woensdag 24 augustus 2016

Wallander's Brexit


Geen land ter wereld waar Scandinavische misdaadseries zo populair zijn als in het Verenigd Koninkrijk. Series als The Killing en The Bridge zijn niet aan te slepen en kunnen steevast rekenen op hoge kijkcijfers, zeker in vergelijking met andere niet-Britse producties. De oerserie van dit Scandinavische succes is zonder twijfel Wallander en het zal daarom ook niet verbazen dat de BBC een Engelstalige versie met Kenneth Branagh heeft geproduceerd. Met een vierde serie van drie afleveringen komt – net als het Zweedse origineel – een einde aan de avonturen van inspecteur Wallander en vormt daarmee een eigen Brexit. 

De oorspronkelijke Zweedse misdaadserie over inspecteur Wallander telt 32 afleveringen die van 2005 tot en met 2013 zijn uitgezonden. Het succes buiten de grenzen van Zweden verleidde Henning Mankell, de vorig jaar overleden geestelijk vader van inspecteur Kurt Wallander, om via zijn eigen productiehuis Yellow Bird gesprekken aan te gaan in het Verenigd Koninkrijk dat uiteindelijk in 2008 heeft geleid tot een Engelstalige BBC-serie met Kenneth Branagh in de rol van de stoïcijnse politie-inspecteur Kurt Wallander. Met vier series van in totaal 12 afleveringen is inmiddels een einde gekomen aan de Britse Wallander. In juni werd de laatste aflevering uitgezonden terwijl de vierde serie vlak daarna op DVD is verschenen. Een goed moment dus om de balans op te maken. 

Engelstalig, maar nog gewoon Zweeds
Het blijft vreemd dat juist vanwege het succes van de oorspronkelijke Wallander het nodig was om een Engelstalige versie te maken. Immers waar de weinig toegankelijke Zweedse taal daadwerkelijk een reden is voor een remake wijst het succes van de Zweedse Wallander en andere Scandinavische series uit dat zelfs het Britse publiek over te halen is om de moedertaal links te laten liggen, wanneer de kwaliteit en spanning van de betreffende series dik in orde is. Daarbij is de nuffige Krister Henriksson een meer dan goede Wallander waardoor een extra vraagteken geplaatst kan worden bij dit voornemen. Nu heb ik diverse afleveringen van beide series gezien en kan me eigenlijk wel wat voorstellen bij deze remake aangezien ze complementair aan elkaar zijn. Dat is des te vreemder aangezien de Engelstalige serie trouw blijft aan de boeken van Henning Mankell en er overlap is tussen beide series: zo is de laatste aflevering van de BBC-versie The Troubled Man hetzelfde verhaal als de eerste aflevering van het derde (en laatste) seizoen van de Zweedse versie. Daar komt nog eens bij dat de BBC-serie zich gewoon afspeelt in Zweden en dan met name in Ystad, thuisbasis van Kurt Wallander. Er is nadrukkelijk niet voor gekozen om de verhalen van Mankell zowel letterlijk als figuurlijk te vertalen naar het Verenigd Koninkrijk. Kenneth Branagh en een cast van overwegend Britse acteurs lopen dus gezellig rond in een erg Zweedse wereld. En hoewel dit in beginsel vervreemdend werkt, is het misschien wel de sleutel van het succes van de BBC-variant en ligt daarin de meerwaarde ten opzichte van het Zweedse origineel besloten.

Van Zuid-Afrika naar de boezem van de familie
Die vervreemding komt (uiteraard) ook terug in de laatste drie afleveringen waar het karakter van Wallander – uitstekend tot leven gebracht door de Noord-Ierse acteur en filmregisseur Kenneth Branagh – tijdens een bezoek aan een politieconferentie in Zuid-Afrika geconfronteerd wordt met een vermiste Zweedse die samen met haar man in Zuid-Afrika is gaan wonen (The White Lioness). Verder heeft Wallander het in A Lesson in Love te verduren met een motorbende die de hand lijkt te hebben gehad in de naargeestige dood van een vrouw en de vermissing van haar dochter. In die aflevering komt ook voor het eerst de schoonvader van Wallander’s dochter ten tonele. Deze aristocratische en voormalige Marineman Hakan von Enke wordt prachtig gestalte gegeven door Terrence Hardiman. Een naam die niet meteen tot herkenning zal leiden, maar zijn kenmerkende gestalte, dictie en stem maken hem een graag geziene bijrolacteur die in het Verenigd Koninkrijk vooral bekend is geworden als The Demon Headmaster in de gelijknamige serie. A Lesson in Love bouwt daarbij mooi op richting de laatste aflevering The Troubled Man die in het teken staat van de verdwijning van Hakan. Tegelijkertijd komen de gezondheidsproblemen van Wallander, die in A Lesson in Love voor het eerst echt duidelijk worden, in alle ernst en met de nodige gevolgen naar buiten. Zo combineert deze laatste serie van drie afleveringen de pijlers waarop het succes van de Wallander in het algemeen en de BBC-versie in het bijzonder op gebouwd zijn: volwassen dramatiek in combinatie met misdaad, maar voor een karakterschets van Kurt Wallander. Met deze serie is – na het de afronding van de Zweedse serie – een definitief einde gekomen aan Wallander en heeft Kenneth Branagh daarmee zijn eigen ‘Brexit’ gecreëerd. 


In juli is Volume 4 van de BBC-serie ‘Wallander’ met in de hoofdrol Kenneth Branagh op DVD verschenen. De serie wordt uitgegeven door Lumière en is gebaseerd op de boeken van Henning Mankell.

donderdag 18 augustus 2016

Concert 17 augustus 2016: Doorleefde Beethoven en opwindende overmoed in Brahms


Robeco SummerNights 2016

Beethoven: Vioolconcert
Brahms: Symfonie Nr. 4

Augustin Hadelich (viool)
Lahav Shani, Rotterdams Philharmonisch Orkest
Concertgebouw, Amsterdam

Met een jonge violist en een nog jongere gastdirigent en klassiekers van Beethoven en Brahms laat het Rotterdams Philharmonisch Orkest  ook in het zomerseizoen van  zich horen. Een doorleefde uitvoering van Beethoven’s Vioolconcert en een opwindende – tikkeltje overmoedige – vertolking van de Vierde Symfonie van Brahms zorgden voor een fijne zomeravond in het Concertgebouw.

De Israëlische dirigent Lahav Shani (27) kan ongetwijfeld zonder herkend te worden over straat lopen, want zelfs met white tie lijkt hij allesbehalve op een dirigent en nog jonger dan hij is. Tegelijkertijd bedient hij zich niet van de kapsones van een (klassieke) maestro want na afloop van het concert dartelde Shani door het orkest heen om diverse orkestleden in het zonnetje te zetten voor hun bijdrage. Net zoals Shani – bij de toegift van violist Augustin Hadelich – eveneens gemoedelijk in de zaal ging zitten om samen met het publiek te luisteren naar een mooie uitvoering van het andante uit de Tweede Vioolsonate van Bach. En ook op het podium zie je bij tijd en wijle nog echt een jonge jongen staan. Maar laat er geen misverstand over bestaan: deze pupil van Daniel Barenboim - die gelijk zijn mentor piano en orkestdirectie beheerst - weet  zodra hij voor een orkest staat  donders goed wat hij wil. Zijn wijze van dirigeren varieert van springerig soepel naar intensief stram. Met name wanneer die laatste stijl naar voren komt, doet hij erg denken aan Herbert von Karajan in zijn nadagen toen rugproblemen hem veroordeelden tot een gelijksoortige stramme dirigeerstijl.  Door diverse succesvolle invalbeurten is de ster van Shani rap gestegen en ook het Rotterdams Philharmonisch Orkest heeft al eerder met hem kennis gemaakt. Dat is blijkbaar goed bevallen want op het podium blijkt dat het orkest Shani moeiteloos volgt en – belangrijker – hem zijn rol ook gunt.

Het belang van muziek
Dat werd meteen al duidelijk bij het Vioolconcert van Ludwig van Beethoven (1770-1827). Dit uitgebreide en lyrische vioolconcert is voor violist én publiek een geliefd werk, maar daarmee is het tegelijkertijd des te lastiger om een goede uitvoering neer te zetten. Door de herkenbaarheid ligt de lat automatisch hoog. Met de eveneens jonge in Italië geboren Duitser Augustin Hadelich (1984) is die lat geen probleem. Gelijk Shani is ook zijn ster rijzende, maar is het belang dat hij aan muziek hecht wellicht nog groter. Want in zijn tienerjaren heeft hij tijdens een thuisbrand (ernstige) brandwonden opgelopen waardoor hij meer dan een jaar geen viool kon spelen. Juist omdat hij gedwongen zijn viool heeft moeten laten rusten zonder te weten of hij weer zou kunnen spelen, maakt dat hij nu met grotere intensiteit speelt. Hij beseft het belang dat muziek voor hem heeft te goed en wil daar zoveel mogelijk van genieten. En genieten deed zowel hij als het publiek gisteravond met een doorleefde uitvoering van dit Vioolconcert. Daarbij meer dan uitstekend begeleid door het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder Shani. Publiek, orkest én dirigent waren daarom terecht lovend over de muzikale kwaliteiten van Augustin Hadelich.

Opwindende overmoed
Na de pauze stond Shani er alleen voor en dan ook nog eens met symfonie die niet de makkelijkste is. Want de Vierde Symfonie van Johannes Brahms (1833-1897) zit zo boordevol muzikale ideeën dat een dirigent goed moet weten wat hij wil om te voorkomen dat orkest én publiek niet verdwalen in een muzikale overvloed. Brahms heeft zich pas op latere leeftijd aan de symfonie gewaagd, waardoor zijn symfonische oeuvre uit slechts vier symfonieën bestaat. Overschaduwd door de symfonieën van de grote Beethoven kon hij zich niet voorstellen wat hij nog toe te voegen had. Gelukkig heeft hij zich over die schroom heengezet en componeerde hij vier doorwrochte symfonieën boordevol muzikale ideeën. En daarvan is de Vierde Symfonie ongetwijfeld het werk dat het meest van muzikaliteit uit de voegen barst. Want niet alleen vormen de eerste minuten van het eerste deel de basis voor de drie volgende delen, maar bevat dit deel zoveel muzikale rijkdom dat het een volledige symfonie in zich herbergt. Aan Shani en het Rotterdams Philharmonisch Orkest om deze “gevaarlijke” muzikale reis te maken. Een reis die bovenal kenmerkend Rotterdams was, niet in de laatste plaats door de kenmerkende sound van de Rotterdamse blazers in het algemeen en de hoorns in het bijzonder. Shani koos daarbij voor een voorzichtig en relatief trage start, maar bouwde snel op en begeleidde publiek en orkest naar een uitvoering die zonder twijfel elementen van jeugdige overmoed bevatte waarbij effectbejag en een flink fortissimo niet ontbraken. Dit deed echter geen afbreuk aan een opwindende vertolking die een passende epiloog vormde voor een mooie muzikale avond in het Concertgebouw.

In juli en augustus vinden in het kader van de Robeco SummerNights een reeks zomerconcerten plaats. Op 17 augustus maakten het Rotterdams Philharmonisch Orkest gastdirigent Lahav Shani en solist Augustin Hadelich hun opwachting in het Concertgebouw met een programma van Beethoven en Brahms. Meer info over en kaarten bestellen voor de Robeco SummerNights hier

donderdag 11 augustus 2016

Een moord hoog in de wolken. 'Death in the Clouds' van Agatha Christie


Over enkele weken verschijnt een nieuw avontuur van privédetective Hercule Poirot van Sophie Hannah terwijl Kenneth Branagh voorbereidingen treft voor een (nieuwe) verfilming van The Murder on the Orient Express. Bijna een eeuw na de publicatie van het eerste Poirot-verhaal en ruim veertig jaar na de dood van Agatha Christie is deze bijzondere Belg nog steeds populair. Maar zijn de oorspronkelijke boeken eigenlijk nog het lezen waard? 

Met de publicatie in 1920 The Mysterious Affair at Styles werd niet alleen Hercule Poirot geïntroduceerd, maar betekende dit ook het debuut van Agatha Christie (1890-1976). Het zou de start betekenen van een ongekend succesvolle schrijverscarrière die naast Poirot ook de immer nog bekende Miss Jane Marple, maar ook de nog altijd lopende moordmysterie The Mousetrap zou opleveren. Dit en de vele andere boeken die zij schreef, hebben Christie tot de best verkochte schrijfster ooit gemaakt wiens verkoopcijfers kunnen wedijveren met het werk van Shakespeare en de Bijbel. Ondanks dat zij al ruim veertig jaar dood is, blijven haar boeken – met name in de Engelstalige landen – in druk en inspireert zij nog steeds tot film- en tv-versies. Van meerdere versies van Miss Marple waarbij de serie met Joan Hickson uit de jaren tachtig nog altijd de beste is tot David Suchet die van 1989 tot 2013 erin geslaagd is om alle Poirot-verhalen te verfilmen. Ondanks dat Suchet gezien wordt als de definitieve Poirot weerhoudt dit regisseur Kenneth Branagh er niet van om Murder on the Orient Express – in 1974 verfilmd door Sidney Lumet met in de hoofdrol Albert Finney en tevens opgenomen als lange TV-aflevering met David Suchet – om volgend jaar een nieuwe versie in de bioscopen te brengen. Een versie waarin hij zelf ook de rol van Poirot op zich neemt. Maar ook op het boekenfront is het allerminst stil. Enkele jaren geleden schreef Sophie Hannah – met goedkeuring van de erven-Christie – met The Monogram Murders een (geslaagd) nieuw Poirot-avontuur, terwijl over enkele weken zij opnieuw in de wereld van Poirot duikt met Closed Casket. Poirot doet er dus nog steeds toe, maar hebben de oorspronkelijke avonturen de tand des tijds doorstaan of kunnen we beter kijken naar Suchet en Branagh kijken en Sophie Hannah lezen?

Moord aan boord
Door met name het David Suchet-verhikel Agatha Christie’s Poirot zijn alle Poirot-verhalen niet alleen verfilmd, maar daarmee ook bekend. Daardoor ligt het minder voor de hand om de oorspronkelijke verhalen te lezen omdat de ontknoping veelal bekend is. Death in the Clouds (1935) is daarom een goed startpunt om opnieuw het werk van Christie te lezen, want dit verhaal over een moord hoog in de wolken is één van de minder bekende avonturen van de pedante Belgische privédetective. Het aardige aan dit verhaal is dat het een typisch Poirot-verhaal is. Niet alleen zit de privédetective (letterlijk) met zijn neus bovenop de moord, maar leidt de locatie van de moord ertoe dat het lijstje van verdachten beperkt is. Want in Death in the Clouds wordt een vlucht van Parijs naar Croydon opgeschrikt door de dood van de Franse financier Madame Giselle. Wat in eerste instantie lijkt op een natuurlijke dood door een reactie op een wespensteek, blijkt uiteindelijk een zeldzaam gif – door middel van een pijl afgevuurd via een blaaspijp – de boosdoener te zijn. Waar de andere passagiers niets met deze financier van high society en bewaker van hun geheimen van doen lijken te hebben, gaat Poirot op onderzoek uit en komt erachter dat er wel degelijk banden zijn tussen een aantal passagiers en Madame Giselle en het niet toevallig is dat zij op deze vlucht zat. 

Tand des tijds
Een boek dat ruim tachtig jaar geleden voor het eerst gepubliceerd is, heeft natuurlijk niet volledig de tand des tijds doorstaan. Dit komt het beste tot uitdrukking in de maatschappelijke verhoudingen waarbinnen dit moordverhaal zich afspeelt. Verhoudingen waarbij een lid van de aristocratie altijd meer rechten c.q. met meer egards wordt behandeld dan de andere passagiers. Die strikte hiërarchie is tegelijkertijd een zeer realistisch tijdsbeeld van het toenmalige Verenigd Koninkrijk dat nog een Empire was en een klassensysteem kende dat nog door klinkt in het huidige Groot-Brittannië van premier Theresa May. Want geen ander land ter wereld waar lijstjes worden bijgehouden naar de achtergrond (particulier of publiek onderwijs) van een kabinet. In vergelijking met haar (aristocratische) voorganger David Cameron doet het May het – in dat opzicht – ietsje “ beter”. Maar ook de wijze waarop Christie langzamerhand via het speurwerk van dat gekke mannetje Poirot ontrafelt, is nog steeds lezenswaardig waarbij de ontknoping uiteindelijk (toch nog) onverwacht is. Poirot blijft dus gewoon lezenswaardig en zijn avonturen zijn zonder meer aan te bevelen, zeker in deze zomermaanden waarbij een fijne detective altijd op zijn plaats in. Nu nog afwachten of Sophie Hannah met haar tweede Poirot-avontuur de defintieve aftrap geeft voor een langdurige nieuwe reeks van deze nog altijd fascinerende privédetective. 

Begin september verschijnt ‘The Closed Casket’, het tweede Poirot-verhaal van de hand van Sophie Hannah. Het hier besproken boek ‘Death in the Clouds’ van Agatha Christie verscheen in 1935 en is – als onderdeel van een nieuw vormgegeven Poirot-reeks - nog altijd leverbaar. De Nederlandse vertaling (‘Poirot’s Vliegtocht’) is vooralsnog niet (meer) verkrijgbaar. Deze recensie is ook verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta.

woensdag 10 augustus 2016

Terug naar Overlook Hotel. 'Doctor Sleep' van Stephen King


Een maniakale en moordzuchtige vader overleven terwijl je - samen met je moeder - ingesneeuwd bent als enige bewoners van een geïsoleerd hotel in de Rocky Mountains. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten. Vijfendertig jaar na The Shining vertelt Stephen King hoe het Danny Torrance vergaan is. Met Doctor Sleep keren we (gelukkig?) terug naar het vermaledijde en spookachtige Overlook Hotel.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: The Shining (1977) van Stephen King heb ik nooit gelezen. De filmversie van Stanley Kubrick - uit mijn geboortejaar 1980 - staat daarentegen in mijn geheugen gegrift. Niet in de laatste plaats door Jack Nicholson die perfect gestalte geeft aan de maniakale schrijver Jack Torrance die met zijn gezin een winter doorbrengt als huisbewaarder van het Overlook Hotel in de Rocky Mountains, Colorado. In dat isolement - geholpen door de geesten van het hotel - draait Jack door en weten zijn vrouw Wendy en zijn zoontje Danny ternauwernood zich het vege lijf te redden, terwijl Jack het onderspit delft. De fascinerende en bekruipende filmversie zit vol met memorabele momenten. Van Jack's ijzingwekkende 'Here's Johnny!' tot kleine Danny die op zijn driewieler door de lege gangen van het hotel fietst. Mijn recente Stephen King-manie in combinatie met de fascinatie voor deze film in ogenschouw nemende, is het niet verwonderlijk dat een vervolg op The Shining op de leesstapel is beland. En voor het lezen van Doctor Sleep is het niet strikt noodzakelijk om The Shining te hebben gelezen wanneer je de filmversie kent. Echter - tot enige schrik van deze lezer - maakt King duidelijk dat de filmversie op essentiële punten afwijkt van de filmversie waarbij sowieso  tussen de regels door te lezen is dat King helemaal niet zo onder de indruk is van de visie van Kubrick. Of hij daar gelijk in heeft, kan ik pas beoordelen wanneer ik The Shining daadwerkelijk gelezen heb. Maar gezien het plezier waarmee Doctor Sleep is verslonden, gaat het niet lang duren voordat die vergelijking gemaakt kan worden. 

Ouder en wijzer (na het afzweren van alcohol...)
Bij het lezen van Doctor Sleep valt op dat King ruim de tijd neemt om de achtergrondgeschiedenis van de hoofdrolspelers uit te werken alvorens zich te richten op het daadwerkelijke verhaal. Dat is ook niet zo vreemd, want om geloofwaardig tot een vervolg op The Shining te komen, moet de volwassenwording van Danny Torrance geschetst worden. En dat pad naar volwassenheid is moeizaam geweest. Na die bijna-fatale winter hebben Danny en zijn moeder kunnen leven van een schadevergoeding toegekend door de eigenaren van het hotel. Al snel worden zij echter veroordeeld tot een relatief armoedig bestaan waarbij Wendy overlijdt aan kanker. Danny kampt niet alleen met de gevolgen van die ene winter, maar ook zijn mentale gave (de 'shining') waardoor hij geesten ziet en met gelijkgestemden kan communiceren. Dit alles leidt de volwassen Daniel tot een leven in dienst van drank dat allesbehalve gelukkig is. Maar gelukkig weet hij zich van de drank te ontdoen wanneer hij tijdens zijn zwervende bestaan het stadje Frazier in New Hampshire aandoet en wordt geholpen aan een baantje, kan rekenen op de steun van een inwoners van Frazier en uiteindelijk alcohol afzweert. Omdat King ruim de tijd neemt voor deze ommezwaai in het leven van Daniel is het niet alleen geloofwaardig, maar wordt je in het leven van Frazier getrokken. Daniel werkt daar inmiddels bij een hospice waar hij stervenden in hun laatste momenten bijstaat om de overgang van het tijdelijke naar het eeuwige vreedzaam te laten verlopen. Een talent dat hem de bijnaam "Doctor Sleep" oplevert. Een kat die de dood immer voelt aankomen is zijn partner in crime. Tegelijk met het leven van Daniel laat King ons kennis maken met het bijzondere meisje Abra die we volgen vanaf haar geboorte tot haar tienerjaren. Zij is - net als Daniel - begaafd en beschikt over de 'shining', maar haar 'shining' is ongelooflijk veel krachtiger en zij zoekt uiteindelijk contact met Daniel. Ten slotte maakt de lezer kennis met de sekte The True Knot (de Ware Knoop). Dit op het eerste gezicht onschuldige samenraapsel van pensionado's in campers is een eeuwig levend gezelschap dat slechts kan overleven door de 'stoom' die vrijkomt bij het doden van mensen die beschikken over de 'shining'. De ongekende 'shining' van Abra komt daarbij spoedig op hun radar en kan de True Knot voorzien in al hun behoeften. Pas ver in het boek komt King ter zake: de jacht van True Knot - onder leiding van de duivelse Rose O'Hara - op Abra en de hulp die zij inroept van Daniel om dit Kwaad te weerstaan.

Spannend, maar niet altijd duidelijk
Het fijne aan Doctor Sleep is dat door de uitgebreide aanloop je zo bekend bent met de hoofdrolspelers dat het uiteindelijke onderwerp van het boek - de strijd van Daniel en Abra tegen de True Knot - een gelaagdheid krijgt die het anders niet had gehad. Tel daarbij het onmiskenbare talent van King om een goed verhaal te vertellen op en je hebt een geheide aanrader te pakken. Een aanrader die overigens - in tegenstelling tot The Shining - niet zozeer eng is, maar vooral spannend. Een spanning die tot een hoogtepunt komt wanneer - hoe kan het ook anders - het finale treffen met de True Knot plaats vindt daar waar het allemaal begon: de Overlook Hotel. Het is daarbij ook knap van King dat hij een verhaal weet te vertellen dat geen afbreuk lijkt te doen aan het origineel en toch een eigen tone of voice heeft. Het is immers goed en wel om te willen weten hoe het met Danny verder is gegaan, maar het verhaal van Daniel moet dan wel op zichzelf staan. En dat doet het zonder meer. Tegelijkertijd wordt de gave van de 'shining' uitgewerkt, wat ook van toegevoegde waarde is. Wat - gek genoeg - minder goed uitgewerkt wordt zijn sommige 'actie-scenes'. Het leidt een enkele keer tot het niet helder over het voetlicht krijgen wat er precies gebeurt. Een kleine aanmerking op een verder zeer geslaagde toevoeging op het (almaar uitdijende) oeuvre van Stephen King en aanrader voor fans van zowel de film- als boekversie van The Shining.

'Doctor Sleep' van Stephen King is in 2013 verschenen. Een Nederlandse vertaling - als 'Dr. Sleep' - is in hetzelfde jaar verschenen. 

woensdag 3 augustus 2016

Een verdacht mirakel. 'Voor de val' van Noah Hawley


Een privévliegtuig dat 16 minuten na vertrek onverklaarbaar in de zee stort, maar wel twee overlevenden heeft? In een tijd waarin een ongeluk nooit echt een ongeluk kan zijn, is een dergelijk wonder al snel verdacht en worden de overlevenden blootgesteld aan de ellende die permanent achterdochtige nieuwsgaring is. Of is er wel degelijk meer aan de hand? Noah Hawley – bekend van de Netflix-serie Fargo – heeft met Voor de val een spannende roman geschreven, perfect voor deze zomer. 

In deze zomer waar het ene ellendige nieuwsbericht het andere volgt, is het steeds minder goed voorstelbaar dat er ook nog weleens simpelweg ongelukken met fatale afloop gebeuren die niet samenhangen met (moslim)terrorisme (Frankrijk, Beieren) of een ouderwets “verward” iemand (München, Japan). Dit alles binnen de context van continue nieuwsgaring waardoor we niet alleen in real time alles mee beleven, maar waar de grens tussen feit en onwaarheid door de snelheid van het nieuws lang niet altijd even duidelijk is. Binnen deze context plaatst Noah Hawley zijn roman over een ongelukkige vlucht met fatale afloop. Want een vlucht waarbij een belangrijke nieuwsbaas, het grootste deel van zijn gezin en een bevriende echtpaar waarvan de man invloedrijk op Wall Street is én op het punt stond gearresteerd te worden omkomen, kan geen toeval zijn. Dit tragische gegeven projecteert Hawley op de twee overlevenden om zo een spannend verhaal binnen een maatschappijkritische context te vertellen.

Filmrechten
Hoewel Noah Hawley (1967) met Voor de val inmiddels zijn vijfde boek heeft geschreven was hij voor mij – en naar mag worden aangenomen het bredere Nederlandse publiek – geen bekende schrijver. Niet voor niets dat de Nederlandse uitgever subtiel op de kaft Hawley introduceert als de ‘Auteur van de populaire Netflix-serie Fargo’. Hawley blijkt de scenarioschrijver te zijn van deze geweldige serie geïnspireerd op de gelijknamige filmklassieker van Joel en Ethan Coen. De serie, die inmiddels twee seizoenen beloopt met een derde seizoen in aantocht, bevolkt dezelfde quirky wereld als de gelijknamige film en weet een perfecte balans te vinden tussen een misdaaddrama en (zwarte) komedie. Een balans die wordt gevonden door de ietwat koddige volksaard van de gemiddelde inwoner van Minnesota waar beide seizoenen (maar in andere tijdsperiodes) zich in afspelen. Die koddigheid is in Voor de val ver te zoeken, maar het zal niet verbazen dat de filmrechten voor het boek inmiddels al verkocht zijn. 

Fox News
Want Noah Hawley weet zijn verhalen buitengewoon goed te vertellen. In Voor de val vindt het vliegtuigongeluk al in het eerste deel plaats waarna Hawley de tijd neemt om niet alleen de aanloop naar het ongeluk – vanuit diverse perspectieven – te vertellen, maar ook de gevolgen van het ongeluk te schetsen voor de overlevenden. Want hoewel het privévliegtuig met 11 inzittenden in de zee stort op weg naar New York vanaf Martha’s Vineyard zijn er tegen elke verwachting in twee overlevenden. JJ Bateman, enige overlevende en jongste zoon van de familie Bateman, en Scott Burroughs een toevallige passagier die JJ (en zichzelf) redt door een onmenselijke prestatie neer te zeten en naar de kust te zwemmen. Dit mirakel verwordt in de continue cyclus van het nieuws al snel verdacht. Niet in de laatste plaats aangejaagd door de belangrijkste presentator van een nieuwskanaal. Een nieuwskanaal dat gemodelleerd naar Fox News en wiens presentator Bill Cunningham wel erg lijkt op Bill O’Reilly. Hawley’s Bill – een goede vriend van Dave Bateman – kan zich niet voorstellen dat zo’n belangrijk iemand als Bateman om kan komen door een ongeluk. Zeker niet in ogenschouw genomen dat Wall Street-koning Ben Kipling “toevallig” omkomt de dag voordat hij gearresteerd wordt op verdenking van het doen van zaken met schurkenregimes. Dat een weinig succesvolle schilder - Scott Burroughs – opeens op verzoek van de vrouw van Bateman mee vliegt, is een toevalligheid te veel voor Bill Cunningham en een complottheorie is geboren. Hawley weet meesterlijk de gevolgen van deze gedachte te koppelen aan actuele maatschappijkritiek over het functioneren van de media. Tegelijkertijd ontvouwt het drama zich verder door de nasleep voor JJ en Scott en de individuele verhalen van de 11 passagiers in de aanloop naar het fatale ongeluk (?). Hawley weet daarbij goed de spanning vast te houden en toch op de proppen te komen met een geloofwaardig, maar desalniettemin onverwachte ontknoping. Een uitstekend boek van een goede schrijver die een spannende én klassieke roman met een boodschap heeft geschreven. Zonder meer een zomertip!

In juli is ‘Voor de val’ van Noah Hawley bij de Boekerij van Meulenhoff verschenen. Het betreft de vertaling door Carolien Metaal van de oorspronkelijke Engelstalige versie ‘Before the fall’. Deze recensie is ook verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta.

maandag 1 augustus 2016

Concert 31 juli 2016: Geslaagd debuut van de Münchner Symphoniker


Robeco SummerNights 2016

Verdi: Ouverture uit Aida
Tsjaikovski: Vioolconcert 
Mendelssohn: Symfonie Nr. 4 Italiaanse

Simone Lamsma (viool)
Kevin John Edusei, Münchner Symphoniker
Concertgebouw, Amsterdam

Waar de Royal Albert Hall de BBC Proms heeft om de zomer door te komen, heeft het Concertgebouw al bijna dertig jaar de Robeco SummerNights. Voor de Münchner Symphoniker betekent het concert van gisteren niet alleen hun debuut bij deze reeks zomerconcerten, maar ook in het eerbiedwaardige Concertgebouw. Een geslaagd debuut, maar met een paar vraagtekens over de viool van solist Simone Lamsma. 

Met het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks onder leiding van Mariss Jansons en Valery Gergjev die de Münchner Philharmoniker leidt, hebben de inwoners van München weinig te klagen. Maar dat heeft München als bastion van muziek niet weerhouden om te beschikken over nog eens een derde orkest: het Münchner Symphoniker. Dit orkest in 1945 opgericht door Kurt Graunke richt zich met name op het klassieke en romantische kernrepertoire, maar staat ook bekend om uitvoeringen van filmmuziek. Met als chef-dirigent de sympathieke en dynamische Kevin John Edusei (1976) mikt het orkest op een iets andere markt dan de twee grotere broers, maar kent daarmee tegelijkertijd haar plek. Bij de Robeco SummerNights maakte het orkest haar debuut bij dit zomerfestival én in het Concertgebouw. Gezien het karakter van deze reeks en de focus van het orkest op het (romantische) kernrepertoire zal het niet verbazen dat de musici uit München hebben gekozen voor een programma met Romantische toppers als Verdi, Tsjaikovski en Mendelssohn. Dat ging er bij het publiek in als Ketellapper. Alleen al vanwege de constatering dat door de hoge gemiddelde leeftijd het grootste deel van het publiek deze referentie aan de reclameslogan uit de jaren tachtig kent als hun broekzak. Een toegift kon niet uitblijven en dat gaf Edusei de gelegenheid om de achterliggende motivatie voor dit programma een klein beetje toe te lichten. Want het was bijna tweehonderd jaar geleden dat één van de grondleggers van de Romantiek, Johann Wolfgang von Goethe, zijn Italienische Reise schreef en daarmee het verlangen naar het Zuiden vormgaf. Een verlangen dat tot uiting komt in de intens vrolijke Vierde Symfonie van Mendelssohn die niet zonder reden bekender is als de Italiaanse symfonie. En dat in combinatie met het ultieme Romantische vioolconcert van Tsjaikovski. Maar wat was er aan de hand met de viool van Simone Lamsma?

Een Stradivarius met een nasaal geluid
Het Vioolconcert van Tsjaikovski is (terecht) een publiekslieveling en was vorig jaar één van de zomerhoogtepunten door de fijne uitvoering door de elegante Arabella Steinbacher uitmuntend begeleid door het Orchestre de la Suisse Romande onder leiding van Neeme Järvi. Hoewel de Münchner Symphoniker garant stond voor een mooie begeleiding, met name door de nadruk die Edusei legt op een puntige (lees: niet uitgesponnen) en lichte behandeling van de noten met een lekker pittig tempo, was er toch iets niet helemaal in de haak. Ook op de techniek van de Nederlandse violiste Simone Lamsma valt weinig af te dingen, die is prima voor elkaar. En ook het samenspel met het derde orkest van München was - op her en der wat miscommunicatie over het tempo na - niet verkeerd. Wat deze uitvoering minder geslaagd maakte, was de toon van Lamsma's 'Mlynarski' Stradivarius die op de een of andere manier - althans voor deze concertbezoeker - de intensiteit miste om de volbloed romantiek van het werk naar voren te brengen. Bij tijd en wijle klonk de viool wat - bij gebrek aan een beter woord - nasaal en leek het bereik ook niet altijd even groot. Ruim een jaar geleden excelleerde Lamsma nog in het Vioolconcert van Korngold waar dit niet het geval was. Ook bij de toegift (een sonate van Bizet?) leek de toon van de viool meer te passen bij het werk. Zonder meer geen slechte uitvoering, maar de aparte toonzetting van deze viool deed toch een klein beetje afbreuk aan dit prachtige werk.

Muzikaal München
De muzikaliteit die dirigent en orkest toonden in het Vioolconcert, kwam ook terug in de concertopening met de Ouverture uit Aida. Niet te verwarren met de Prelude die deel uitmaakt van de opera, maar een apart door Verdi gecomponeerde ouverture die een eigen leven is gaan leiden en populair is gemaakt door Toscanini. Deze lijn werd voortgezet in de Vierde Symfonie van Mendelssohn. Dit zonder twijfel vrolijkste werk van de hand van Mendelssohn is geïnspireerd op zijn bezoek aan Italië tijdens zijn Grande Tour door Europa. Juist de aanpak van Edusei werkte hier uitstekend: een flink tempo gecombineerd met een nadruk op 'lichtheid' en puntigheid zorgden voor een wervelende uitvoering van deze immer fijne symfonie. Een symfonie die perfect past bij een zomeravond en dus deze reeks zomerconcerten. Een toegift is meer regel dan uitzondering bij deze reeks en na zijn hierboven al genoemde schets van de relatie met het werk van Goethe voerde hij het publiek wederom naar het Zuiden met - niet verrassend voor dit orkest - filmmuziek. Maar dan wel filmmuziek van Nino Rota uit Fellini's La Strada. Je kan de zomer slechter doorbrengen. 

Het concert is live uitgezonden op Radio 4 en hier terug te luisteren. 

In juli en augustus vinden in het kader van de Robeco SummerNights een reeks zomerconcerten plaats. Met een programma van Verdi, Tsjaikovski en Mendelssohn maakte het Münchner Symphoniker op 31 juli niet alleen haar debuut bij de Robeco SummerNights, maar ook in het Concertgebouw. Meer info over en kaarten bestellen voor de Robeco SummerNights hier

zondag 31 juli 2016

Concert 23 juli 2016: De Proms met Wagner en Tippett


BBC Proms 2016

Wagner: laatste scene uit Die Walküre 
Tippett: A Child of our Time

Tamara Wilson, sopraan
Susan Bickley, mezzosopraan
Peter Hoare, tenor
James Creswell, bas

BBC National Chorus of Wales
Mark Wigglesworth, BBC National Orchestra of Wales

De Londense zomer staat traditiegetrouw in het teken van muziek en dan vooral de BBC Proms, vooral bekend van die ene laatste avond met bijbehorende uitgelaten vlaggenvertoon culminerend in trotse vaderlandslievende werken van de bekendste Britse componisten. Dus wanneer je in de zomer in Londen bent, kan je natuurlijk niet om een concertbezoek heen. Een terugblik op de laatste van twee Proms-concerten. Ditmaal geen Mendelssohn en Mozart, maar Wagner en Tippett. 

In de muzikale zomer van de BBC Proms die pas op 10 september met de traditionele Last Night of the Proms wordt afgesloten, kan een muzikale grootheid zoals Richard Wagner natuurlijk niet ontbreken. Maar datzelfde geldt natuurlijk voor Britse componisten. Dat de laatste scene uit Wagner's Die Walküre wordt gecombineerd met een oratorium van Michael Tippett is dat niet zo vreemd. Zeker wanneer het BBC-koor en orkest van Wales onder leiding staan van Mark Wigglesworth. Tot voor kort was Wigglesworth de musical director van de English National Opera (ENO), het gezelschap dat zich de afgelopen decennia vooral heeft laten zien en horen met Engels gesproken versies van het kernrepertoire binnen de opera. Niet in de laatste plaats een compleet Engelstalige versie van Der Ring des Nibelungen. Enkele maanden geleden heeft Wigglesworth het gezelschap echter verlaten vanwege de grote bezuinigingen die in zijn ogen tot een onacceptabele invulling van de missie van ENO gaan leiden. Pas in 2015 gestart als opvolger van de hooggewaardeerde Edward Gardner is het de vraag wat dit voor zijn carrière gaat betekenen net als hoe ENO uit het moeras getrokken kan worden. Deze dramatiek ter zijde schuivend, is het daarmee een buitengewone goede keuze om Wigglesworth dit programma te late leiden waar opera en oratorium bij elkaar komen. 

Vader en dochter
Hoewel Wagner's muziek in het algemeen en Die Walküre in het bijzonder de nodige bombast kent, is dat juist niet het geval in de allerlaatste scene van het tweede deel van de Ring. Want in deze scene staat de relatie tussen vader Wotan en dochter Brünnhilde centraal. Een relatie die het sterk te verduren heeft omdat zijn favoriete dochter tegen zijn wensen is ingegaan. In deze scene wordt zij hiervoor gestraft, maar is het tegelijkertijd een gevoelig afscheid waarin deze bijzondere relatie tot uitdrukking komt. Wotan's prachtige Leb wohl is daar één van de voorbeelden van. Aan Wigglesworth en de muzikale krachten van de BBC National Orchestra & Chorus van Wales om deze beledig shunt tot leven te brengen. Voor de liefhebbers van bombast was overigens gedacht door de Walkürenritt (Hojotoho! Hojotoho!) aan het programma toe te voegen. Met sopraan Tamara Wilson en bas James Creswell werd het een uitvoering die niet teleurstelde, waarbij Wilson zonder meer een betere Brünnhilde wist neer te zetten dan Creswell's Wotan. Ondanks dat de balans in het orkest niet altijd leek te kloppen, was duidelijk dat Wigglesworth beschikt over de ruime operaervaring om een dergelijke highlight overtuigende te brengen. 

Tweede Wereldoorlog
Hoewel werk van Wagner wel vaker een concert opent, beperkt dit zich eigenlijk altijd tot een ouverture zoals die uit Tannhäuser of Die Meistersinger en eventueel de Siegfried Idyll. Maar wanneer je een scene uit Die Walküre als 'opwarmer' gebruikt, moet het programma na de pauze natuurlijk wel staan als een huis. Met A Child of our Time van de Britse componist Michael Tippett (1905-1998) is dat gelukkig ook zo. Buiten zijn eigen eigen land is Tippett minder bekend, maar dat is in het Verenigd Koninkrijk wel anders en zeker dit oratorium da allesbehalve onbekend terrein voor veel Britse concertbezoekers. Dit 'contemplatieve' oratorium geïnspireerd op Bach en Händel is door Tippett aan de vooravond van en tijdens de Tweede Wereldoorlog gecomponeerd. Directe aanleiding voor dit driedelige werk voor orkest, koor en vier solisten was de moord op een Duitse diplomaat in Parijs in 1938 door een jonge Poolse Jood. Een daad die door de Nazi's misbruikt zou worden om de terreur van de Kristallnacht te ontketenen. Uit solidariteit met de onderdrukten schreef Tippett dit prachtige koorwerk. Want ondanks dat Tippett een tijdgenoot was van Benjamin Britten en daarmee een representant van moderne klassieke muziek is de muziek van A Child of our Time zeker toegankelijk en van een bepaalde (omineuze) schoonheid. Opvallend daarbij is dat Tippett voor de koralen gebruikt maakt van Amerikaanse spirituals die daarmee het karakter van onderdrukking alleen maar verder onderstrepen en tegelijkertijd het werk iets buitengewoon eigens geven. Met een duur van bijna 70 minuten voelt het soms wat aan de lange kant, maar in de mooie uitvoering is dat een ondergeschikt punt. Zeker tot het doorlopende hoogtepunt van de spirituals. En hier wist het team van Wigglesworth een teleurstelling te voorkomen. Het koor en orkest waren in goede doen, terwijl hier wederom Tamara Wilson zich liet horen als de beste solist. Maar ook hier waren haar collega's (helaas) wat minder. Zo hield de contemplatieve Tippett zich goed staande tegenover de bombastische Wagner. 

De BBC Proms 2016 vinden plaats van 15 juli tot en met 10 september, veelal in de Royal Albert Hall. Dit concert, op zaterdag 23 juli, was Proms 11. Meer info en kaarten bestellen hier.

vrijdag 29 juli 2016

Concert 22 juli 2016: De terugkeer van de dirigerende Monica Seles?


BBC Proms 2016

Mozart: Symfonie Nr. 39
Mendelssohn: Concertaria Infelice
Mozart: Concertaria Ah, Io previdi
Mendelssohn: Symfonie Nr. 4 Italienische 

Rosa Feola (sopraan)
Jérémie Rhorer, Le Cercle de l'Harmonie
Royal Albert Hall, Londen

De Londense zomer staat traditiegetrouw in het teken van muziek en dan vooral de BBC Proms, vooral bekend van die ene laatste avond met bijbehorende uitgelaten vlaggenvertoon culminerend in trotse vaderlandslievende werken van de bekendste Britse componisten. Dus wanneer je in de zomer in Londen bent, kan je natuurlijk niet om een concertbezoek heen. Een terugblik op de eerste van twee Proms-concerten.

De BBC Proms - of beter gezegd de Henry Wood Promenade Concerts presented by the BBC - vinden al sinds 1895 plaats en bieden de (klassieke) muziekliefhebbers twee zomermaanden feest. Van onbekende orkesten tot de grote namen (Bernard Haitink is een graag geziene gast tijdens de Proms) en bijzondere crossover-samenwerkingen (vorig jaar met bijvoorbeeld de Pet Shop Boys), voor ieder wat wils in de statige doch volkse Royal Albert Hall midden in de gegoede Londense wijk Kensington. Met het vooruitzicht om in juli in Londen te zijn vlak nadat de Proms waren afgetrapt met de Firts Night of the Proms was het een uitgemaakte zaak dat kaartjes gekocht moesten worden. In het enthousiasme werden daarbij voor twee opeenvolgende avonden kaarten gekocht: een avond Mozart en Mendelssohn en een avond met wat zwaardere kost: Wagner en Tippett. Hoewel de immense Royal Albert Hall niet echt geschikt lijkt voor wat meer kleinschalig werk, is de combinatie van Mozart en Mendelssohn niet te versmaden. Zeker niet wanneer het prettige symfonieën betreft als Mozart's 39e en de Italiaanse symfonie van Mendelssohn. Diezelfde Mendelssohn die zo'n warme band had met het Verenigd Koninkrijk in het algemeen en haar (toenmalige) Koningin in het bijzonder. Met zo'n programma was het besluit snel genomen en waren de kaarten besteld. Klaar dus voor de allereerste Proms. 

Verkeersregelaar
Daar waar normaal ook het orkest en de dirigent van belang zijn om tot een besluit te komen, was de combinatie van Proms en muziek van Mozart en Mendelssohn afdoende. Dat bleek een misvatting. Want eenmaal gezeten onder de grote koepel van de Royal Albert Hall - vernoemd naar de vroeggestorven  echtgenoot van Koningin Victoria - viel het kwartje van de dirigent pas. Want de Franse dirigent Jérémie Rhorer die met het mede door hem opgerichte orkest zijn Proms-debuut maakte, bleek dezelfde dirigent die afgelopen november zijn opwachting maakte bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest, toen met een programma van Wagner, Liszt en (wederom) Mendelssohn. Dat concert was zeer gedenkwaardig, maar niet op de goede manier aangezien dit één van de slechtste concerten is die ik me kan heugen. Niet alleen omdat hij de muziek niet liet ademen, maar vooral zijn (letterlijke) houding als dirigent. Alsof een verkeersregelaar voor het orkest stond. Maar nog erger: het gekreun tijdens het dirigeren ware hij de dirigerende equivalent van Monica Seles. De avond leek daarmee al over voordat deze begon. Maar in alle eerlijkheid: ditmaal viel het allemaal behoorlijk mee. Hoewel Rhorer nog steeds een verkeersregelaar is en zijn overdreven gesticulaties hem niet bepaald als een serieuze dirigent doen overkomen, wist hij ditmaal het orkest wel te bewegen tot muziek maken die de componisten tot eer strekt. Dat het zijn eigen orkest betreft (en die blijkbaar door de verkeersregelingen heen kunnen kijken) zal zeker hebben geholpen. Hoewel ver genoeg van hem af gezeten, leek het er ook op of het kreunen ditmaal achterwege was gelaten. Zijn tennissende alter-ego heeft hem wellicht permanent verlaten dan wel een avondje rust gekregen. 

Sopraan vs. Royal Albert Hall: 1-0

Hierdoor leverde het orkest prima doch geen wereldschokkende uitvoeringen af van deze klassieke symfonieën. Daarbij overigens niet geholpen bij de omvang van de Royal Albert Hall waardoor dergelijke kleinschaligere symfonieën die ook nog eens worden uitgevoerd door een authentiek (en dus klein) ensemble een beetje vervliegen in die immense ruimte. Datzelfde kan overigens niet gezegd worden voor het tweetal concertaria's dat het programma verrijkte. Want naast de symfonieën waren ook twee (lange) concertaria's geprogrammeerd zodat het programma voor de pauze een symfonie van Mozart bevatte en een aria (Infelice) bevatte, terwijl de rollen na de pauze waren omgekeerd met de aria Ah, Io previdi. Deze aria's werden gezongen door de uitmuntende Italiaanse sopraan Rosa Feola die geen enkele moeite had met de grote ruimte die de Royal Albert Hall is en daarbovenop ook nog eens dictie had waardoor de aria's woordelijk te verstaan waren. Kom je ook niet elke dag tegen. De aria's vormden daarmee het ware hoogtepunt van deze Proms-introductie. Nu alleen nog hopen dat Rhorer zich ooit nog ontwikkelt tot een serieuze dirigent.

De BBC Proms 2016 vinden plaats van 15 juli tot en met 10 september, veelal in de Royal Albert Hall. Dit concert, op vrijdag 22 juli, was Proms 9. Meer info en kaarten bestellen hier

donderdag 28 juli 2016

Concert 21 juli 2016: De rode loper uit voor de Pet Shop Boys


Pet Shop Boys
Inner Sanctum

Royal Opera House, Londen

Hoewel de Pet Shop Boys nooit (echt) weg zijn geweest, markeerde het drie jaar geleden verschenen Electric hun hernieuwde kennismaking met het grote publiek. Met hun nieuwe album Super gaan Neil Tennant en Chris Lowe door op deze succesvolle weg. Met vier geweldige optredens in de Royal Opera House trapten de Pet Shop Boys de bijbehorende Inner Sanctum-tour af. Eind november is Nederland aan de beurt.

Voor het grote publiek zijn de Pet Shop Boys toch vooral een reliek uit de jaren tachtig toen nummers als West End Girls, It’s a Sin en Always on my Mind de hitlijsten bevolkten. In de jaren negentig was er nog een opleving met Go West en New York City Boy, maar spoedig daarna verdween het succesvolste duo in de Britse popmuziek (met een verkoop van meer dan 50 miljoen platen) van de radar. Althans voor het grote publiek. Want gemiddeld eens per drie jaar verscheen er gewoon weer een nieuw album met die typische elektrische pop sound (synthpop) van de Pet Shop Boys. Een sound die de rustige Neil Tennant en stoïcijnse Chris Lowe al die jaren stug hebben volgehouden en de basis vormde voor tour na tour. Tot grote vreugde van al hun fans, waaronder deze. Pas in 2013 kwamen de Pet Shop Boys bij het grote publiek weer terug op de radar met hun album Electric. Tevens het eerste album van hun eigen label x2. Terwijl Parlophone Records vaarwel werd gezegd, startte de samenwerking met producer Stuart Price die mede aan de basis staat van de succesvolle  aanpassing van die typische sound van de Pet Shop Boys aan de 21e eeuw. Electric vormde het eerste deel van een drieluik met Price waarvan Super het middelste deel is. In april verscheen dit nieuwe album en hoewel het succes iets minder is dan Electric zijn de Pet Shop Boys nog steeds terug van weggeweest. Super vormt meteen de aanleiding voor de Inner Sanctum-tour die wel heel bijzonder van start is gegaan met een vierdaagse residency bij The Royal Opera House in London. 

Kolkende massa
De statige Royal Opera is nu niet het eerste podium dat je associeert met de Pet Shop Boys, maar de afgeladen grote zaal bleek perfect voor een geweldige show met een perfecte balans tussen nieuwe en oude hits. Al bij de eerste noten van het nummer en titelgever van de tour Inner Sanctum gingen de ruim 2.250 petheads (de bijnaam voor PSB-fans) helemaal uit hun dak en veranderde de grote zaal in een kolkende en dansende massa. De shows van de Pet Shop Boys zijn altijd piekfijn geprogrammeerd van een spetterende start tot een einde dat nooit een einde is en altijd afsluit met een toegift van een aantal echte klassiekers. Hits van recente albums Super en Electric werden afgewisseld met de eerder genoemde evergreens van de Pet Shop Boys. Toch was het opvallend dat de zaal – in tegenstelling tot wat je zou verwachten, ook gegeven de gemiddelde leeftijd – op alles los ging, maar dat nieuwe hits zoals Vocal van Electric en Burn van Super daarin een buitencategorie vormden. Het zijn dan ook heerlijke nummers die als geen ander profiteerden van de gelikte en indrukwekkende laser- en lichtshow. 

Bourgeoisie? Bour-geoi-sie!
Wie overigens de Pet Shop Boys wegzet als camp zou dat nog eens moeten heroverwegen, want hoewel de catchy discotonen en fijne beats een bepaalde camp suggereren, doen de teksten (van de hand van Neil Tennant, terwijl de muziek voor rekening van Chris Lowe komt) dat zeker niet. Want met titels als Inner Sanctum en Love is a Bourgeois Construct wordt er toch wel iets gevraagd van de gemiddelde luisteraar. Het is daarom nogal koddig om een volle zaal – aangejaagd door de immer keurige Neil Tennant – BOUR-GEOI-SIE te horen scanderen. Sowieso is het altijd zeer de moeite waard om de teksten tot je te nemen. Treffend voorbeeld is The Dictator Decides het low key-nummer van het nieuwste album. Een heerlijke parodie op dictators in het algemeen en Kim Jong-un in het bijzonder:
The joke is I'm not even a demagogue
Have you heard me giving a speech?
My facts are invented
I sound quite demented
So deluded it beggars belief
It would be such a relief not to give another speech
Voor de liefhebber: dit nummer lijkt de tegenpool te zijn van Delusions of Grandeur (1997, B-side Red Letter Day) dat zowel qua muziek en tekst lekker over the top is:
Give me power over people in a palace
with a permanent guard
and the flags unfurled
Give devotion, dedication, celebration
not some cheap charade
and I'll rule the world
All of these delusions of grandeur
because they said 'We don't understand you'
and I want revenge
Zoals eigenlijk met alle concerten die de Pet Shop Boys geven, valt op dat de heren (inmiddels is Neil 62 en Chris 56) nog altijd heel veel plezier hebben in het geven van concerten, terwijl het allesbehalve podiumbeesten zijn. Chris Lowe staat zoals gebruikelijk de hele show stoïcijns achter zijn keyboard terwijl Neil Tennant qua beweging niet verder komt dan heen en weer over het podium lopen en gezellig de beat mee te slaan op zijn dijbeen. En op de een of andere manier is het zo natuurlijk dat het volledig werkt. Daarmee hebben de Pet Shop Boys de ideale formule gevonden om tot een succesvolle show te komen. Een show die eindigde met een nieuwe (en zeer geslaagde versie) van Left to my own devices en Go West. Maar na het standaard ‘Thank you and good night’ van Neil, volgde natuurlijk nog een toegift. Ditmaal met Domino Dancing en de klassieke Brenda Lee-cover Always on Your Mind die naadloos over ging in een encore van de hit van hun nieuwe album Pop Kids. Met een tekst die perfect van toepassing is op de Pet Shop Boys én hun publiek:
They called us the Pop Kids
'Cause we loved the pop hits
And quoted the best bits
So we were the Pop Kids


In april is ‘Super’ het nieuwste album van de Pet Shop Boys verschenen. Een vierdaagse ‘residency’ bij The Royal Opera House van woensdag 20 t/m zaterdag 23 juli 2016 vormt de start van de Inner Sanctum-tour. Deze recensie is op basis van het optreden op donderdag 21 juli. Meer info over de tour – die op 29 november poppodium 013 in Tilburg aandoet – is hier te lezen.

woensdag 27 juli 2016

Stephen King's Lord of the Rings. 'The Stand' van Stephen King


Een epos schrijven is niet alle schrijvers gegeven. Want het simpelweg afleveren van een vuistdik boek, maakt nog niet The Lord of the Rings of andere soortgelijke verhalen. Met The Stand – in het Nederlands verschenen als De Beproeving - schreef Stephen King in 1978 zijn epos. Een epos dat twaalf jaar later in een onverkorte versie verscheen en opeens 400 pagina’s extra telde. In de meeste gevallen een slecht voorteken, maar ruim een kwarteeuw na die definitieve versie is het lezen van The Stand allesbehalve een beproeving.

Het zal (vaste) lezers van mijn blog niet ontgaan zijn dat na Pet Sematary dit nu het tweede achtereenvolgende boek van Stephen King is dat besproken wordt. En dan ook nog eens een boek dat – wederom in navolging van Pet Sematary – allesbehalve nieuw is. Bij mij werkt het vaak zo dat het lezen van het ene boek van een schrijver, leidt tot een volgend boek van diezelfde schrijver. Zeker wanneer het schrijvers betreft die je in een boek trekken zoals Robert Harris, Ian McEwan en Stephen King. Na het lezen van Pet Sematary kon ik de lokroep van een volgende shot Stephen King niet weerstaan. En met de zomer nu dan toch eindelijk begonnen en daarmee meer tijd voor een dikke pil, kwam daarmee The Stand in het vizier. Zonder twijfel het meest epische verhaal van de hand van Stephen King en tegelijkertijd – samen met It – zijn langste verhaal. Althans uitgaande van de onverkorte versie die in 1990 is gepubliceerd.

Het einde van de mensheid?
Want The Stand – in Nederland uitgegeven als De Beproeving – telt in de meest recente (Engelstalige) editie ruim 1.300 pagina’s, terwijl de oorspronkelijk versie uit 1978 het met 400 pagina’s minder moest doen. Een aderlating die overigens – althans volgens het voorwoord van King – niet met kwaliteit van doen had, maar met praktische overwegingen: de prijs die de uitgever kon vragen verhield zich niet tot de productiekosten voor het oorspronkelijke manuscript. In de onverkorte versie die in 1990 verscheen, kan de The Stand-lezer van het prille begin meer achtergronden lezen over de karakters, zijn compleet nieuwe karakters teruggekeerd en is de pop culture-omgeving geactualiseerd. Het is daarmee een beetje als The Lord of the Rings waarbij het populaire karakter Tom Bombadil een grote rol in het boek heeft, maar in de filmversie in geen velden of wegen te bekennen is. Daarmee houden de vergelijkingen met het magnum opus van J.R.R. Tolkien overigens niet op. Het epische karakter van het verhaal dat The Stand is, maakt het daarmee The Lord of the Rings van Stephen King. Want in The Stand grijpt een genadeloos griepvirus om zich heen die het einde van de mensheid lijkt in te luiden. Door de continu veranderende aard van het virus blijkt het ontwikkelen van een vaccin onmogelijk en worden de Verenigde Staten in een kwestie van weken gedecimeerd. De rest van de wereld lijkt hetzelfde lot beschoren, maar dat is voor de overlevenden niet te achterhalen omdat met de dood van het overgrote deel van de Amerikanen tegelijkertijd de gehele infrastructuur waardoor de maatschappij functioneert tot stilstand komt.

Een strijd tussen Goed en Kwaad
Want hoewel de plaag genadeloos toeslaat, blijkt een (zeer) beperkt deel van de getroffenen immuun te zijn. Aan deze groep de schone taak om niet alleen te overleven, maar ook te zorgen voor (een beperkte vorm van) wederopbouw om tot een nieuwe samenleving te komen. In deze desolate omstandigheden vormen zich rondom Las Vegas (Nevada) en rondom Boulder (Colorado) twee concurrerende samenlevingen die gescheiden worden door de Rocky Mountains. De ene – niet zonder toeval met Sin City als hoofdstad – een dictatuur onder de geheimzinnige Randall Flagg, de ander als een voortzetting van de Amerikaanse democratie, maar wel goddelijk geïnspireerd door zuster Abagail Freemantle. Want King zou King niet zijn, wanneer het hier niet alleen een verhaal betreft over de gevolgen van een dergelijke plaag, maar uiteindelijk gaat over de strijd tussen Goed en Kwaad. Een strijd waarbij Randall Flagg de personificatie is van de duivel en geëquipeerd is met magische krachten waaronder een alziend oog dat geïnspireerd is op Sauron uit The Lord of the Rings. Ook een Gollum-achtige figuur in de vorm van de pyromaan de Trashcan Man draagt bij aan de vergelijkingen met Tolkien’s verhaal. Zo is daar aan de ‘goede’ kant ook nog eens een soort fellowship die de leiding neemt van de Free Zone en daarmee het democratische antwoord op het uitdijende imperium van Randall Flagg vormt. Deze Randall Flagg wordt in The Stand voor het eerst door King geïntroduceerd, maar komt in verschillende hoedanigheden en soms met een andere naam voor in diverse van diens verhalen. Gelukkig kunnen de inwoners van de Free Zone rekenen op de bescherming van zuster Abagail en daarmee goddelijke interventie. 

Een karakterschets
Hoewel de ruim 1.300 pagina’s die The Stand omvat een hele kluif lijkt, komt het tijdens het lezen diverse keren voor dat het je als lezer niet zou verbazen als er nog eens honderden pagina’s extra zouden moeten volgen. Want King neemt ruim de tijd om de diverse personages in hun context te plaatsen en tegelijkertijd de gevolgen van een dergelijke plaag voor een samenleving als de onze uit te werken. Hij maakt daarbij niet de fout om dit uitputtend te doen waardoor hoe hele basale zaken zoals eten en drinken na zo’n ramp wel aan bod komen, maar lang niet altijd tot in detail worden uitgewerkt. Het gevaar van een dergelijke apocalyptische context is dat een schrijver zich verliest in de details of – aan de andere kant van het spectrum – zich juist te weinig rekenschap geeft van de gevolgen van een dergelijke ramp. Ook het toevoegen van een magisch/goddelijk element is met gevaren omkleed. Want wat begint als een apocalyptisch doch realistisch verhaal kan daarmee verworden tot een weinig serieus te nemen fabeltje. King weet hier goed de balans te houden en heeft daarmee een rijk geschakeerd verhaal geschreven dat – ondanks enkele ‘inzak’-momenten – blijft fascineren en nooit (echt) het idee doet ontstaan dat 1.300 pagina’s wat aan de ruime kant is. Sterker nog: zodra de eindstrijd tussen Goed en Kwaad daadwerkelijk begint, bekruipt je als lezer het gevoel dat er te weinig pagina’s resteren om het verhaal af te ronden. Zeker omdat King veel tijd neemt om zijn karakters uit te werken alsmede de gevolgen van een dergelijke ramp. Daarmee is The Stand allesbehalve een beproeving en zonder twijfel The Lord of the Rings van Stephen King. 

In 1978 verscheen ‘The Stand’ van Stephen King. In 1990 volgde de onverkorte versie die ruim 400 pagina’s meer telt dat de oorspronkelijke uitgave. Een Nederlandse vertaling – onder de titel ‘De Beproeving’ – is verkrijgbaar en wordt uitgegeven door Luijtingh-Sijthoff. Deze recensie is eerder verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta.

zondag 17 juli 2016

Dierendag zal nooit meer hetzelfde zijn... 'Pet Sematary' van Stephen King


Ruim 30 jaar geleden verscheen Pet Sematary van Stephen King. Geïnspireerd door zijn eigen leven centreert King zijn verhaal rondom een spookachtig begraafplaats voor huisdieren waardoor Dierendag voor de verhuisde familie Creed alle onschuld verloren heeft. Een terugblik op deze griezelklassieker. 

Dat Stephen King (1947) de koning van griezelboeken is, zal voor weinigen als een verrassing komen. En hoewel zijn oeuvre inmiddels immens is (waarbij echte klassiekers afgewisseld worden met minder geslaagde pogingen), schrijft Stephen rustig door. Recent is Sleeping Beauties verschenen, het laatste deel van een trilogie over detective Bill Hodges. Maar boeken als It, The Stand, de Dark Tower-serie, The Shining, 11/22/63 en Salem’s Lot vormen toch wel de kern van zijn succes als schrijver en de reden waarom hij zoveel fans heeft. Een boek dat ook altijd deel uitmaakt van dit rijtje is Pet Sematary, in Nederland uitgegeven als Dodenwake. Met dit boek is wat bijzonders aan de hand, want niet alleen maakt King in het voorwoord de lezer deelgenoot van het feit dat de inspiratie voor dit verhaal zeer persoonlijk was, maar dat hij lange tijd het boek niet wilde publiceren vanwege het schokkende karakter. Pas bij het wisselen van uitgever werd dit boek gepubliceerd omdat King nog één boek moest aanleveren vanwege zijn aflopende contract. En zo werd Pet Sematary in 1983 alsnog gepubliceerd.

Laat de Indianen in godsnaam met rust…
En wie het boek eenmaal heeft gelezen, kan concluderen dat Pet Sematary zonder meer griezelig en schokkend is, maar dat evenzo een goed idee is geweest om het boek uit te brengen. Want Pet Sematary neemt de lezer meer naar het idyllisch gelegen plaatsje Ludlow in Maine, één van de Amerikaanse staten in het traditionele en door de koloniale geschiedenis beïnvloede New England. De familie Creed, bestaande uit Louis en Rachel en hun kinderen Ellie en Gage, strijken daar neer vanwege Louis’ baan als medicus bij de universiteit. Hun pittoreske huis is gelegen aan een drukke weg terwijl niet ver van hun achtertuin een mysterieus en goed bijgehouden pad loopt dat eindigt bij een begraafplaats voor huisdieren. Een recept voor ellende zoals later zal blijken. Dit alles komt nog helemaal overeen met het leven van King die in de jaren zeventig ging werken bij de Universiteit van Maine en samen met zijn familie verhuisde naar een gelijksoortig huis aan een evenzo drukke straat. En net als in Pet Sematary is nabij het huis een dierenbegraafplaats te vinden. In het fictieve universum van King heeft de dierenbegraafplaats bij de familie Creed een verband met de oorspronkelijke bewoners van Maine: de Indianen. Want in directe verbinding met de begraafplaats voor dieren staat een begraafplaats voor Indianen. En vaste prik in het griezelgenre is dat Indianenbegraafplaatsen altijd ellende betekenen en dat is in Pet Sematary niet anders.

“It’s alive!!”
Want in het kielzog van de familie Creed is daar Winston Churchill, althans de naar de grote staatsman vernoemde kat van de familie Creed die als koosnaam Church heeft. Deze kat, de liefde van dochtertje Ellie, zal (denk aan de drukke weg) de gang naar de dierenbegraafplaats maken. Ook Smucky, de kat van de familie King, is begraven op de dierenbegraafplaats en maakt een cameo in de fictieve universum van de familie Creed. Maar waar het voor Smucky einde verhaal is, begint het avontuur voor Church pas. Want tegenover de familie Creed – aan de andere kant van de weg - woont het oudere echtpaar Jud en Norma. Al vanaf de eerste dag ontstaat er een soort vaderlijke relatie tussen Jud en Louis. In die vertrouwelijkheid vertelt Jud over de geschiedenis van de dierenbegraafplaats, het effect van de Indianenbegraafplaats en daarmee de mogelijkheid om gesneuvelde dieren weer tot leven te wekken. Deze wetenschap zal Louis benutten om Church – tragisch om het leven gekomen tijdens de afwezigheid van de rest van de familie – weer tot leven te brengen zodat zijn dochtertje Ellie de pijn van het verlies van haar favoriete dier wordt bespaard. Deze op zich begrijpelijke actie leidt tot een kettingreactie met tragische gevolgen voor vrijwel alle betrokkenen wanneer een gruwelijk ongeluk binnen de familie Creed zich voltrekt. Een schaduw die bijna ook over de familie King had gehangen. Dan blijkt dat hoe graag je het ook zou willen de dood (helaas) onomkeerbaar is en dat je grootst wens opeens je ergste nachtmerrie kan betekenen. 

Hoewel Pet Sematary al meer dan dertig jaar oud is, vertoont het verhaal geen tekenen van ouderdom. Niet alleen omdat het verhaal op zich griezelig is en blijft, maar ook omdat de tand des tijds weinig invloed heeft gehad. Want New England van toen kan nog steeds zo bestaan. Weliswaar zijn er in het verhaal geen smarthphones of sociale media te bekennen, maar ook niets waardoor het verhaal (hopeloos) ouderwets toont. Het is een fijne pageturner die intens macaber is en zonder twijfelt behoort tot de griezelklassiekers van Stephen King. 

In 1983 verscheen ‘Pet Sematary’ van Stephen King. Een Nederlandse vertaling – onder de titel ‘Dodenwake’ – is verkrijgbaar en wordt uitgegeven door Luijtingh-Sijthoff. Deze recensie is eerder gepubliceerd bij online nieuwsmagazine Jalta.

vrijdag 8 juli 2016

Opera 3 juli 2016: Prachtige verwarring in Tsjaikovski's 'Pique Dame'


De Nationale Opera
Pique Dame
(Pjotr Iljitsj Tsjaikovski, 1840-1893)

Misha Didyk, Hermann
Alexey Markov, Graaf Tomski/Zlatogor
Vladimir Stoyanov, Vorst Jeletski
Larissa Diadkova, Gravin
Svetlana Aksenova, Liza

Stefan Hernheim (regie) 
Philipp Fürhofer (decor en kostuums)

Koor van De Nationale Opera, Nieuw Amsterdams Kinderkoor
Mariss Jansons, Koninklijk Concertgebouworkest
Nationale Opera & Ballet, Amsterdam

Na zijn grote succes met Jevgeni Onjegin keert Mariss Jansons terug bij De Nationale Opera met Tsjaikovski's Pique Dame. Jansons ontlokt zijn voormalige orkest een fijnzinnig spel en prachtige klanken die recht doen aan de melodieuze overvloed van Tsjaikovski's muziek. En hoewel de eigenzinnige en compleet op de persoon van de componist gerichte enscenering tot (te) veel verwarring leidt, werd het toch een meer dan memorabele uitvoering. 

Dat componisten een hoofdrol spelen in hun eigen opera's is evident. Een opera van Wagner klinkt en 'voelt' als Richard Wagner, terwijl een werk van Puccini in de verste verte niet als Tsjaikovski kan worden aangemerkt, maar alleen als Puccini. Maar letterlijk een hoofdrol spelen in een eigen opera? Nee, daar zijn eigenlijk geen voorbeelden van te vinden. Dat heeft de Noor Stefan Hernheim allerminst weerhouden om in zijn visie op Tsjaikovski's Pique Dame de componist de onbetwiste hoofdrol te geven. Een hoofdrol die al start voordat de eerste noot daadwerkelijk klinkt. Want terwijl de zaal en orkestbak van Nationale Opera & Ballet in stilte gehuld is, toont zich een 19e eeuwse studeerkamer waar een oudere man zijn gerief krijgt door een jongere officier. Nadat de jonge officier de klus geklaard heeft, toon de oudere man zich als niemand minder dan Tsjaikovksi. Niet zo vreemd wanneer men beseft dat Tsjaikovski - gelijk overigens zijn broer Modest - homo was in een Tsaristisch Rusland dat allesbehalve ontvankelijk hiervoor was. In 1893 zou Tsjaikovski - angstig voor zijn ondergang door het bekend worden van zijn homoseksualiteit - zichzelf van het leven beroven door het drinken van een glas met cholera besmet water. Drie jaar daarvoor ging zijn opera Pique Dame in premiere. Een opera met een libretto van zijn broer Modest met als lijdend voorwerp de Russische officier Hermann - de jonge officier uit Hernheim's proloog - wiens verboden liefde voor reeds verloofde Liza en zijn fascinatie voor het geheim van een oude gravin, bijgenaamd 'Schoppenvrouw' (Pique Dame) zijn ondergang betekent. Maar in de wereld van Hernheim is Tsjaikovski het lijdend voorwerp en is hij vrijwel onophoudelijk op het toneel te vinden. En niet alleen dat, een groot deel van de hoofd- en bijrollen, maar ook het - immer geweldig zingende - Koor van De Nationale Opera is gekleed als de componist.

Verwarring alom
Het moge duidelijk zijn: voor Stefan Hernheim gaat Pique Dame over Tsjaikovski en diens complexe leven. De uitvoering van dat idee is prachtig door de 19e eeuwse enscenering in combinatie met de prachtige kostuums. Maar zelfs met de voorwetenschap dat Tsjaikovski de hoofdrol in zijn eigen opera speelt, is het knap lastig om dit gegeven te rijmen met het verhaal en libretto van Pique Dame. En hoewel dit tot de nodige negatieve recensies heeft geleid, is het idee origineel en tot op zeker hoogte daarmee bewonderenswaardig, hoewel het de vraag is of dit idee ooit echt had kunnen werken. Daarmee wekt de regie veel verwarring waardoor de dramatiek van de opera nooit helemaal volledig kan worden en het ook vaak de vraag is wat er precies gaande is op het toneel. Want wanneer hoofdrolspeler Hermann - mooi vertolkt door Misha Didyk - een laatste poging doet om het geheim van de gravin om immer een winnende set kaarten te hebben, daarmee rijk te worden en op die manier zijn geliefde Liza de zijne te maken, sterft de gravin zonder het geheim verklapt te hebben. In het libretto sterft ze zodra Hermann een pistool trekt, maar hier drinkt ze uit het noodlottige glas met cholera besmet water. Een glas dat veelvuldig terugkomt tijdens de gehele opera en daarmee de suggestie wekt dat de gravin zelfmoord pleegt. En hoewel cholera er in het echt toch een behoorlijk tijdje over doet om een slachtoffer te maken, was het hier in een mum van tijd met de gravin gedaan. Voor de overzichtelijkheid, maar ook de dramatiek doet het echter bijzonder weinig. 

Een muzikaal feest met Mariss
Wat daarentegen fenomenaal werkt is de terugkeer van Mariss Janson bij De Nationale Opera. Ruim een jaar nadat hij afscheid heeft genomen van het Koninklijk Concertgebouworkest was, stond hij weer voor zijn orkest. Alleen al zijn aanwezigheid - zonder een noot te spelen - bracht orkest en publiek in beroering. En dat was ook meer dan terecht aangezien de muziek van Tsjaikovski Jansons meer dan past. Jansons wist het KCO te verleiden tot een fijnzinnige uitvoering die volstrekt recht deed aan de prachtige muziek van Tsjaikovski. Daarbij ondersteund door het Koor van De Nationale Opera en het Nieuw Amsterdams Kinderkoor. Ondanks de grote haken en ogen bij de regiekeuzes bleek deze Pique Dame toch memorabel, zeker wanneer men het niet erg vindt om enigszins verward Amsterdam te verlaten. 



'Pique Dame' van Tsjaikovksi in de regie van Stefan Herheim en in co-productie met Royal Opera House Covent Garden te Londen is van 9 juni t/m 3 juli 2016 opgevoerd door De Nationale Opera en was tevens onderdeel van het Holland Festival. Deze recensie is op basis van de laatste uitvoering op 3 juli. 

dinsdag 28 juni 2016

Simenon in het nieuw. 'Maigret en het dode meisje' & 'De trein' van Georges Simenon



De Bezige Bij verkeert op dit moment in zwaar weer door het omstreden voornemen een pamflet van Abou Jahjah te willen uitgeven. Het besluit om een deel van het werk van Georges Simenon opnieuw uit te geven in een nieuwe vertaling is allesbehalve omstreden. Het realisme en de vertelkracht van Simenon hebben aan kracht nog niet ingeboet en ook deze nieuwe reeks van heruitgaven bevestigt de statuur van de inmiddels al meer dan kwarteeuw overleden bedenker van commissaris Maigret. 

Nu zowel Tommy Wieringa en Jessica Durlacher, al dan niet tijdelijk, hebben besloten uitgever De Bezige Bij de rug toe te keren, bevindt één van grootste uitgevers van Nederland zich in een crisis. Aanleiding voor het vertrek van deze twee auteurs en grote onvrede bij de resterende auteurs is het besluit om na de zomer een pamflet van de Belgische activist van Libanese afkomst Abou Jajah uit te geven. Deze oprichter en voorman van de Arabisch-Europese Liga is – op z’n zachtst gezegd – omstreden en de mededeling dat zijn pamflet een pleidooi voor radicalisering zal zijn, voorspelt weinig goeds. In september wordt duidelijk of Wieringa en Durlacher terecht zijn opgestapt en of de schade voor de uitgever beperkt dan wel vergroot is. Eén auteur zal zijn biezen bij De Bezige Bij in ieder geval niet pakken, maar dat komt omdat hij al meer dan 25 jaar geleden is overleden: Georges Simenon (1903-1989). Deze Franstalige Belg wordt gezien als één van de grootste schrijvers van de twintigste eeuw. Zijn beroemdste karakter, de humeurige commissaris Maigret, is nog altijd een begrip en van zijn grote oeuvre zijn wereldwijd meer dan een half miljard exemplaren verkocht. 

Nieuwe uitgave én nieuwe vertaling
Het is daarom zowel vanuit literair als commercieel oogpunt niet verwonderlijk dat De Bezig Bij eind 2014 is gestart met een reeks van nieuwe uitgaven van het werk van Simenon. Inmiddels telt de catalogus zestien heruitgaven die zich niet alleen kenmerken door een frisse styling, maar veel belangrijker door de nieuwe vertaling het werk van Simenon met glans de tand des tijds hebben doen doorstaan. Uiteraard heeft het basismateriaal daar zelf de grootste rol in aangezien het donkere realisme van Simenon nog altijd aanspreekt, maar de eigentijdse vertaling is de spreekwoordelijke kers op de slagroom. Gelijk vorige uitgaven houdt ook deze nieuwe serie van vier boeken, vorige maand verschenen, een balans tussen Maigret-mysteries (Maigret en het dode meisje en De kop van een man) en stand alone-werken (De trein en De weduwe Couderc).

Inspecteur Izegrim
In Maigret en het dode meisje (1954) wordt commissaris Maigret door de vondst van het lichaam van de jonge Louise Laboine in een wereld getrokken die weinig met de glamour van hoofdstedelijk Parijs van doen heeft. Deze jonge vrouw – gevonden in een gehuurde avondjurk – kwam in Parijs haar geluk beproeven, maar vond daar slechts haar dood. Zoals altijd in de verhalen over Maigret is de kenschets van het Franse leven evenzo belangrijk als de speurtocht naar de dader. De onnavolgbare en immer ietwat humeurige Maigret houdt van een klein drankje en – een teken des tijds die door geen enkele vertaling weggenomen kan worden – laat ieder gesprek in een kroeg of bij iemand thuis hier dan ook graag vergezeld van gaan. De oplossing is zoals altijd vindingrijk en in dit geval toch behoorlijk onverwacht. Extra dimensie die Simenon aan dit verhaal geeft is de (ongelijke) broederstrijd tussen commissaris Maigret en de ondergeschikte inspecteur Lognon onder wiens jurisdictie deze moord valt. Maigret en Lognon (door Maigret omgedoopt tot ‘inspecteur Izegrim’) hebben een lastige verhouding sinds een vorige moordzaak die Maigret spectaculair en vooral ten koste van Lognon wist op te lossen. Met deze nieuwe zaak lijkt de geschiedenis zich te herhalen en is het niet alleen het verhaal van Louise Laboine, maar ook zeker de wedijver tussen Maigret en Lognon om als eerste de waarheid rondom haar dood te achterhalen. Zonder meer een fijne toevoeging aan deze serie van heruitgaven in een mooie vertaling door Rokus Hofstede.

In liefde en oorlog is alles geoorloofd 
Zo anders is De trein die zeven jaar na Maigret en het dode meisje is verschenen. Niet alleen is Maigret in geen velden of wegen te bekennen, ook de toon en opzet is compleet anders. En toont daarmee de veelzijdigheid van Simenon aan. Want De trein (1961) – in de vertaling door Peter Verstegen – handelt over de eerste weken na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en de inval in België en Frankrijk. Het vlak bij de grens met België gelegen Franse dorpje Fumay is het dorp van Marcel Féron, zijn zwangere vrouw Jeanne en zijn dochtertje Sophie. Door de inval worden zij gedwongen te vluchten. Een vlucht die via de trein gaat en hen door grote delen van Frankrijk voert, maar tegelijkertijd ook Marcel scheidt van zijn vrouw en dochter zonder dat ze van elkaar weten waar ze gebleven zijn. In de periode dat Marcel zijn gezien kwijt is, ondergaat hij – nogal gelaten – het gemis van zijn familie, maar ook de gevolgen van de oorlog. Tijdens zijn reis ontmoet hij ene Anna die in dat korte tijdsbestek dat zijn vlucht duurt een bijzondere plek in zijn leven zal innemen. De trein is niet zonder reden vanuit het perspectief van Marcel geschreven en is een poging van hem om zijn herinneringen aan die vreemde tijd een plek te geven. Een roman met een volledig andere beleving dan de Maigret-verhalen en ondanks de gelaten en afstandelijke houding en toon van Marcel – een mooi voorbeeld van het schrijftalent van Georges Simenon. 

Daar waar De Bezige Bij nog eens goed moet nadenken of ze types als Abou Jahjah een podium moeten willen geven, is dat bij het werk van Georges Simenon volstrekt evident: continuez svp!

De Bezige Bij heeft recent wederom een viertal boeken van Georges Simenon opnieuw vertaald en uitgegeven: ‘ De trein’ , ‘ De weduw Couderc’ en twee Maigret-mysteries ‘Maigret en het dode meisje’ en ‘De kop van een man’. Sinds eind 2014 zijn daarmee 16 titels van Simenon opnieuw uitgebracht.