Zo moet Robin zich laten welgevallen dat één van haar collega’s nogal geporteerd van haar is en eigenlijk continu, publiek en zeer ongepast haar poogt te verleiden tot een afspraakje. Tegelijkertijd wordt ze door haar chef opgescheept met een beginnende en nogal onzekere agent. Deze Miranda Hilmarson – gespeeld door Gwendoline – GoT’s Brienne of Tarth – Christie is een vat van tegenstrijdigheden en ook nog eens zwanger van haar chef. Die op zijn beurt gewoon getrouwd is en dat geen probleem voor de werkvloer vindt. Meestal hoop je dat wanneer de werksituatie van iemand “bijzonder” is dat het thuis allemaal wat meer op orde is. Helaas voor Robin lopen werk en privéleven volstrekt door elkaar. Niet alleen omdat Miranda ook nog eens aanrommelt met Robin’s broer, maar ook omdat haar dochter Mary langzamerhand betrokken raakt bij de zoektocht naar de identiteit van ‘China girl’. Want Mary is de dochter die Robin op jonge leeftijd kreeg naar aanleiding van een verkrachting en twee dagen na haar geboorte verzorgd is door Pyke en Mary Edwards. Een gezin dat – jawel! – ook de nodige problemen kent aangezien Mary haar lesbische kant aan het ontdekken is en nog maar deels thuis is. Een rol waar Campion Nicole Kidman voor heeft gestrikt die met verve haar karakter invulling geeft. Bijzonder aangezien Kidman al vijftig jaar is en de acteur die haar man speelt slechts zevenendertig is, maar samen overtuigend overkomen als echtpaar in de problemen. Doordat Mary problemen heeft, maakt Robin haar entree als biologische moeder. Een entree die tegelijkertijd impact heeft op haar onderzoek aangezien de oudere vriend van Mary, de Duitse Alexander “Puss” Braun, betrokken is bij een bordeel dat een thuis biedt aan Thaise vrouwen die ingezet worden als prostituee en daarmee een belangrijk aanknopingspunt zijn in de zoektocht naar de identiteit van ‘China Girl’. Tegelijkertijd speelt er veel meer waaronder een illegaal netwerk van draagmoeders betaald door Australische echtparen die geen kinderen kunnen krijgen. 

Bizar verslavend
En dit alles is slechts het topje van de ijsberg van dit bijzondere vervolg. Een vervolg dat toch behoorlijk afwijkt van het eerste seizoen door de bizarre gebeurtenissen en onderlinge verhoudingen. Het aardige daarbij is dat wanneer je het allemaal op een rijtje zet er vraagtekens bij de geloofwaardigheid gezet kunnen worden. Maar door de overtuigende vertolkingen en het goede script is het bizarre het nieuwe normaal geworden. Van een huwelijksvoltrekking die – door de vondst van drugs – verplaatst wordt naar de gevangenis en daar alsnog strandt tot de avonturen van een grote knuffelpanda, je moet het zien om te geloven waarom het bizarre zo geloofwaardig én verslavend uitpakt. Want verslavend is het zeker. Daar waar bij het vorige seizoen binge-watching niet echt aan de orde van de dag was, is dat bij Top of the Lake: China Girl tegengesteld. Het is verdraaid lastig om het bij één aflevering te houden. Met dan aan dat aloude Hitchcock-instrument de MacGuffin. 

Foto: Lumière



‘Top of the Lake: China Girl’ is in augustus op DVD en Blu-ray en wordt uitgegeven door Lumière. Tevens te zien via het digitale platform van Lumière.

zaterdag 2 september 2017

Concert 30 augustus 2017: Daniele Gatti's emotionele Bruckner


Robeco SummerNights 2017

Von Weber: Ouverture uit Euryanthe
Rihm: IN-SCHRIFT
Bruckner: Symfonie Nr. 9 Dem lieben Gott

Daniele Gatti, Koninklijk Concertgebouworkest
Concertgebouw, Amsterdam

Een chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest kan zich niet onttrekken aan de indrukwekkende Bruckner-traditie van het orkest. Gatti waagde zich vorig jaar voor het eerst aan Bruckner met diens Vierde Symfonie. Ditmaal was het de beurt aan Bruckner's zwanenzang. Wat volgde was een zeer eigenwijze en emotionele vertolking van Bruckner's machtige Negende Symfonie. 

De Bruckner-traditie van het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) is in veel opzichten bijzonder. Daar waar die andere muzikale voorliefde, de muziek van Gustav Mahler, een evenzo belangrijke rol in het repertoire van het KCO neemt, is dat bepaald niet een exclusieve aangelegenheid van het Amsterdamse orkest. De concertreeksen gewijd aan het werk van Mahler zijn niet aan te slepen en je telt als dirigent niet mee wanneer je niet alleen een Beethoven-cyclus, maar ook jouw Mahler-inzichten voor het nageslacht bewaard zijn gebleven. Dat ligt bij Bruckner toch behoorlijk anders. Ondanks dat zijn werk in steeds meer concertzalen over ter wereld uitgevoerd wordt en maandelijks nog nieuwe opnames verschijnen van met name zijn negen symfonieën blijft de uitvoering van zijn werk toch vooral beperkt tot Nederland en de Duitstalige landen. En in die uitvoeringspraktijk voert het KCO - met dank overigens aan de standaard gezet door de Bruckner-opnames door Bernard Haitink voor Philips - zonder twijfel de boventoon. Iedere nieuwe dirigent van het KCO moet zich daarom bewijzen in Mahler, maar misschien nog wel belangrijker: in Bruckner. Een uitdaging die Gatti in volle overtuiging vorig jaar voor het eerst en nu weer is aangegaan.

Een eigenwijze Bruckner
Nog voordat Gatti vorig seizoen formeel aantrad als slechts de zevende dirigent in de bijna 130-jarige geschiedenis van het orkest lag de Vierde Symfonie van Anton Bruckner (1824-1896) al op de lessenaar als onderdeel van de Robeco SummerNights 2016. Met een imponerende uitvoering van deze Romantische 'Jacht'-symfonie liet Gatti een overtuigend Bruckner-visitekaartje achter. Een jaar later en wederom tijdens de Robeco SummerNights en dus vlak voor de RCO Opening Night als start van het nieuwe seizoen dus weer Bruckner. Hoewel een prachtige Bruckner-uitvoering een noodzaak is voor een KCO-chef is dat bij Gatti op voorhand geen uitgemaakte zaak. Inmiddels een jaar verder kenmerkt zijn muzikale leiderschap zich door durf en rafelranden. Van Gatti mag het schuren, het gaat het immers om de emotie van de muziek. Deze aanpak is verre van risicoloos en heeft geleid tot briljante uitvoeringen, maar ook behoorlijke mislukkingen. Eén ding is daarbij zeker: gebaande paden tref je bij Gatti zelden aan. Ook zijn visie op de Negende Symfonie verraadt die insteek. Maar gelukkig leidde een eigenwijze uitvoering allerminst tot een tegenvallend resultaat. Opvallend daarbij was de grote emotie die Gatti in het werk stopte. Emotie die volstrekt zichtbaar werd bij het wegsterven van de laatste noten van het prachtige Adagio dat door de dood van Bruckner het sluitstuk vormt van de symfonie, ondanks een aantal (relatief geslaagde) pogingen om de finale te reconstrueren. De muziek had overduidelijk een aanslag gepleegd op het gemoed van Gatti. Een emotie die versterkt werd door het feit dat Gatti het orkest en het publiek geen pauze gunde door de delen attacca op elkaar te laten volgen. Hiermee werd het contrast tussen de delen vergroot en daarmee de emotie verdiept. Het eerste deel werd door Gatti relatief langzaam - gelijk de legendarische Carlo Maria Giulini - genomen waardoor de intensiteit en daarmee de langzame opbouw naar een prachtig hoogtepunt mogelijk werd. Dit werd gevold door het Scherzo dat - in de handen van Gatti - allesbehalve schertsend was. Als geen andere dirigent liet hij daarbij het duivelse en het hemelse alterneren. Niet eerder hoorde je zo duidelijk de vogeltjes fluiten én het orkest als stoomwals opgezweept door een bijna manische Gatti. Uiteindelijk culminerend in een prachtig genomen Adagio. Een echte Gatti-Bruckner die vast niet iedereen bevalt, maar een eigen plek heeft naast de meer gangbare en nog altijd toonaangevende uitvoeringen door bijvoorbeeld Haitink. De emotie die Gatti bij zichzelf losmaakte werd beantwoord door het publiek dat evenzo geconcentreerd dit avontuur met hem was aangegaan. 

Rihm en Weber
Dit in markant contrast met het avontuur dat voor de pauze werd aangegaan met de uitvoering van IN-SCHRIFT (1995) van Wolfgang Rihm (1952). Een twintig minuten durend orkestraal werk voor met name blazers en slagwerk dat twee muzikale lagen moet voorstellen die tegen elkaar schuren als een oceaanstomer op zee. Een muziekstuk dat ondergetekende niet kon bekoren. Het is ontzettend goed dat Gatti als ambassadeur van moderne muziek optreedt. Als KCO-chef is dat nobele oblige. Een taak waar Jansons zich met weinig overtuiging van afmaakte. Die overtuiging was er bij Gatti zonder meer. Het publiek was deels laaiend enthousiast (voor de muziek of het idee van de muziek?), maar het andere deel wist niet hoe snel ze naar de bar moesten komen. Zo snel dat Gatti bij het wederom neerdalen van de legendarische Concertgebouwtrap zich moest wurmen langs een roedel bezoekers die richting het buffet trokken. 

In eerste instantie was het de bedoeling dat het programma zou bestaan uit de tegenpolen van Rihm en Bruckner. Echter nam algemeen directeur van het KCO Jan Raes het woord voorafgaand aan het concert. Gelukkig niet met een mededeling van plotselinge ziekte van de dirigent of iets dergelijks, maar de prettige mededeling - overigens al tijden te lezen op de website van het Concertgebouw - dat aan het programma nog de Ouverture uit Euryanthe van Carl Maria von Weber (1786-1826) werd toegevoegd zodat het werk van Rihm gesandwiched werd tussen muziek uit de Romantiek. En wat een fijne toevoeging. De ouverture - profiterend van het KCO op volle oorlogssterkte nodig voor de uitvoering van Bruckner - werd met elan en plezier gebracht. Een mooie pendant voor wat nog komen zou. Zowel als tegengas voor Rihm als voorbereiding op het hoogtepunt: een Gattiaanse Bruckner.

Lees hier de recensie van de uitvoering van de Vierde Symfonie van Bruckner door het KCO onder Gatti vorig jaar. 

In juli en augustus vonden in het kader van de Robeco SummerNights een reeks zomerconcerten plaats. Meer info over de Robeco SummerNights hier