zaterdag 17 februari 2018

Simon McBurney strikes again: inventieve en wervelende The Rake’s Progress van de Nationale Opera


De Nationale Opera
The Rake's Progress
(Igor Stravinsky, 1882-1971)

Paul Appleby, Tom Rakewell
Julia Bullock, Anne Trulove
Kyle Ketersen, Nick Shadow
David Pittsinger, Trulove
Andrew Watts, Baba the Turk

Simon McBurney (regie), Michael Levine (decor)
Christina Cunningham (kostuums), Will Duke (video)
Paul Anderson (licht), Gerard McBurney (dramaturgie)

Koor van De Nationale Opera
Ivor Bolton, Nederlands Kamerorkest
Nationale Opera & Ballet, Amsterdam

In 2012 liet theatermaker Simon McBurney een overtuigend visitekaartje achter met een doldwaze enscenering van Die Zauberflöte van Mozart. Zo succesvol bij zowel publiek als critici dat de productie – tegen het gebruik in – enkele jaren later al weer werd hernomen. Met zijn kijk op The Rake’s Progress van Stravinsky herhaalt hij overtuigend dit huzarenstukje. Een inventieve en wervelende enscenering maakt The Rake’s Progress van Stravinsky tot een bijzondere en niet te missen ervaring. 

Zelden weten ‘moderne’ opera’s (lees: opera’s geschreven voor de start van de 20e eeuw) een groot publiek te bereiken. Het muzikale idioom ligt in de regel minder goed in het gehoor waardoor de vooral de werken van Mozart, Puccini, Wagner en Rossini kunnen rekenen op veel belangstellnig. Een opera uit de jaren vijftig is dan bij voorbaat gedoemd om een relatief klein publiek aan te spreken, maar dan is buiten Igor Stravinksy (1882-1971) en al helemaal Simon McBurney (1957) gerekend. Stravinsky wordt gerekend tot één van de belangrijkste componisten van de 20e eeuw. Niet in de laatste plaats vanwege de impact van Le Sacre du Printemps dat bij de Parijse première in 1913 voor een ware opstand zorgde. Op het gebied van opera is de bijdrage van Stravinsky beperkt en is zijn enige avondvullende toevoeging aan het genre The Rake’s Progress (1951). Een opera die bovendien ‘slechts’ gebaseerd is op een reeks van acht gravures van William Hogarth (1697-1764) die het leven van Tom Rakewell verbeelden. De oorspronkelijke schilderijen zijn te zien in Sir John Soane’s Museum in Londen. Een bijzonder museum aangezien het de woning van de naamgever betreft en na diens dood in 1837 in dezelfde staat is gehouden. Het huis inclusief de gehele inboedel is daarmee de museumcollectie. Stravinsky – geïnspireerd door de gravures – vroeg W.H. Auden een libretto te schrijven over het leven van Tom Rakewell. Samen met Chester Kallman voorzag hij daar uiteindelijk in. 

Een Faustiaans verhaal
Een leven dat pastoraal start in de landelijke Engelse shires waar Tom Rakewell (een verwijzing naar ‘losbol’) gelukkig is met Anne Trulove, haar achternaam zegt het al. Haar vader is minder kritisch dan je zou denken en wil alleen maar een man die deugt. Geld is voor hem geen maatstaf. Sterker nog: hij regelt voor zijn aanstaande schoonzoon een vaste baan, maar dat ziet Tom niet zitten. Dan komt Nick Shadow ten tonele die Tom een nalatenschap van een onbekende oom in het vooruitzicht stelt. Hij vertrekt naar Londen en gaat daar ten onder aan een liederlijk leven met als hoogtepunt een huwelijk met Baba de Turk, de vrouw-met-de-baard die grote bekendheid in de Londense scene geniet. Tom’s rijkdom vloeit weg en uiteindelijk eindigt hij berooid op het moment dat Nick Shadow zijn tegemoetkoming claimt: zijn ziel. Nick Shadow blijkt de duivel waarmee The Rake’s Progress een Faustiaanse vertelling is. Tom ontsnapt aan de duivel, maar moet zijn verstand daarvoor inleveren. Een vrolijke epiloog met alle hoofdrolspelers onderstreept nog eens de moraal van het verhaal: ledigheid is des duivels oorkussen. 

Neoklassiek
Een klassiek verhaal dat Stravinsky inspireert tot het hoogtepunt van zijn neoklassieke periode. Een opera die bewust speelt met de klassieke operavormen en tegelijkertijd een hommage is aan de Opera seria en met overtuiging inspiratie haalt uit onder andere Don Giovanni van Mozart. De rechtlijnigheid van het verhaal in combinatie met Engels als voertaal waarbij – gelijk John Adams in onder andere Nixon in China – boventiteling eigenlijk onnodig is, maakt dat The Rake’s Progress zeer toegankelijk is. Maar door de fantasie van McBurney wordt The Rake’s Progress onmisbaar. Het decor is feitelijk niet meer dan een lege kijkdoos waar McBurney de witte wanden gebruikt om zijn talent voor multimediale inzet – in dit geval letterlijk – te projecteren. Zo is The Rake’s Progress – eveneens letterlijk – een progressie van het landelijke leven naar de verleidingen van Londen en een rijk leven met de vrouw-met-de-baard. Een leven in een paleis waarbij allerhande objecten door het decor scheuren om later – wanneer Tom platzak is – te dienen als veilinghuis en eindigend in een gesticht waar Tom de prijs betaalt voor zijn liederlijk leven. Het decor is dan grotendeels gescheurd en staat symbool voor het gehavende leven van Tom. Een progressie die begon met die eerste fatale scheur: de opkomst van Nick Shadow die een leven van verleidingen in het vooruitzicht stelde. Alleen zijn Anne Trulove blijft hem trouw en is tussen de scènewisselingen de continue baken van vredigheid en liefde. 

Een teamprestatie
De heerlijke en meeslepende enscenering van McBurney staat overigens volop ten dienste van een echte teamprestatie. Want los dat er zo ontzettend veel te zien valt, is er nog meer te horen. De solisten zijn stuk voor stuk uitstekend waarbij de prestaties van Paul Appleby (Tom Rakewell), Julia Bullock (Anne Trulove) en Kyle Ketersen (Nick Shadow) elkaar amper ontlopen. Maar ook de bijrollen zijn heerlijk gecast met een overtuigende en warme vader Trulove van David Pittsinger en een heerlijke schmierende Andrew Watts als Baba de Turk. Energiek en treffend begeleid door het Nederland Kamerorkest onder een zeer enthousiaste Ivor Bolton is The Rake’s Progress nu al het hoogtepunt van dit seizoen van de Nationale Opera. 

Foto: De Nationale Opera


‘The Rake’s Progress’ van Igor Stravinsky wordt van 1 t/m 21 februari 2018 uitgevoerd door de Nationale Opera. Deze recensie is op basis van de uitvoering op donderdag 15 februari. Meer informatie en kaarten bestellen hier.

dinsdag 30 januari 2018

Opera 29 januari 2018: De Nederlandse Opera onttrekt ‘Siroe, re di Persia’ overtuigend aan de vergetelheid



Nederlandse Reisopera
Siroe, re di Persia
(Johann Adolf Hasse, 1699-1783)

Juan Sancho - Cosroe, Koning van Perzië
Nicholas Tamagna - Siroe, zijn oudste zoon
Rachel Kelly - Medarse, zijn jongste zoon
Hagar Sharvit - Emira, Prinses van Cambay / Idaspe
Myrsini Margariti - Loadice, Cosroe's geliefde
Nazan Fikret - Arasse, haar broer

Jakob Peters-Messer (regie), Markus Meyer (decor & kostuums)
Guido Petzold (lichtontwerp), Pim Veulings (choreografie)

George Petrou, Orkest van het Oosten
Theater Carré, Amsterdam

De afgelopen jaren weet de Nederlandse Reisopera telkens weer te verrassen met aansprekende producties van bekende werken van componisten als Mozart, Gluck, Verdi en Puccini. Het is daarbij lang niet altijd makkelijk om de zalen vol te krijgen, maar klassiekers zoals La Traviata en Don Giovanni vormen een goede basis voor een succesvolle productie. Met de nieuwste productie haalt de Nederlandse Reisopera een opera van een vergeten Duitse componist uit de mottenballen. Een risico, want wie zit er eigenlijk op een vergeten barokopera te wachten?

Johann Adolf Hasse, een naam die bij slechts een enkeling tot enige vorm van herkenning leidt. In de 18e eeuw was dat wel anders. In die tijd was Johann Adolf Hasse (1699-1783) een grootheid in de barokmuziek. Een Duitse componist die met bijna zeventig opera’s op zijn naam een belangrijke stem was in het genre van de Opera seria (serieuze opera). Maar na zijn gloriedagen riep de vergetelheid. In tegenstelling tot (bijna-)tijdgenoten Händel en Bach wordt zijn werk zelden uitgevoerd en zijn opnames van zijn werk weliswaar verkrijgbaar, maar vallen in het niet bij opera-grootheden zoals Mozart, Gluck, Verdi en Puccini. Om over Händel en Bach maar te zwijgen. Wat bezielt de Nederlandse Reisopera – een instelling die bepaald niet bekend staat vanwege ruimte financiële middelen – om een opera van een vergeten componist op de planken te brengen? Een opera die alleen concertante is uitgevoerd. Met een geënsceneerde Siroe, re di Persia gaat de Nederlandse Reisopera – in samenwerking met het Oldenburgisches Staatstheater – de uitdaging aan. 

Een barokke soap
Nu kan van de Nederlandse Reisopera veel gezegd worden, maar niet dat het muzikale reisgezelschap geen neus voor succes heeft. Weliswaar betreffen de meest succesvolle producties publiekslievelingen van gearriveerde componisten, maar uiteindelijk zijn dit geliefde werken geworden omdat – in de eerste plaats – de muziek aanspreekt. En dat zit bij Siroe, re di Persia (1763) vanaf de eerste noten zonder meer goed. Hasse tekent voor een levendige muzikale vertolking van het verhaal van Siroe, oudste zoon van de Koning van Perzië. Deze Cosroe heeft twee zoons en staat op het punt om één van de twee te benoemen tot zijn opvolger. Door intriges aan de kant van zijn broer Medarse lijkt Siroe zijn erfrecht ontnomen te worden. Een situatie die er bepaald niet beter op wordt wanneer in ogenschouw wordt genomen dat zijn geliefde Emira is, de dochter van Koning Asbite. Deze Asbite was de aartsvijand van Cosroe en in een recente oorlog door hem gedood. Emira – als Idaspe vermomd onderdeel van het Hof van Corsoe - zweert haar vader te wreken. Daarmee zit Siroe klem tussen de liefde voor Emira en de liefde voor zijn vader. En of dat nog niet genoeg is, heeft ene Loadice ook nog eens een oogje op hem. Maar zij is niet zo maar iemand. Loadice is de geliefde van Cosroe. Familieverwikkelingen die in Dallas of Dynasty niet zouden misstaan. Wanneer je – voorafgaand aan de uitvoering – je verdiept in het verhaal vraag je je af hoe het in godsnaam nog te volgen is. Maar dan zijn daar wederom die eerste noten. Noten die meteen de muzikale interesse wekken en je meenemen in een oriëntaals baroksprookje. Een sprookje dat – in weerwil van het complexe verhaal – prima te volgen is door een ijzeren discipline die Hasse heeft aangebracht in de muzikale vertaling. Duidelijke en korte dialogen worden gevolgd door een uiteenzetting van de emoties van één van de hoofdrolspelers. De muziek van Hasse sprankelt daarbij volop en verveelt eigenlijk geen moment. Knap voor een werk dat drie bedrijven kent en inclusief een pauze de drie uur ruim passeert. 

Geen zwakke schakels 
Een prestatie die overigens ook in hoge mate te danken is aan een heerlijk ensemble. De Nederlandse Reisopera heeft met deze productie een zeer gelukkig hand gehad, want eigenlijk zijn er geen zwakke schakels. De solisten zijn zonder uitzondering van hoog niveau en brengen Hasse’s muzikale wereld met verve tot leven. Een hoogtepunt is daarbij Juan Sancho die het meest overtuigend het duale karakter van Koning Cosroe - gevangen tussen liefde voor zijn zoons en angst voor verraad – tot leven brengt. Zijn ‘koninklijke’ aanwezigheid is daarbij van grote meerwaarde. Een meerwaarde die nog eens extra onderstreept wordt door de prachtige kostuums die een ode zijn aan een oriëntaalse fantasie en klassiek barok. Myrsini Margariti in de rol van zijn geliefde Loadice is een ander hoogtepunt in de sterke bezetting. De regie van Jakob Peters-Messer is trefzeker en het decor combineert klassieke barok met een blik op een slagveld. Een tegenstelling tussen de sprookjesachtige wereld van Duizend-en-een-nacht en de verschrikkingen van (burger)oorlog in het huidige Midden-Oosten. Een fysieke uiteenzetting van de emotionele tegenstelling waaronder Siroe en de andere hoofdrolspelers gebukt gaan. Dit alles begeleid door een energiek en oplettend spelend Orkest van het Oosten onder de kundige en geïnspireerde leiding van de Griekse dirigent George Petrou. En voor wie al die vocale hoogstandjes toch wat teveel van het goede is, kan zich richten op een viertal dansers die de solo’s van dansend commentaar voorzien. 

Met Siroe, re di Persia is de Nederlandse Reisopera de uitdaging aangegaan om in weerwil van het ontegenzeggelijke risico een opera aan het Nederlandse publiek te presenteren waar zij in gelooft. En met zo’n overtuigende invulling én uitvoering is dat een bijzonder goede keuze gebleken. 

Foto's: Nederlandse Reisopera


‘Siroe, re di Persia’ van Johann Adolf Hasse is op 26 januari jl. in première gegaan in het Wilmink Theater in Enschede en is te zien in Amsterdam (Theater Carré, 29 januari), Leeuwarden (De Harmonie, 1 februari), Utrecht (Stadsschouwburg, 4 februari), Zwolle (De Spiegel, 8 februari), Amstelveen (Schouwburg, 17 februari), Den Haag (Zuiderstrandtheater, 21 februari) en Maastricht (Theater aan het Vrijthof, 24 februari). Deze recensie is op basis van de uitvoering in Theater Carré op 29 januari 2018. Meer informatie en kaarten bestellen hier.

zaterdag 27 januari 2018

Bombastische en inzichtelijke 'instant'-geschiedenis. 'Fire and Fury' van Michael Wolff


Alles wat met Donald Trump te maken heeft, is omstreden. Het is daarom weinig verbazingwekkend dat een boek over de eerste fase van zijn presidentschap bij voorbaat tot veel discussie zou leiden. In tijden van fake news is het – al dan niet gerechtvaardigd – al snel de vraag wat waar en niet waar is, maar vooral ook wat de - al dan niet vermeende - agenda van de brenger van het nieuws is. Fire and Fury van Michael Wolff behoeft geen introductie, maar zegt – los van de inhoud – misschien nog wel het meest over de hang naar ‘instant’-geschiedenis. 

Het kijkje van Michael Wolff in de keuken van het presidentschap van Donald Trump is ongetwijfeld één van de politieke events van het nog prille jaar 2018. Enkele citaten die aan het boek vooraf gingen, zorgden voor zoveel woede bij Trump dat onophoudelijke aandacht gegarandeerd was. Een dreiging met juridische maatregelen inspireerde de uitgever van Fire and Fury. Inside the Trump White House om het boek versneld uit te geven. Resultaat: een weinig inspirerende cover en een bestseller van jewelste. Hoewel het niet gebruikelijk is dat dergelijke boeken een Nederlandse vertaling krijgen, was uitgeverij Prometheus er als de kippen bij om in een recordtempo de Nederlandse vertaling Vuur en Woede in de winkels te krijgen. De behendigheid en neus voor succes van Prometheus-eigenaar Mai Spijkers leidde zelfs nog tot een ‘hoe kwam de deal tot stand’-artikel in De Volkskrant. Ook de Nederlandse vertaling vliegt – met name in de regio Den Haag – als warme broodjes over de plank. En dat is niet zo vreemd, want voor alleen die met afgrijzen de ontwikkelingen in het Trump Witte Huis volgen en zich steeds luider afvragen hoe zo iemand in hemelsnaam verkozen kan worden tot de machtigste man ter wereld is het boek een godsgeschenk. Het bevestigt alle vooroordelen en diep gewortelde gevoelens over één van de meest polariserende politici van deze tijd. Tegelijkertijd is het voor Trump-liefhebbers een heerlijke basis om het hele fake news-arsenaal en de geheime agenda van de Trump-hatende media van nieuw elan te voorzien. En dan is er ook nog de hang naar inside information waarbij we steeds sneller en uitgebreider duiding willen hebben van het nieuwe van de dag, maar dan wel graag in een uitgebreide historische context. 

Geen klassieker
Het heeft weinig zin om Fire and Fury op de merites te beoordelen, simpelweg omdat het moeilijk vast te stellen is wat wel en niet klopt. De betrouwbaarheid van journalist Michael Wolff is al vanaf het moment dat de eerste citaten naar buiten kwamen een belangrijk onderdeel van de discussie over Fire and Fury. Een discussie die hij zelf overigens ook aanwakkert, zelfs nog de afgelopen dagen door te impliceren dat de huidige VN-vertegenwoordiger van de Verenigde Staten Nikki Haley het bed zou hebben gedeeld met Donald Trump. Een beschuldiging die zij verre van zich werpt en tegelijkertijd alleen – heel impliciet – in Fire and Fury terug te vinden is omdat Wolff – in zijn eigen woorden – niet genoeg bewijs had om het overtuigend in het boek te stellen. Het maakt zijn positie er niet bepaald beter op. Ook zijn bombastische en repetitieve schrijfstijl is niet van toegevoegde waarde. Juist ook omdat de hele periode dat hij zijn ervaringen in en rond het Witte Huis van Trump continu plaatst in een machtsstrijd tussen enerzijds Jared Kushner en Ivanka Trump (‘Jarvanka’) en anderzijds de Raspoetin van het Trump-hof Steve Bannon. Dat die tegenstellingen er zijn, lijkt evident, maar wanneer je Fire and Fury leest, vraag je toch echt af hoe mensen kunnen werken in een omgeving die blijkbaar continu in het teken staat van die allesbepalende strijd. Dat maakt het boek bepaald minder geloofwaardig. Desalniettemin is het wel de verontrustende conclusie dat ook wanneer een groot deel van Wolff’s beweringen en citaten niet klopt er nog altijd genoeg resteert om je ernstige zorgen te maken over de invulling van de machtigste positie ter wereld. Alleen al de letterlijk geciteerde openbare (en daarmee dus verifieerbare) toespraken van Trump, onder andere bij CPAC en de CIA, leveren bewijsvoering voor een president die allesbehalve presidentieel is. Het boek heeft daarmee ook nog eens gevolgen gehad, met name voor Steve Bannon. Het boek eindigt effectief met het vertrek van Bannon uit het Witte Huis maar zorgt bij publicatie ervan dat Bannon moet vertrekken bij zijn laatste bastion van invloed: Breitbart News. 

Geen politieke historici, maar historici van de politiek
Michael Wolff poogt met Fire and Fury zichzelf te plaatsen in een lovenswaardige Amerikaanse traditie van het geven van een kijkje in de keuken van de macht. Een traditie die vleugels heeft gekregen door de boeken van Bob Woodward. Bekend van het – samen met Carl Bernstein - openbaren van het Watergate-schandaal dat uiteindelijk tot het aftreden van Richard Nixon leidde, heeft Woodward zich in die jaren erna gespecialiseerd in zeer leesbare en inzicht biedende boeken over de presidentschappen en/of presidentiële campagnes van George H.W. Bush (The Commanders), Bill Clinton (o.a. The Choice), George W. Bush (o.a. Bush at War en Plan of Attack) en Barack Obama (o.a. Obama’s Wars). Zijn mantel – op het gebied van presidentiële campagnes – is de laatste jaren overgenomen door het journalistieke duo Mark Halperin en John Heilemann die met Game Change een onvervalste bestseller schreven over de verkiezingsstrijd tussen Obama en McCain. Het succes werd vervolgd met Double Down over de tweede succesvolle presidentiële campagne van Obama en het verlies van Mitt Romney. Het duo was al druk bezig met hun derde boek over de strijd tussen Hillary Clinton en Donald Trump. Maar #MeToo-beschuldigingen aan het adres van Mark Halperin hebben het boek – voorlopig – getorpedeerd. Erg jammer, want juist die campagne heeft zoveel elementen dat het goed is wanneer deze - met enige distantie – inzichtelijk wordt gemaakt. Michael Wolff is zeker niet van dat niveau hoewel hij zeker een bijdrage levert aan het inzicht in de werking van het Witte Huis van Trump, maar in hoeverre dat inzicht reikt, is door vraagtekens over de betrouwbaarheid onduidelijk. Daarbij is de snelheid waarmee dergelijke “geschiedschrijving” tot stand komt natuurlijk ook kwestieus. Net zoals de stijl van Wolff die wat dat betreft niets eens zoveel afwijkt van Halperin/Heilemann: alles is campagne en hangt samen met onderlinge vetes, geheime agenda’s en persoonlijke animositeit. Daar zal een kern van waarheid in zitten, maar zo is politiek steeds meer entertainment als voeding voor de behoefte naar ‘instant’-geschiedenis, een tak van sport die eigenlijk niet bestaat en ‘het nieuws van de dag’ in boekvorm is, maar wel de absolute waarheid van een diepgravende historicus in pacht meent te hebben. Een genre dat daarmee – noodzakelijkerwijs – eendimensionaal gebracht wordt door auteurs die zelf soms ook over een eigen politieke agenda beschikken. Historici van de politiek dragen uiteindelijk meer bij aan het begrip van en inzicht in diezelfde politiek dan politieke “historici”. Dat laat onverlet dat wanneer je met deze bril boeken zoals die van Michael Wolff leest je nog altijd het nodige opsteekt, hetgeen – zeker in het geval van Fire and Fury – nog altijd zeer verontrustend is. 

‘Fire and Fury. Inside the Trump White House’ van Michael Wolff is op 5 januari 2018 verschenen. Een Nederlandse vertaling ‘Vuur en Woede. In het Witte Huis van Trump’ van uitgeverij Prometheus is eveneens beschikbaar.

zondag 21 januari 2018

Opera 18 januari 2018: Prachtig uitgevoerde maar afstandelijke liefde in Tristan und Isolde


De Nationale Opera
Tristan und Isolde
(Richard Wagner, 1813-1883)

Stephen Gould, Tristan
Isolde, Ricarda Merbeth
Michelle Breedt, Brangäne
Günther Groissböck, König Marke
Andrew Rees, Melot
Iain Peterson, Kurwenal

Pierre Audi (regie), Christof Hetzer (decor en kostuums)
Jean Kalman (licht), Willem Bruls (dramaturgie)

Koor van De Nationale Opera
Marc Albrecht, Nederlands Philharmonisch Orkest
Nationale Opera & Ballet, Amsterdam

Het einde voor Pierre Audi als leidsman van De Nationale Opera nadert. In zijn laatste seizoen waagt hij zich aan Wagner's monumentale Tristan und Isolde. Een onthechte enscenering versterkt een afstandelijke productie die - mede door uitstekende vertolkingen door Stephen Gould en Ricarda Merbeth en het uitstekende spelende Nederlands Philharmonisch Orkest - enkele bijzondere hoogtepunten kent, doch niet volledig overtuigt. 

Eindigheid is een thema dat nauw verbonden is met Tristan und Isolde van Richard Wagner (1813-1883). Niet alleen de eindigheid van Tristan en Isolde die hun liefde gedwarsboomd zien door de dood, maar ook het vergankelijke van musici verbonden met deze mijlpaal in de muzikale geschiedenis. Want niet alleen de eerste Tristan vond enkele weken na de première zijn dood. Ook beroemde dirigenten zoals Felix Mottl en Joseph Keilberth lieten - rond hetzelfde moment in de Tweede Akte - het leven tijdens het dirigeren. Nu leidt Tristan und Isolde ook (langzaam en gelukkig figuurlijk) het einde in van Pierre Audi als muzikaal leider van De Nationale Opera. Na dertig jaar op deze prachtige post geeft hij per september het stokje over aan Sophie de Lint. Niet verwonderlijk dat in zijn laatste jaar het operahuis dat de afgelopen jaren indruk maakte met diverse uitvoeringen van Wagner waaronder de onvergetelijke Der Ring des Nibelungen en natuurlijk Parsifal nu dan ook Tristan und Isolde hernomen wordt in een nieuwe regie die al eerder in Rome en Parijs te zien was. Voor de enscenering en kostuums koos Pierre Audi voor Christof Hetzer die eerder al tekende voor DNO-producties van Il turco in Italia, Gurre-Lieder en Parsifal. Het wrakkige en schaarse decor waar Hetzer voor kiest, doet denken aan zijn enscenering van Das Wunder der Heliane van Erich Wolfgang Korngold waar Opera Vlaanderen afgelopen najaar successen mee vierde. 

Onthecht en afstandelijk
De volvette muziek van Korngold voor een nogal esoterisch mythisch verhaal zorgde bij de productie van Das Wunder der Heliane voor een fascinerende tegenstelling die werkte. Misschien niet "mooi" om naar te kijken, maar impact had het zeker. Helaas gold dat niet voor deze productie van Tristan und Isolde waar de enscenering van bepaald niet overtuigende toegevoegde waarde was en door de mate van onthechting het afstandelijke karakter van de productie als geheel versterkte. De brandende liefde tussen Tristan und Isolde was niet bepaald waarneembaar, overigens ook door de wijze waarop Stephen Gould en Ricarda Merbeth hun rol invulden. De liefde spatte er niet vanaf. Dat laat onverlet dat de productie een aantal prachtige hoogtepunten kende waarbij de enscenering en dramaturgie juist werkten en je meegevoerd werd in Wagner's liefdesepos. Het waren vooral die momenten waar het lichtspel van de hand van Jean Kalman de vrije hand kreeg. Zowel aan het einde van de eerste als derde akte was dit het geval. De komst van Koning Mark in de eerste akte leverde een prachtig schouwspel op. Absolute hoogtepunt was de (over)bekende Liebestod met overtuiging gezongen door Merbeth. Terwijl om haar heen het wrakkige decor - letterlijk - vol lag met de hoofdrolspelers die in momenten daarvoor hun dood tegemoet waren gegaan, bezong zij in het vierkant dat de burcht van Tristan moest voorstellen haar liefde voor hem. Door het lichtspel was slechts haar silhouet zichtbaar wat een extra dimensie gaf aan dit dramatisch moment. Helaas zijn twee van dergelijke hoogtepunten niet genoeg in een productie van een werk dat ruim vier uur (zonder de twee pauzes van een half uur te rekenen) in beslag neemt. 

Muzikaal zeer geslaagd
Gelukkig viel er muzikaal ontzettend veel te genieten. Het is moge inmiddels bekend zijn dat Marc Albrecht een buitengewoon gelukkige keuze is als chef-dirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest en De Nationale Opera. Zijn uitvoeringen van - met name, maar niet alleen - Richard Wagner en Richard Strauss zijn immer hoogtepunten. Ook nu leidde hij het Nederlands Philharmonisch Orkest in een voorbeeldige en strakke uitvoering van Tristan und Isolde. Muziek uit één lijn die tegelijkertijd de atonaliteit van Schönberg voor lijkt te gaan. Alleen jammer dat de koperblazer die de entree van Isolde's schip begeleidde bepaald zijn dag niet had. In de voor vaste bezoekers van De Nationale Opera bekende Stephen Gould (Siegfried en Götterdämmerung) is een muzikaal zeer overtuigende Tristan gevonden. Ook Ricarda Merbeth (eerder te horen bij DNO in Tannhäuser en Elektra) kwijtte zich uitstekend van haar rol en met name in de eerder gememoreerde Liebestod. Tristan und Isolde is een opera-ervaring die niet gemist mag worden. Jammer dat de enscenering tot een afstandelijkheid leidt die daar toch een beetje afbreuk aan doet.  

Foto's: De Nationale Opera


Van 18 januari t/m 14 februari 2018 voert De Nationale Opera 'Tristan und Isolde' van Richard Wagner uit. Deze recensie is op basis van de première op donderdag 18 januari. 

zaterdag 20 januari 2018

Het gesproken woord geldt. 'In Duistere Tijden' van Anthony McCarten


Het premierschap van Winston Churchill tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft hem – terecht – een eeuwige plek bezorgd in het pantheon der grootheden. Zijn leiderschap inspireerde de Britse bevolking om de strijd tegen de Nazi’s tegen elke prijs door te zetten en legde daarmee de basis voor de geallieerde overwinning en de dominantie van het Westerse democratische model. De cruciale eerste maand van het premierschap van Churchill was echter allesbehalve onverzettelijk. Het boek In Duistere Tijden (en basis voor de film Darkest Hour) onderstreept de kracht van het woord waardoor Churchill de oorlogsleider werd die we vandaag de dag nog altijd eren.

‘(Alleen) het gesproken woord geldt’, een zinnetje dat vrijwel iedere gepubliceerde toespraak begeleidt. Een disclaimer die ervoor moet zorgen dat de spreker – in veel gevallen een hoogwaardigheidsspreker – alleen wordt afgerekend op de daadwerkelijke uitgesproken tekst en geen verantwoording hoeft af te leggen over wat op voorhand al op schrift staat. Los van deze (juridische) muggenzifterij heeft dit zinnetje een bredere – onbedoelde - betekenis: een toespraak is pas realiteit, heeft effect, wanneer het ook daadwerkelijk uitgesproken is. Nu zijn veel toespraken, zeker de afgelopen maand die bol stond van nieuwsjaartoespraken, vrijwel meteen weer vergeten op het moment dat de spreker de geachte dames en heren bedankt heeft voor de aandacht en – lekker praktisch! – wijst op de biertap die weer aangaat en de bitterballen die aanstaande zijn. Maar er zijn een aantal toespraken die door de eloquentie ervan of de context waarin deze wordt uitgesproken maar meestal een combinatie van beide van grote invloed zijn geweest op het verloop van de geschiedenis. Van de woorden van de Byzantijnse Keizerin Theodora die haar man Justinianus weerhield van het vluchten voor een opstand (“het keizerlijke purper is een mooie lijkwade”) en Paus Urbanus II die opriep tot de Eerste Kruistocht (“God wil het”) tot de klassiekers van de 20e eeuw zoals de “I have a dream”-speech van Martin Luther King en de inaugurele rede van John F. Kennedy (“Ask not what your country can do for you”). Maar binnen deze verheven groep van redenaars is er wellicht één die de eerste onder zijn gelijken is: Winston Churchill. Het recent verschenen In Duistere Tijden vertelt het verhaal van drie speeches die een onzekere premier de houvast gaven om uit te groeien tot de grootste oorlogsleider die de wereld gekend heeft. 

Het einde van Chamberlain
De onverzettelijkheid van Winston Churchill (1874-1965) is legendarisch. Het is daarom niet gek wanneer het beeld van de Britse staatsman bestaat uit een aantal bijzondere speeches en de overwinning in de Tweede Wereldoorlog. Een samenvatting die zonder meer klopt, maar geen recht doet aan het verband ertussen. In die lacune is de Nieuw-Zeelandse auteur, scenarioschrijver en filmproducent Anthony McCarten (1961) gedoken door – gelijktijdig – een boek en scenario te schrijven over Churchill’s eerste maand als premier van het Verenigd Koninkrijk (10 mei - 4 juni 1940). Inmiddels is de film op basis van McCarten’s scenario een (terechte) hit bij zowel publiek als recensenten en lijkt niets of niemand Gary Oldman af te kunnen houden van een zeer verdiende toekenning van de Oscar voor beste mannelijke hoofdrol. Hoewel film en boek een gelijk verhaal vertellen, geeft het boek – uiteraard – meer detail, maar is vooral ook genuanceerder dan de (soms) zwart-wit figuren die de filmversie bevolken. Die cruciale maand in 1940 is vooral ook een politieke strijd, niet in de laatste plaats in de heersende Conservatieve Partij. Een kleine twee jaar nadat Neville Chamberlain met groot gejuich werd ontvangen na de Vredesconferentie van München (“Peace for our time”) was er van zijn autoriteit bar weinig over. Na de start van de Blitzkrieg en daarmee de Tweede Wereldoorlog precies een jaar na München was het definitief gedaan met de politiek van appeasement. In dat eerste jaar boekte Duitsland overwinning na overwinning en vielen de landen van West-Europa als dominostenen voor de Germaanse horde. De positie van Chamberlain – ondanks nog altijd grote steun binnen de Conservatieve Partij – wankelde en werd definitief onhoudbaar toen het oppositionele Labour zich bereid toonde toe te treden tot een regering van nationale eenheid onder voorwaarde dat deze niet geleid zou worden door Chamberlain. Het doek viel voor Chamberlain die enkele maanden later aan kanker zou overlijden. Wie moest het land leiden?

Een onzeker begin
De keuze voor de nieuwe premier ging tussen Winston Churchill en Lord Halifax. Al snel was duidelijk dat de steun voor Churchill, met name onder Labour en in de pers, veel groter was dan Halifax die samen met Chamberlain verantwoordelijk was voor de politiek van appeasement en bovenal zitting had in de House of Lords en daarmee in de praktijk lastig premier kon worden. Desalniettemin kon Halifax steunen op een groot deel van de Conservatieve Partij, het establishment én de Koning. Het boek zet dit alles buitengewoon goed uiteen waar in de film met name Halifax te zwart-wit wordt getoond. Zo werd de droom van Churchill waar en werd hij de premier van het Verenigd Koninkrijk. Een premierschap dat dreigde van korte duur te zijn door de genadeloze opmars van Duitsland en de dreiging dat hij het (politieke) vertrouwen zou verliezen. Dit vooral omdat hij weigerde te verkennen welke mogelijkheden er tot vredesbesprekingen waren na het drama dat zich in Duinkerke voltrok waar de volledige British Expeditionary Force (BEF) van ruim 300.000 troepen door de Duitsers dreigde te worden gedood of gevangen genomen. Een klap die het Verenigd Koninkrijk waarschijnlijk niet te boven was gekomen. In Duistere Tijden maakt inzichtelijk dat de legendarische onverzettelijkheid van Churchill in die cruciale maand haperde en hij - mede uit lijfsbehoud - deels mee ging in het idee van vredesbesprekingen. McCarten toont overtuigend aan dat dit juist geen smet is op het blazoen van Churchill, maar hem juist meer maakt dat de soms cartoonfiguur die we vandaag de dag kennen. Hoe het ook zij, het enige wapen dat hij in die tijd had – naast het gedurfde plan om via particuliere boten en schepen de BEF te evacueren – de Engelse taal was. Een wapen dat hij als geen ander beheerste en waarbij drie speeches de basis vormden voor zijn politieke overleving, het Verenigd Koninkrijk inspireerde tot verzet en daarmee de lange weg naar de eindoverwinning. Een drieluik dat startte op 13 mei 1940 met zijn eerste speech als premier tot het Lagerhuis, de zogenaamde Blood, toil, tears, and sweat-speech en eindigde met misschien wel de bekendste speech aller tijden: de We shall fight on the beaches-toespraak van 4 juni 1940. Eerder die dag oefende hij die laatste speech op het Britse kabinet waarmee het drieluik compleet is. McCarten heeft hiermee een fascinerend boek geschreven dat voor liefhebbers van Churchill en de film Darkest Hour zeer aan te raden is. Want juist voor deze speeches is de disclaimer ‘Het gesproken woord geldt’ van toepassing. Want op papier had het geen betekenis, in handen van Churchill vormde het de basis voor de overwinning in de Tweede Wereldoorlog en toonde de kracht van het gesproken woord. 

De trailer van 'Darkest Hour':


‘In Duistere Tijden’ van Anthony McGarten is 10 januari jl. verschenen. Het is de Nederlandse vertaling – door Annemie de Vries – van het originele ‘Darkest Hour’ dat in november verscheen.

maandag 15 januari 2018

Concert 10 januari 2018: (On)verwachte hoogtepunten met Janine Jansen en Daniele Gatti


Bruch: Vioolconcert Nr. 1
Mahler: Symfonie Nr. 1 

Janine Jansen (viool)
Daniele Gatti, Koninklijk Concertgebouworkest
Concertgebouw, Amsterdam

De faam van violiste Janine Jansen is - zowel letterlijk als figuurlijk - grenzeloos. Het verbaast daarom niet dat de twee concerten met het Koninklijk Concertgebouworkest afgelopen week snel uitverkocht waren. Het publiek verwachtte en kreeg een uitstekende uitvoering van het beroemde Vioolconcert van Bruch. Maar misschien was de uitmuntende uitvoering van Mahler's Eerste Symfonie onder leiding van Danielle Gatti het (onverwachte) hoogtepunt van het concert. 

Max Bruch
'Ik kan dat concert niet meer horen - heb ik alleen dit ene geschreven?' - het moge duidelijk zijn dat het Eerste Vioolconcert van Max Bruch (1838-1920) al bij leven van de componist zo populair was dat het bij Bruch tot de nodige frustratie leidde. Een frustratie die begrijpelijk is aangezien het Vioolconcert zo dominant is dat het de rest van zijn oeuvre nog altijd volledig overschaduwt. Maar het moet gezegd: Bruch's Vioolconcert behoort met recht tot de absolute klassiekers en kan zich zonder meer meten met die andere klassieke vioolconcerten van Beethoven, Tsjaikovski, Mendelssohn en Brahms. Tot de dag van vandaag kennen deze vioolconcerten een ongekende populariteit en zijn ze onderdeel van het repertoire van iedere serieuze solist. En één van de meest toonaangevende solisten, die de zondag voor het concert haar veertigste verjaardag vierde, is zonder twijfel onze eigen Janine Jansen. Het zal daarom niet verbazen dat - juist met dit vioolconcert - haar optredens snel uitverkocht waren. Maar dan ook nog eens begeleid door het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van chef-dirigent Daniele Gatti. Voor velen zal Janine Jansen de reden zijn geweest om (de niet bepaald goedkope) kaartjes te kopen. De Eerste Symfonie van Mahler dat na de pauze klonk, zal voor veel bezoekers leuk meegenomen zijn, maar niet meer dan dat. Zoals verwacht werd het een concert van hoogtepunten, maar misschien niet de verwachte hoogtepunten.

Ontspannen
Hoewel een - breed uitgemeten - burn-out enkele jaren geleden een flinke kink in de kabel van het succes van Janine Jansen betekende, stapelt ze sindsdien wederom succes op succes. En dat is niet zo vreemd want Jansen combineert een foutloze techniek met een lyrische vertolking die aanstekelijk is. Bijna net zo aanstekelijk als haar stage presence die vooral ontspannen en 'normaal' is. Dat was duidelijk waarneembaar tijdens de korte pauze tussen het tweede en derde deel van Bruch's Vioolconcert waarin het publiek van het moment gebruik maakte om de longen te schonen. Geen spoor van irritatie, maar juist een moment van gedeelde lol tussen Jansen en dirigent Daniele Gatti. Zoals verwacht, speelde Jansen met overtuiging het Vioolconcert en kan niemand in het publiek zich bekocht voelen. Zeker omdat het samenspel tussen het Koninklijk Concertgebouworkest niets te wensen over liet. Een enthousiast doch niet stormachtig applaus viel Jansen daarom terecht ten deel. 

Ontlading
Gustav Mahler
Na de pauze had het Koninklijk Concertgebouworkest het rijk alleen met de Eerste Symfonie van Gustav Mahler (1860-1911). Gelijk zijn illustere voorgangers is Daniele Gatti druk in de weer met het uitvoeren van alle symfonieën van Mahler die - uiteraard - ook verschijnen op het eigen label RCO Live. De liefhebber van Mahler én het Koninklijk Concertgebouworkest heeft niet alleen de hele reeks onder Haitink, Chailly en Jansons, maar dus ook onder Gatti in het vooruitzicht. De echte liefhebber beschikt dan natuurlijk ook over enkele historische Mahler-opnames onder Van Beinum en Mengelberg. Toch kan je je afvragen - zeker gezien het feit dat de Mahler-concerten onder Jansons nog heel recent zijn - wat de meerwaarde is van wéér een Mahler-reeks, zeker wanneer deze al zo vroeg plaats vindt in het Gatti-tijdperk. Tegelijkertijd is Gatti compromisloos is zijn visie op muziek en durft hij te experimenteren. Dit heeft geleid tot prachtige uitvoeringen van de Vijfde en Derde Symfonie, maar sloeg hij bij de Zesde Symfonie de plank behoorlijk mis. Maar het moet gezegd: deze uitvoering van Mahler's eerste trede op het symfonische pad was dermate indrukwekkend dat twijfels over een nieuwe Mahlerserie als sneeuw voor de zon verdwenen. Tegelijkertijd was deze uitvoering misschien ook wel het echte - en daarmee onverwachte - hoogtepunt van dit concert. Het Koninklijk Concertgebouworkest speelde niet alleen feilloos, maar koppelde dit - aangejaagd door Gatti - aan een intensiteit waardoor de symfonie - nog meer dan normaal - overrompelde. Met name de spanningsopbouw was fenomenaal waardoor het slotdeel en zeker de laatste minuten daarvan tot een doorleefde ontlading kwam. Gatti heeft daarmee recht gedaan aan de muziek van Mahler. Muziek die mens en natuur verbindt, maar tegelijkertijd de context van zijn Boheemse geboortestreek en Joodse achtergrond omvat. Een prachtavond voor muziekliefhebbers.    

Foto's: Renske Vrolijk - Koninklijk Concertgebouworkest / Wikimedia Commons

Op 10 en 11 januari 2018 was Janine Jansen te gast bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Onder leiding van chef-dirigent Daniele Gatti voerde zij het vioolconcert van Bruch uit. Het concert werd gecompleteerd met de Eerste Symfonie van Mahler. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 10 januari. 

dinsdag 2 januari 2018

In de schaduw van een muzikaal genie. 'De Erfenis van Mozart' van Femke Roobol


Achter iedere succesvolle man zou een sterke vrouw schuil gaan, maar wie gaat er schuil achter een muzikaal genie? Met de roman De Erfenis van Mozart geeft Femke Roobal een stem aan Constanze Mozart die instrumenteel was om de muzikale nalatenschap van Wolfgang Amadeus Mozart niet verloren te laten gaan. Een goed geschreven historische roman die licht werpt op een vrouw die voor altijd in de schaduw van haar wereldberoemde man verblijft. 

Het muzikale genie van Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) was in zijn eigen tijd al evident. Zijn muziek is onlosmakelijk verbonden met de Westerse cultuur en zonder twijfel één van de hoogtepunten ervan. Een groot en groots oeuvre dat nog veel groter had kunnen zijn als hij niet – ook voor die tijd – op jonge leeftijd stierf. Het Requiem waar hij op zijn sterfbed nog druk aan schreef en na zijn dood door één van zijn leerlingen tot een uitvoerbare versie is gecompleteerd , staat hier symbool voor. Zijn muziek is wereldberoemd, maar de man achter muziek – laat staan de vrouw achter de man – is dat veel minder. Voor velen – ondergetekende incluis – is de op het gelijknamige toneelstuk gebaseerde film Amadeus uit 1984 het enige referentiepunt. Een nog altijd prachtige film die bij het lezen van de afgelopen zomer verschenen De Erfenis van Mozart telkens weer naar boven komt. Want in deze historische roman van Femke Roobol staat Constanze Mozart centraal. In Amadeus de nogal nuffige en wat kinderlijke vrouw die zo goed en kwaad als het kon een huishouden poogde te bestieren van een muzikaal genie dat tegelijkertijd een groot kind was met een groot gat in zijn hand. Dit wat eendimensionale beeld krijgt door toedoen van De Erfenis van Mozart meer diepte.

De familie Weber
Constanze Mozart (portret uit 1782 door haar
zwager Joseph Lange)
De Erfenis van Mozart is het vijfde boek van de van oorsprong Haagse schrijver maar nu in de gemeente Alkmaar wonende Femke Roobol (1966). De boeken van Roobol spelen zich zonder uitzondering af in een (bekende) historische context. Haar vorige boek Tulpenliefde speelde zich af in het Haarlem van de 17e eeuw terwijl eerdere boeken plaats vonden ten tijde van o.a. de politionele acties in het toenmalige Nederlands-Indië en de watersnoodramp van 1953. Voor De Erfenis van Mozart ‘reist’ Roobol naar het Mannheim en Wenen van de 18e eeuw. Wenen en Mozart zijn – alleen al via de beroemde en beruchte Mozart Kügeln – onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dit geldt evenzo voor Salzburg, de stad waar Mozart opgroeide, zijn vader tot zijn dood woonde en hij in dienst was van de aartsbisschop. Maar Mannheim? Weliswaar een belangrijke stad in de lappendeken van Duitse vorstendommen aangezien het een tijdlang de residentie van Karel Theodoor van Beieren was voordat hij zijn hof naar München verhuisde, maar toch niet voor Mozart? In deze stad vond de familie Weber een nieuw huis na een niet-vrijwillig vertrek uit Zell. De muzikale familie bestond uit vier dochters – Josepha, Aloysia, Constanze en Sophie – terwijl vader Fridolin onder andere musicus was en bladmuziek kopieerde. Vanwege dat laatste bezocht Mozart Mannheim terwijl hij op doorreis naar Parijs was. De toen al bekende componist was voorbestemd om niet alleen zijn muziek te laten kopiëren, maar ook zijn toekomstige vrouw te ontmoeten waarmee het belang van de stad voor Mozart duidelijk wordt. Een intrede in een familie die qua muzikale connecties al niet te klagen had. Niemand minder dan Carl Mario von Weber was de neef van Fridolin. En Mozart zou inderdaad zijn toekomstige vrouw aan het bezoek aan Mannheim te danken hebben, maar niet de vrouw die Fridolin en vooral zijn vrouw Cäcillia hadden voorzien. Luise (Aloysia) was de keuze voor Mozart, maar ondanks een langdurige flirt wees Luise Mozart af. Uiteindelijk koos hij – tegen de zin van zijn toekomstige schoonouders in – voor Constanze met wie hij vooral veel plezier had. Constanze zou – samen met haar familie – Mozart volgen naar Wenen waar zijn stormachtige carrière en permanente geldgebrek de ankerpunten in hun gezamenlijke leven vormden. Na zijn vroegtijdige dood moest Constanze zien te overleven. Door zijn muziek aan de wereld te geven, kon zij voorzien in haar levensonderhoud bleef het muzikale genie van Mozart voor toekomstige generaties bewaard. 

Een tijdsbeeld
In ruim vierhonderd pagina’s geeft Roobol invulling aan de vrouw achter het genie en weet tegelijkertijd een treffend tijdsbeeld te schetsen. In hoeverre dit recht doet aan Constanze is natuurlijk onmogelijk te bepalen: het is en blijft fictie en heeft niet de pretentie een biografie te zijn. Maar juist door de historische context en de feiten van het leven van Mozart in een historische roman samen te brengen, heeft Roobol een boek geschreven dat voor liefhebbers van Amadeus en de muziek van Mozart zeker de moeite van het lezen waard is. Dat veel van de gebeurtenissen bekend voorkomen door Amadeus is daarbij onvermijdelijk, maar beslaan uiteindelijk maar een deel van het boek. De aanloop naar het huwelijk, de bijzondere verhoudingen binnen de familie Weber en de nasleep van de dood van Mozart vormen daarop een mooie aanvulling. Constanze Weber zou ruim vijftig jaar na haar Wolfie overlijden. Roobol houdt het al eerder voor gezien: het moment dat Constanze na de dood van Mozart op haar eigen benen lijkt te staan, maakt het levensverhaal van Constanze Weber compleet. Een leven dat voor altijd verbonden is met Wolfgang Amadeus Mozart. 

Foto: Ambo|Athos / Wikimedia Commons

‘De Erfenis van Mozart’ van Femke Roobol is afgelopen zomer bij Ambo|Anthos verschenen en verkrijgbaar als paperback en Ebook.

donderdag 21 december 2017

Ballet 18 december 2017: Tijdloze 'The Sleeping Beauty' is nog niet aan vervanging toe


Het Nationale Ballet
The Sleeping Beauty
(Pjotr Iljitsj Tsjaikovski, 1840-1893)

Anna Ol, Aurora
Arthur Shesterikov, Prins Florimund
Igone de Jongh, Carabosse
Erica Horwood, Seringenfee

Marius Petipa (choreografie), Sir Peter Wright (productie en regie)
Philip Prowse (decor en kostuums), Jan Hofstra (lichtontwerp)

Boris Gruzin, Het Balletorkest
Nationale Opera & Ballet, Amsterdam

Het getuigt in de regel van weinig originaliteit wanneer een enscenering keer op keer in de reprise gaat. In het geval van The Sleeping Beauty was de première van de productie onder regie van Sir Peter Wright al in 1981... Toen volop in het nieuws door de hoge kosten (maar liefst 600 duizend gulden!), maar die investering is het meer dan waard geweest. The Sleeping Beauty is een tijdloze klassieker voor de donkere Kerstdagen. 

Toen in 1981 de The Sleeping Beauty-productie onder regie van Sir Peter Wright en gebaseerd op de choreografie van Marius Petipa (1818-1910) in Amsterdam in première ging, was de Stopera er nog niet en was Peter Wright nog titelloos. De productie in de Amsterdamse Stadsschouwburg was een groot succes, maar ging wel gepaard met de nodige krantenartikelen over de hoge kosten van de productie. Inmiddels is het zesendertig jaar later, is de productie - door de grotere ruimte waar het Muziektheater (nu: Nationale Opera & Ballet) over beschikt - ruimer van opzet en nog steeds te zien bij het Nationale Ballet. Bijzonder is dat zodra het doek opent je wordt weggeblazen door een indrukwekkend decor waar de enorme pilaren en het goud van een troonzaal je tegemoet blinkt. Donald Trump voelt zich er ongetwijfeld thuis. Een tijdloos decor dat nog eens de waarheid van 'goedkoop is duurkoop' onderstreept. Een tijdloosheid die mogelijk is doordat het overbekende sprookje van de Schone Slaapster is gesitueerd in de Pruikentijd. Net zo overweldigend als het decor zijn de prachtige kostuums die het geheel klasse geven. Tel daarbij een sprookje op dat nog altijd tot verbeelding spreekt en het is niet verwonderlijk dat The Sleeping Beauty een nog altijd zeer populaire productie is in de donkere Kerstdagen en nog altijd garant staat voor uitverkochte zalen. 

Wegvallende spanning
Ondanks dat het sprookje alom bekend is, is het opvallend hoe door de gebaren de werking van het spinnewiel, de vloek van de boze fee Carabosse en de resterende wens van de goede Seringenfee zodat prinses Aurora niet sterft maar "slechts" een honderdjarige slaap ondergaat uitgebeeld wordt. De proloog waarin de geboorte van Aurora en de vloek die over haar uitgesproken wordt, maar ook de twee volgende aktes waar Aurora haar zestiende verjaardag viert en zich prikt om vervolgens honderd jaar later door Prins Florimund wakker gekust te worden, kennen een opwindende combinatie van prachtige choreografie, muziek en spanning in het verhaal waardoor de tijd vliegt. Tel daarbij de hoge kwaliteit van het Nationale Ballet op met uitstekende hoofdrollen van Anna Ol als Aurora en Arthur Shesterikov als Florimund en een heerlijke schmierende bijrol van top-ballerina Igone de Jongh als de kwaadaardige Carabosse en het feest is compleet. Na dit alles voelt de derde akte een beetje als los zand. De reden? De slotakte staat in het teken van het huwelijksfeest van Aurora en Florimund waarbij diverse sprookjesfiguren acte de présence geven en zo een aaneenschakeling van choreografieën ontstaat zonder een verbindend verhaal. Nu komt dit wel vaker voor bij een ballet, maar voor de spanning helpt het wanneer deze expositie zich voordoet als onderdeel van het verhaal. Ook Coppelia kent dezelfde opzet, waarbij het gevoelsmatig hier allemaal nog net een tikkeltje langer lijkt te duren. 

De schoonheid van Tsjaikovski's muziek
De wegvallende spanning is slechts een kleine aanmerking op een balletproductie die staat als een huis. Niet in de laatste plaats natuurlijk door de schoonheid van de muziek van Tsjaikovski. Hoewel net wat minder iconisch dan de muziek voor zijn andere balletten Het Zwanenmeer en - met name - De Notenkraker valt er meer dan genoeg te genieten, waarbij het centrale thema voor de Schone Slaapster de Disney-fans onder het publiek meer dan bekend voor zal komen. De muziek wordt daarbij geholpen door een fijne uitvoering door het Balletorkest onder leiding van de Rus Boris Gruzin. Gruzin is geen onbekende in het repertoire en de grote opera- en ballethuizen van Londen, Sint-Petersburg en ook natuurlijk Amsterdam. En dat was goed te horen in de meer dan uitstekende begeleiding die de muziek van Tsjaikovski recht doet. Misschien geeft The Sleeping Beauty niet zo'n Kerstgevoel als Notenkraker en Muizenkoning, maar zonder meer is het een fijne productie voor de donkere Kerstdagen.

Foto: Het Nationale Ballet


De reprise van 'The Sleeping Beauty' wordt door het Nationale Ballet van 9 december 2017 t/m 1 januari 2018 opgevoerd. Meer informatie en kaarten hier. De uitvoering is zo goed als uitverkocht.

zaterdag 16 december 2017

'The Crown' en de anjers van Von Ribbentrop. '17 Carnations' van Andrew Morton


De liefhebbers van The Crown konden hun geluk afgelopen week niet op: sinds 8 december is het tweede seizoen beschikbaar op Netflix. Een sterk geacteerd en verslavend seizoen waardoor de meeste fans waarschijnlijk al ontwenningsverschijnselen hebben en gedwongen zijn om minimaal een jaar te wachten op het derde seizoen. Ter afleiding en als verdieping van de sterke aflevering Vergangenheit is 17 Carnations van Andrew Morton over de Hertog en Hertogin van Windsor het lezen meer dan waard. 

De koninklijke familie – van welk land dan ook – is altijd een dankbaar onderwerp voor kranten, boeken, series en films. Zoals de Windsors aan de top van de internationale koninklijke hiërarchie staan, staan zij ook het meest in de wind wanneer het gaat om aandacht in de media en maatschappij. Van de ranzige Britse tabloids tot hooggewaardeerde verfilmingen zoals The Queen van scenarist Peter Morgan en een volstrekt overtuigende Helen Mirren als Koningin Elizabeth II. Het inspireerde Netflix om grootscheeps te investeren in een verfilming – van de hand van Peter Morgan - van het turbulente leven van de langst regerende monarch van het Verenigd Koninkrijk en inmiddels ook van de wereld: The Crown. Een succes bij het publiek én critici en bovenal prachtig gemaakt en uitmuntend geacteerd. Het is de bedoeling dat de gehele regeerperiode van Elizabeth verfilmd wordt waarbij een seizoen ongeveer tien jaar van haar regeerperiode tot onderwerp heeft. Het tweede seizoen dat sinds 8 december te zien is bij Netflix is zo mogelijk nog beter dan het eerste seizoen en begint bij de Suez-crisis in 1956 die het Verenigd Koninkrijk dwong tot de realisatie dat de wereld en haar positie daarin onherkenbaar veranderd is en eindigt met de geboorte van Prins Andrew in 1964. De talloze liefhebbers van de serie moeten in ieder geval tot 2019 geduld hebben voor het derde seizoen waarbij – vanwege de vordering van de leeftijd van Elizabeth in de serie - Olivia Colman de hoofdrol van Claire Foy overneemt. Het afgelopen seizoen kende een aantal zeer sterke afleveringen waaronder Marionettes over de (gedwongen) modernisering van het Koningshuis naar aanleiding van (niet onterechte) kritiek van Lord Altrincham. De aflevering die hier op volgde – Vergangenheit – was evenzo sterk en gaf een inkijk in het leven van de Hertog van Windsor, zijn aftreden als Koning Edward VIII, de vrouw voor wie hij de troon opgaf en hun beider relatie met hooggeplaatste Nazi’s en bewondering voor het Derde Rijk van Hitler. Voor de liefhebbers van The Crown in het algemeen en deze aflevering in het bijzonder is 17 Carnations van Andrew Morton het lezen meer dan waard in het “interregnum” tussen seizoen 2 en 3. 

Van Diana via de Beckhams naar de Windsors 
De Britse journalist en schrijver Andrew Morton (1953) is geen onbekende voor de Britse koninklijke familie. Zijn boek Diana: Her True Story in Her Own Words uit 1992 leverde hem faam en rijkdom op, maar was voor de koninklijke familie een bijzonder pijnlijke publicatie. Want door dit boek – waar Diana haar medewerking aan verleende – werd het sprookje van Charles en Diana definitief verbroken en deed Camilla Parker-Bowles haar intrede in de publiciteit. Na dit boek richtte Morton zich vooral op “royalty” uit de popcultuur: onder andere Madonna, Tom Cruise en David en Victoria Beckham. In 2011 keerde hij met een boek over William en Catherine terug in het hart van de koninklijke familie. Na het heden van de koninklijke familie was in 2015 het verleden aan de beurt met een boek over de Hertog en Hertogin van Windsor en dan vooral hun al dan niet vermeende banden met het Derde Rijk in de aanloop naar en tijdens de Tweede Wereldoorlog. 

Een dagelijkse levering van bloemen
De Hertog van Windsor (1894-1972) is een fascinerende figuur die zijn troon opgaf omdat – zeker in het Verenigd Koninkrijk van die tijd – het onbestaanbaar was dat een koning die tevens aan het hoofd staat van de Anglicaanse kerk gehuwd was met een gescheiden vrouw. Maar in de tweemaal (!) gescheiden Wallis Simspon (1896-1986) vond hij de liefde van zijn leven en trad Koning Edward VIII in 1936 – na nog geen jaar koningschap en voor zijn formele inhuldiging – af en zou de rest van zijn leven doorbrengen als de voor hem gecreëerde titel Hertog van Windsor. Zijn fotogenieke uiterlijk en de reden van zijn aftreden maakte hem voor de rest van zijn leven wereldberoemd en voor zijn familie een continue ergernis. Want zoals uit 17 Carnations nadrukkelijk blijkt, zijn de verhoudingen binnen de Windsor-familie nooit hersteld en is er eigenlijk nooit een goede modus gevonden voor de omgang met een voormalige monarch. Een ex-monarch die zijn leven zou slijten in Frankrijk zonder wezenlijke bijdrage of functie, strijdend voor de erkenning van zijn vrouw die gehaat werd door zijn familie en een groot deel van de wereld. Niet helemaal ten onrechte want zowel Edward als Wallis waren – ook in de aanloop naar het koningschap en net als een deel van het Britse establishment – onder de indruk van de prestaties van het Derde Rijk en de richting die Adolf Hitler het herboren Duitsland wees. De fascinatie van Wallis Simpson ging misschien nog wel het verst en leidde tot nog altijd niet volledig aangetoonde verhalen dat zij het bed deelde met Von Ribbentrop, de Duitse ambassadeur in Londen en latere Minister van Buitenlandse Zaken. De titel 17 Carnations verwijst hier ook naar en zou wijzen op de dagelijkse levering van zeventien anjers van Von Ribbentrop aan Simpson. Het getal zeventien zou daarbij staan voor het aantal keren dat zij het bed gedeeld hebben. 

Het bruine schaap van de familie
Los of dit (sterke) verhaal waar is, zijn er genoeg harde feiten om overtuigend vast te stellen dat de Hertog en Hertogin van Windsor niet alleen sympathie voor het Derde Rijk hadden, maar dit ook vertaalden in acties. Bijvoorbeeld door Nazi-Duitsland te bezoeken, maar ook veelvuldig – al dan niet via tussenpersonen – in contact te treden. Vaak overigens vanwege de bescherming van hun bezit in Frankrijk. Want dat is een beeld wat ook uit 17 Carnations naar voren komt: de Hertog en Hertogin waren toch ook vooral – zelfs op het hoogtepunt van de oorlog – bezig met hun comfort en de eigen centen. Niet voor niets werd de Hertog benoemd tot gouverneur-generaal van de niet bepaald strategisch gelegen Bahama’s en sleet hij daar de oorlogsjaren. De fascinatie voor het Derde Rijk, het tot op zekere hoogte terecht gevoel van miskenning en focus op de eigen welvaart vormden een fatale combinatie die de Hertog en Hertogin van Windsor op het randje (en eigenlijk daarover) brachten van landverraad. Een episode die door de ontdekking van de Duitse oorlogsarchieven tijdens de regeerperiode van Elizabeth de nodige ellende veroorzaakte en Morton hebben geïnspireerd tot een prima uiteenzetting en daarmee verdieping van de kennis over de Hertog en Hertogin van Windsor die weliswaar in The Crown zeker geen hoofdrol hebben, maar wel zeer intrigerende bijrollen. 

Het derde seizoen van The Crown speelt in de jaren zeventig dus grote kans dat de Hertog van Windsor nog eenmaal acte de présence geeft al was het maar om zijn overlijden in 1972 te markeren. Een einde aan een bizar leven waar – terecht - een donkerbruine schaduw over hangt. 

Foto: Wikimedia Commons 

’17 Carnations. The Windors, The Nazis and the Cover-Up’ van Andrew Morton is in 2015 verschenen. Er is geen Nederlandse vertaling beschikbaar.

zondag 10 december 2017

Concert 9 december 2017: Op schoot bij het Residentie Orkest


Close to Classics

Mozart: Ouverture uit Le Nozze di Figaro
Beethoven: Symfonie Nr. 2

Otto Tausk, Residentie Orkest
Stadsgehoorzaal, Leiden

Bij Close to Classics van het Residentie Orkest zit je bijna letterlijk op schoot bij de orkestleden tijdens het concert. Een aanpak die meer is dan een gimmick en zowel voor publiek als orkest een nieuwe ervaring. De Stadsgehoorzaal in Leiden is een perfecte locatie voor een uniek concert. 

Voor dirigent Otto Tausk (1970) was het gisteravond even wennen. Midden in de grote zaal van de Stadsgehoorzaal - voor de gelegenheid ontdaan van de vaste stoelen - stond zijn dirigentenpodium, zijn werkplek voor die avond. In plaats van een orkest voor hem, waren de orkestleden van het Haagse Residentie Orkest in een cirkel om hem heen verspreid. En tussen die orkestleden zat het publiek. Normaliter zijn orkest en publiek gescheiden werelden die - in de woorden van Tausk - bij elkaar gebracht moeten worden door de dirigent. In de nieuwe formule Close to Classics zijn orkest en publiek één en zit je als publiek zomaar naast bijvoorbeeld een viool, cello of hoorn. Het lijkt een gimmick, maar leidt tot een compleet andere concertervaring. Niet alleen is de (fysieke) barrière tussen orkest en publiek weggenomen, maar is de muziekbeleving anders. Gezeten - in mijn geval - tussen de tweede violen is het vioolgeluid dominant, terwijl voor andere concertgangers juist de houtblazers of de cello's dominant zijn. Zo heeft iedere bezoeker een compleet eigen ervaring op grond van exact hetzelfde concert. 

Close to Classicisme 
Een concert waarbij de muziekkeuze nauw luistert. In deze opzet kan je niet met een orkest op volle oorlogssterkte aantreden. De omvang van de zaal moet dan navenant zijn en dan ontstaat juist het reële gevaar dat je als bezoeker niet veel meer mee krijgt dan de muzieksectie waar je bij zit. De grote symfonische werken van bijvoorbeeld Mahler, Bruckner of Richard Strauss zijn niet geschikt voor Close to Classics. Juist de componisten van het classicisme (1750 tot 1810) lenen zich uitstekend voor het concept doordat het symfonische werk uit die tijd juist uitgaat van een kleiner (kamer)orkest en zo dus met een beperkt orkest volwaardig kan worden uitgevoerd. De Grote Vier van het (Weense) classicisme - Haydn, Mozart, Beethoven en Schubert - en vooral hun symfonieën lenen zich daarom uitstekend voor het concept. Niet voor niets stond in het concert van gisteravond Mozart en vooral Beethoven centraal terwijl de volgende editie Schubert en (wederom) Beethoven op de lessenaar staan. Overigens zouden de symfonieën van Mendelssohn zeker ook passen.

Verwondering
En het moet gezegd: het is bijzonder om een concert te midden van het orkest te beleven. Niet alleen tijdens het musiceren zelf, maar juist ook de anticipatie vooraf ("Naast wie zit ik, toch niet de trompetten anders ben ik straks doof"). Bij de eerste noten van de ouverture van Le Nozze di Figaro zit je volledig in de muziek, maar hoor je het - door de andere balans - op een andere manier. Het is moeilijk te omschrijven, maar de zeggingskracht van de muziek neemt ontegenzeggelijk toe. Je kon het ook zien aan de gezichtsuitdrukkingen van het publiek waarbij vooral verwondering en plezier dominant waren. Op deze wijze muziek beleven maakt pijnlijk duidelijk wat Beethoven moet hebben doorgemaakt toen hij - bij het schrijven van zijn Tweede Symfonie die onderdeel was van deze editie van Close to Classics - erachter kwam dat zijn gehoor langzamerhand aan het verdwijnen was. Afgesloten worden van je passie en de wereld en beseffen dat je over niet al te lange tijd muziek niet meer kunt horen, moet ondraaglijk zijn geweest. Een gevoel dat je - zoals Tausk mooi verwoordde in zijn toelichting - eigenlijk niet terug hoort in de optimistische en vrolijke muziek die deze symfonie is. Een symfonie dat de muzikale wereld van de ouverture van Le Nozze di Figaro deelt en daarom zo'n mooie combinatie vormt. Het tweede deel dat van geen ophouden weet is volgens Tausk één van de mogelijke gevolgen van Beethoven's aanstaande doofheid: de wil om een prachtige melodie tot het oneindige te blijven horen.

Close to Classics is een bijzonder geslaagd concept waarbij de Stadsgehoorzaal een zeer passende locatie bleek, alleen al vanwege het langwerpige, niet te grote formaat. Opvallend was ook dat door deze opzet het publiek en het orkest na afloop in gesprek met elkaar gingen over de muziek en de beleving. Het Residentie Orkest heeft met Close to Classics een prachtconcept ontwikkeld dat veel tijd en energie kost en veel minder praktisch is dan een regulier concert, maar van grote toegevoegde waarde is. 


'Close to Classics' met werken van Beethoven en Mozart werd eenmalig uitgevoerd op 9 december 2017. De volgende editie met Beethoven's Eerste Symfonie en de Derde Symfonie van Schubert onder leiding van Jan Willem de Vriend is op zaterdag 24 maart 2018. Meer informatie en kaarten bestellen hier. 

zaterdag 9 december 2017

Hurts in TivoliVredenberg: krachtig maar (wel heel) kort


Het meer upbeat karakter van het nieuwste album Desire past goed bij de stage presence van met name Theo Hutchcraft van Hurts. In TivoliVredenburg brengt het synthpopduo dat in 2010 doorbrak met het album Happiness met overtuiging een mooie staalkaart van de inmiddels vier albums die hun oeuvre omvat. Maar een paar nummers extra had niet misstaan. 

Zanger Theo Hutchcraft en toetsenist Adam Anderson maakten met hun debuutalbum Happiness  uit 2010 duidelijk dat synthpop - een muziekstijl gedomineerd door synthesizers en elektronische drums - nog altijd zeggingskracht heeft. Opvallend omdat synthpop toch vooral iets was van de jaren negentig, maar vooral de tachtiger jaren met synthpop-toppers als de Pet Shop Boys, Depeche Mode en A-ha. Happiness onderscheidde zich door een fijne mix van (power)ballads en meer uptempo nummers waarvan Wonderful Life en Better Than Love het ook als singles buitengewoon goed deden. Hun vervolgalbum Exile (2013) zette de muzikale lijn voort en behaalde - net als Happiness - een behoorlijk succes. Hoewel Hurts een trouwe fanbase heeft, lijkt de echte doorbraak (nog niet?) daar. Inmiddels is na Surrender in 2015 eerder dit jaar hun nieuwste album Desire verschenen. De gelijknamige tour is eind oktober gestart en deed afgelopen woensdag Nederland aan met een zo goed als uitverkochte Ronda in het Utrechtse TivoloVredenburg. 

Vrolijke Frans
Een paar jaar geleden was Hurts - naar aanleiding van debuutalbum Happiness - te bewonderen in een rap uitverkocht Paradiso. Hoewel in Nederland dus nog zeker populair, waren er voor dit concert tot een dag voor het concert nog bijna tachtig kaarten beschikbaar. Hurts lijkt daarbij een prachtige niche te vullen, maar zeker niet een groot publiek te bereiken. En dat is jammer, want de muziek van Hurts ligt goed in het gehoor en heeft een constante kwaliteit die op ieder van de vier albums te horen is. Waarbij het opvallend is dat het wat (overigens zeer prettige) depri karakter bij het nieuwste album Desire verruild is voor een meer vrolijk en upbeat karakter dat de muziek van Hurts zeker niet misstaat en de invloed van jaren negentig (house)muziek verraadt. Wanneer je de mannen van Hurts ziet, heb je niet bepaald het idee met lachebekjes van doen te hebben. In het geval van Adam Anderson is dit beeld na het concert in TivoliVredenburg niet echt gewijzigd: hij doet gewoon stoïcijns zijn ding. Anders is het met Theo Hutchcraft die met een grote glimlach rondmstuitert op het toneel en het publiek voorgaat in meezingers, die er zonder meer vooral op het nieuwe album zijn. Niet in de laatste plaats het sterke Beautiful Ones. Een goed achtergrondkoor en een stijlvol decor, goede lichtshow en een stijlvolle moderne kroonluchter maken de show af. 

Op tijd thuis
Met vier albums hebben de heren van Hurs inmiddels genoeg nummers om dergelijke concerten te geven.  Nummers van Happiness zijn inmiddels klassiekers die hun kracht bewijzen. De melancholische toppers Wonderful Life en Stay die ook in Utrecht weer langs kwamen, zijn daarom misschien wel de beste voorbeelden van de aansprekende stijl van Hurts. Het uptempo Better Than Love was nu te horen in een mooie ballad-versie: het voordeel van een band die inmiddels alweer zeven jaar meedraait. De heren leken - ondanks het stoïcijnse van Anderson - het erg naar hun zin te hebben, maar na de (geplande) reprise van Beautiful Ones en Stay was het feest voorbij en leerde een blik op de klok dat het net kwart voor tien was geweest. Terwijl de show - aangevuld met een voorprogramma van Tom Walker - pas om half negen begon. Het oeuvre van Hurts kan echt wel een show van anderhalf uur aan. Temeer daar bij eerdere concerten in deze tour niet 18 nummers zoals in Utrecht maar 21 nummers te horen. Het laat onverlet dat Desire een krachtig programma is dat liefhebbers van Hurts pleziert, maar zeker ook een groter publiek. 

De clip van 'Beautiful Ones' van het nieuwe album 'Desire':


De Desire Tour van Hurts is op 27 oktober 2017 gestart in Rusland en loopt in 2018 door. Op 6 december deed Hurts Nederland aan met een optreden in TivoliVredenburg in Utrecht. Meer info over de Desire Tour hier

zondag 3 december 2017

Star Wars in het Concertgebouw: een fenomeen 'in concert'


John Williams
The Imperial March, Star Wars Main Title
Yoda's Theme, The Asteroid Field

Richard Wagner
Walkürenritt

John Williams
Rey's Theme, March of the Resistance
The Jedi Steps and Finale, Battle of the Heroes

Gustav Holst
Mars, The Bringer of War 

Erich Wolfgang Korngold
Kings Row Suite

John Williams
Duel of the Fates, Scherzo for X-Wings, Princess Leia's Theme,
Thorne Room & End Title, Across the Stars

Leona Philippo (presentatie)
John Axelrod, Nederlands Philharmonisch Orkest
Het Concertgebouw, Amsterdam

Twee weken voordat The Last Jedi, het nieuwste hoofdstuk in de Star Wars-saga, in première gaat, brengt het Nederlands Philharmonisch Orkest een ode aan één van belangrijkste succesfactoren van het fenomeen: de muziek van John Williams. Onder leiding van dirigent John Axelrod schittert de muziek van Williams én de componisten die hem inspireerden tot een icoon van de filmmuziek. 

"Without John Williams, bikes don't really fly, nor do brooms in Quidditch matches, nor do men in red capes fly. There is no Force, dinosaurs do not walk the Earth, we do not wonder, we do not weep, we do not believe" aldus Steven Spielberg tijdens de toekenning van de Life Achievement Award van het American Film Institute (AFI) aan filmcomponist John Williams in 2016. Ware woorden die de impact van (film)muziek in het algemeen en die van John Williams in het bijzonder treffend schetsen. Want binnen de filmmuziek is er geen groter icoon dan John Williams. Als componist van de meest memorabele filmmuziek sinds de start van het medium stond Williams mede aan de wieg van het succes van films als E.T., Jurassic Park, Indiana Jones, Superman, Jaws en Harry Potter. Maar of dit nog niet genoeg was, is hij tevens de componist die met zijn muziek de Star Wars-saga tot een fenomeen heeft gemaakt. Een forse uitspraak die alleen al waarheid in zich heeft omdat deze gedaan is door George Lucas zelf. En een meer dan waar woord. Net zoals Bernard Herrmann (1911-1975) de films van Alfred Hitchcock maakte en daarmee de kracht van muziek onderstreepte. Want wat is de douchescène uit Hitchcock's Psycho zonder de striemende violen van Herrmann? Wat is het mysterie van Madeleine zonder de hypnotische muziek van Herrmann voor Vertigo? Het succes van de Star Wars-films kan niet los gezien worden van de iconische muziek die Williams al sinds 1977 aan de wereld geeft. Hoewel Williams inmiddels de 85-jarige leeftijd is gepasseerd, componeert hij nog steeds. De muziek van The Force Awakens (2015) was van zijn hand en kent memorabele en krachtige nieuwe Star Wars-muziek zoals Rey's Theme en March of the Resistance. Ook de muziek voor het achtste deel The Last Jedi is van zijn hand en is over twee weken te horen. De muziek van Rogue One, de eerste film uit de nieuwe Star Wars Anthologie, is niet meer door Williams geschreven, maar de soundtrack van Michael Giacchino is (hoorbaar) schatplichtig aan hem. Of hij de muziek van het laatste (nog niet genaamde) deel van de slottrilogie van Star Wars schrijft, ligt voor de hand, maar Williams loopt dan al hard tegen de negentig. Aan nieuwe muzikale ideeën ontbreekt het nog altijd niet. 

Darth Vader in da house
De impact van de muziek van Williams heeft het Nederlands Philharmonisch Orkest geïnspireerd tot Star Wars in het Concertgebouw en doet dat terecht. De muziek van Williams behoort weliswaar niet tot de traditionele 'klassieke' muziek, maar is daar zonder meer mee verbonden. Onder leiding van de heerlijk enthousiaste Amerikaanse dirigent John Axelrod en bijgestaan door presentator Leona Philippo  werd de beste muziek uit de Star Wars-films op meer dan overtuigende wijze ten gehore gebracht. Philippe is overigens ook bekend als winnaar van Maestro en liet met het dirigeren van Battle of the Heroes zien dat ze het dirigeren nog niet verleerd is. Op - gek genoeg - The Return of the Jedi na kwamen alle bekende thema's van Episode I The Phantom Menace tot Episode VI The Force Awakens langs. Van het dramatische Duel of the Fates en het romantische Across the Stars tot de bekende Star Wars Main Title en Throne Room. En natuurlijk ontbrak The Imperial March niet waarmee het concert spectaculair opende. Op de omineuze eerste noten ervan kwam John Axelrod - gehuld in het kostuum van Darth Vader - de trap van het Concertgebouw af. Daarmee was de verkleedpartij nog niet ten einde. Als laatste werk voor de pauze klonk het prachtige Jedi Steps and Finale, de muziek die Rey's ontmoeting met Luke Skywalker én de aftiteling van The Force Awakens begeleidt. Muziek die - zeer kenmerkend voor John Williams - er vast vaak voor zorgt dat bioscoopbezoeker blijven plakken tot het einde van de aftiteling. Op deze muziek werd de Grote Zaal van het Concertgebouw bezet door leden van de Dutch Harrison, de Nederlandse afdeling van de 501t Legion die bestaat uit wereldwijd 4.000 Star Wars-fans die kostuums hebben van de bad guys uit het Star Wars-universum. 

Schatplichtig aan Holst, Korngold, Wagner en Stravinsky
Het zal daarom niet verbazen dat het publiek van het Concertgebouw een tikkeltje anders was samengesteld dan tijdens een regulier abonnementsconcert. Tegelijkertijd hoeft hier niet de conclusie uit getrokken te worden dat het een soort samenscholing van Star Wars-nerds was die elke dialoog uit de hele franchise kunnen opdreunen. Hoewel de meneer met zijn Star Trek-t-shirt het niet helemaal begrepen had. Want het Nederlands Philharmonisch Orkest en John Axelrod hadden werk van dit concert gemaakt door het oeuvre van Williams in perspectief te plaatsen. Een perspectief dat zijn muziek verbindt met het grote orkestrale werk dat in Hollywood vanaf ongeveer de jaren dertig furore maakte. Een traditie die werd verstrekt door de Tweede Wereldoorlog en de gedwongen vlucht van talloze componisten zoals Erich Wolfgang Korngold die zich in hun nieuwe (tijdelijke) vaderland toelegden op dit nieuwe genre. Maar ook Wagner heeft hier een rol. Hij stierf weliswaar voordat er überhaupt zoiets was als een film, laat staan filmmuziek maar zijn allesomvattende muziektheater is - zoals Leona Philippo in haar presentatie al duidelijk maakte - als voorloper te zien van de soundtrack. Maar nog belangrijker: zijn gebruik van het Leitmotiv is zonder meer terug te horen in de muziek van Williams dat hierdoor wordt gedomineerd en zo succesvol is toegepast op Star Wars. Daarom liet het Nederlands Philharmonisch Orkest nadrukkelijk ook werk van Wagner en Korngold horen. Die laatste overigens vooral ook om de overeenkomsten met de Star Wars Main Title te laten horen. Dezelfde reden waarom Mars, The Bringer of War uit The Planets van Holst te horen was. In een klein intermezzo liet Axelrod delen uit Le Sacre du Printemps van Stravinsky spelen die wel heel erg klonken als The Dune Sea of Tatooine en The Stormstroopers uit de muziek voor A New Hope. De schatplichtigheid aan de klassieke muziek werd daarmee overtuigend aangetoond, overigens ook altijd ruiterlijk erkend door John Williams zelf. Een schatplichtigheid die Williams heeft geïnspireerd tot een zeer eigen geluid en muzikale canon die hem tot icoon van de filmmuziek heeft gemaakt. En tegelijkertijd het belang van klassieke muziek onderstreept waardoor het andersoortige publiek van dit concert wellicht in de toekomst terug te vinden is bij andere concerten van het Nederlands Philharmonisch Orkest. Muziek is - zoals ook nu weer bleek - universeel. Zeker de muziek van het Star Wars-universum. 


Op 1 en 2 december 2017 vond 'Star Wars in het Concertgebouw' plaats. Het Nederlands Philharmonisch Orkest onder leiding van John Axelrod stelde daarbij muziek van John Williams centraal en diens inspiratie: Wagner, Holst en Korngold. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 2 december. Het concert van 2 december werd tevens live gestreamd.