zondag 19 februari 2017

Prins Igor: prachtige enscenering van een gemankeerde opera


De Nationale Opera
Prins Igor
(Alexander Borodin, 1833-1887)


Ildar Abdrazakov, Prins Igor Svjatoslavitsj
Oksana Dyka, Jaroslavna
Pavel Cernoch, Vladimir Igorevitsj
 Dmitri Ulyanov, Prins Galitski/Khan Kontsjak

Dmitri Tcherniakov (regie en decor), Elena Zaitseva (kostuums)
S. Katy Tucker (projecties), Itzik Galili (choreografie)

Koor van De Nationale Opera
Stanislav Kochanovsky, Rotterdams Philharmonisch Orkest
Nationale Opera & Ballet, Amsterdam

Een prachtige enscenering, goede solisten en een orkest waarbij de Russische muziek een tweede natuur is. De nieuwe productie van Prins Igor van Alexander Borodin door de Nationale Opera kan niet stuk. Helaas leidt het bij de dood van Borodin niet-afgeronde bronmateriaal toch tot een gemankeerde opera waarbij dramatiek en “beweging” node worden gemist. 

“Het Machtige Hoopje”. Het klinkt zonder meer koddig, maar is de geuzennaam van vijf Russische componisten die zich inzetten voor nationalistische muziek en grote impact hebben gehad op de Russische muziekgeschiedenis. De bekendste leden zijn zonder twijfel Modest Moessorgski (1839-1881) en Nikolaj Rimski-Korsakov (1844-1908). Maar ook Alexander Borodin (1833-1887) was onderdeel van deze muzikale avant-garde. Een componist die paradoxaal genoeg vooral bekend geworden is door een werk dat bij zijn dood op 53-jarige leeftijd verre van gereed was: zijn tweede en daarmee laatste opera Prins Igor. Een opera gebaseerd op de historische Russische prins Igor Svjatoslavitsj die in 1185 een smadelijke nederlaag leed tegen het leger van de “barbaarse” Khan Kontsjak. Een opera die uiteindelijk door Rimski-Korsakov en Glazunov zou worden afgerond, maar feitelijk niet meer is dan een aantal scenes zonder eenduidige aansluiting. Tegelijkertijd bevatten deze tableaus prachtige muziek én geven ze een regisseur ruimte om zelf tot de meest optimale uitvoering te komen.

Uitmuntende enscenering, geweldig koor en een “Russisch” orkest
Voor deze nieuwe enscenering heeft de Nationale Opera – in een coproductie met The Metropolitan Opera New York – opnieuw een beroep gedaan op Dmitri Tcherniakov die grote successen vierde met zijn visie op Rimski-Korsakov’s De legende van de onzichtbare stad Kitesj en het meisje Fevronja. Al vanaf het eerste ogenblik is duidelijk dat de Nationale Opera daar een buitengewoon goede zet heeft gedaan. Een prachtige enscenering gecompleteerd door videoprojectie zorgen voor een psychologische blik op de gesteldheid van Prins Igor. Een prins die tegen het slechte voorteken van een zonsverduistering in zijn trouwe leger aanvoert in de gedoemde strijd tegen de Khan en uiteindelijk gebroken terugkeert naar zijn volk en verwoeste stad en om vergiffenis vraagt. Door middel van de videoprojectie worden de scènewisselingen “gevuld” en door de close-ups daarbij van Igor en zijn mannen wordt de waanzin en pijn van oorlog manifest. Niet voor niets start de voorstelling met de levensgrote projectie van het citaat: “Het ontketenen van een oorlog is de beste manier om jezelf te ontvluchten”. Tegelijkertijd weet Tcherniakov met slechts twee decors, een centrale hal in de stad Poetivl en een magnifiek veld met klaprozen, de verschillende scenes tot leven te brengen. Scenes die nog een extra dimensie krijgen door de wijze waarop het Koor van de Nationale Opera onderdeel is van de actie op het toneel. Van vrome nonnen en het leger van Prins Igor tot de bevolking van het gedoemde Poetivl. Maar vooral door de uitstekende prestaties die het koor levert waardoor de grote koren in Prins Igor zonder twijfel het muzikale hoogtepunt vormen. Daarbij ondersteund door het Rotterdams Philharmonisch Orkest dat een ongekend gevoel heeft voor Russische muziek, niet in de laatste plaats vanwege de voormalige chef-dirigent Gergjev. Daarbij geholpen door gastdirigent Stanislav Kochanovsky. En ook de solisten, en dan met name de afgeronde vertolking van Prins Igor door Ildar Abrazakov, maken het feest compleet. Dan vergeet je voor het gemak bijna dat in de prachtige scene op het klaprozenveld compleet wordt gemaakt door een choreografie met talloze dansers.

Te weinig samenhang en dramatiek
Helaas is dit niet afdoende om van een volledig succes te spreken. Daarvoor is het oorspronkelijke bronmateriaal te gemankeerd. Want de ruimte die regisseurs als Tcherniakov hebben om te “spelen” met het bronmateriaal is tegelijkertijd de zwakte: een dramatische samenhang en daarmee “beweging” in de opera ontbreekt en zowel de eerste als laatste akte zijn daarom grotendeels gewoonweg saai. Het klaprozenveld van de tweede akte is prachtig, maar voegt dan ook niets toe, terwijl de scene pas tot leven komt wanneer het koor weer actie komt, Borodin’s meest memorabele muziek klinkt en de dansers om de hoek kijken. Een goede graadmeter voor (een gebrek aan) dramatiek zijn de stoelen van Nationale Opera & Ballet. Deze stoelen zijn geen hoogtepunt van comfort, maar als een productie niet boeit, merk je dat pas echt. Helaas was dat – in het geval van ondergetekende – bij grote delen van de eerste en laatste akte het geval. De Nationale Opera is te prijzen dat ze Prins Igor sinds zeer lange tijd en op deze wijze op het toneel hebben gebracht. Aan de inzet en kwaliteit van de betrokkenen ligt het allemaal niet, maar een gemankeerde opera blijft (helaas) een gemankeerde opera, hoe mooi de enscenering en de muzikale kwaliteit ook is. 

Copyright foto: Nationale Opera & Ballet


Van 7 t/m 26 februari 2017 voert de Nationale Opera Prins Igor van Alexander Borodin uit. Meer informatie en kaarten hier. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 17 februari. Deze recensie is gelijktijdig verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta.

woensdag 15 februari 2017

Robert Kaplan's tussendoortje over de natuurlijke dominantie van de VS


Met de eerste tumultueuze weken van het presidentschap van Trump achter de rug is Robert Kaplan’s nieuwste boek meer dan tijdig. Want in De verovering van de Rockies maakt Kaplan haarfijn duidelijk waarom de geografie van de Verenigde Staten tot globale dominantie heeft geleid en het tegelijkertijd onmogelijk is voor deze eigentijdse hegemoon zich van die wereld af te wenden. 

Robert Kaplan (1952) is een opgeruimd man. Met ijzeren discipline publiceert hij zo ongeveer om de twee jaar een nieuw boek gericht op de internationale betrekkingen. Van de Balkan en Roemenië tot de Zuid-Chinese Zee en de bepalende rol van geografie, geen onderwerp is Kaplan vreemd. Tegelijkertijd zijn deze boeken ook halve reisverslagen waar zijn persoonlijke ervaring de thematiek kleurt. Geen man van overdrijvingen en al helemaal niet van uitgebreide beschrijven blijven de meeste van zijn boeken onder de 300 pagina’s. Zijn discipline is zo ver doorgevoerd dat bij de presentatie van zijn vorige boek In Europe’s Shadow (in Nederland uitgegeven als Duister Europa) hij meldde dat zijn volgende boek al gereed was. Een boek over de Rocky Mountains en de impact daarvan op de Verenigde Staten als wereldspeler. Een jaar later en niet geheel toevallig rond de inauguratie van Donald J. Trump tot 45e President van de Verenigde Staten is daar dan De verovering van de Rockies. Hoe haar geografie de rol van de Verenigde Staten in de wereld bepaalt. Een beschouwing van Kaplan over het effect van de geografie op de ziel én de natuurlijke dominantie van de Verenigde Staten. Maar vooral een beschouwing voortgekomen uit een hernieuwde kennismaking met zijn thuisland geïnspireerd door zijn vader en met dank aan eerder werk van historicus Bernard DeVoto en de natuurlijke barrières die de Manifest Destiny van de Verenigde Staten belichamen.

Kaplan op reis
Kaplan reist voor zijn boeken heel de wereld over, maar de reislust begon in zijn eigen land toen hij als jonge jongen door zijn vader op sleeptouw werd genomen. Toen hij achttien jaar was liftte hij al eens van New York naar de Westkust. Inmiddels is Kaplan de zestig ruim gepasseerd en onderneemt hij opnieuw deze reis. Ditmaal om de macht en het karakter van de Verenigde Staten te beschouwen. Een beschouwing die vooral ook persoonlijk en anekdotisch van aard is om de veranderingen in de diverse dorpen en steden te zien en te horen waar de inwoners van de Verenigde Staten zich over op winden en wat hen bezig houdt. Een reis die weliswaar geïnspireerd is door zijn vader, maar een inhoudelijke aftrap kent bij het werk van Bernard DeVoto (1897-1955). Deze Amerikaanse historicus was gespecialiseerd in de geschiedenis van het Amerikaanse Westen en vormt – in de woorden van Kaplan – de centrale figuur in Kaplan’s kijk op Amerika en van daaruit op de rest van de wereld. Deze twee vaders in combinatie met de weidsheid van het Amerikaanse landschap brengen Kaplan tot de conclusie dat de geografie bepalend is geweest – in mindere mate door de technologische ontwikkelingen – en nog altijd is voor de dominantie van de Verenigde Staten. Niet alleen omdat door het overwinnen van de Great American Desert en de Rocky Mountains de vroege Amerikaanse kolonisten de Verenigde Staten omvormden tot een geografische moloch met grote potentie, maar ook omdat het bepalend is geweest voor het Amerikaanse karakter. Een can do-mentaliteit die in combinatie met de geografische dominantie de Verenigde Staten heeft doen ontstaan die al bijna een eeuw lang de dominante wereldmacht is. 

Het land van Trump
Een land dat door de omvang en ligging geïsoleerd is van de rest van de wereld, maar tegelijkertijd er ook toe gedwongen wordt om verantwoordelijkheid voor die wereld te nemen. Een land dat in weerwil hiervan voor het grootste deel – net als president Jackson – gelooft in eer, God en het leger. Een land met elites in Washington en New York die zich bezig houden met buitenlandse politiek en grofweg zijn te onderscheiden als Wilsonians (de idealisten die de democratie en het internationaal recht voorstaan), de Hamiltonians (de realisten met een ijzeren geloof in handel) en de Jeffersonians (die vooral de democratie thuis willen perfectioneren zonder zich expliciet op het buitenland te willen richten). Een land dat gekozen heeft voor Trump en waar Kaplan – mede vanwege het feit dat het boek ruim voor diens verkiezing is geschreven – in de marge aandacht aan geeft door anekdotisch te verhalen over wat hij de gesprekken die hij tijdens zijn reis heeft opgevangen. Gesprekken in Amerikaanse steden die van elkaar verschillen als dag en nacht: van de deprimerende en werkloze kolenstad Wheeling in West Virginia tot de internationaal georiënteerde universiteitsstad Bloomington, Indiana. In krap 200 pagina’s poneert Kaplan veel en geeft hij nog meer stof tot denken. Opvallend daarbij is wel dat de gestructureerdheid van dit boek minder is dan zijn vorige boeken en dat de combinatie van reisverslag, geografische verhandeling en persoonlijke geschiedenis onevenwichtigheid brengt. Want zijn reis van duizenden en duizenden kilometers wordt teruggebracht tot enkele waarnemingen van een aantal steden en vergezichten tijdens die reis. Het krijgt daarmee het karakter van een tussendoortje dat wellicht tot meer had kunnen worden uitgewerkt, maar desalniettemin een fijne verhandeling is over de natuurlijke dominantie van de Verenigde Staten en de factoren die daartoe geleid hebben en inzicht geven in een land dat nog altijd uitgaat van een Manifest Destiny. Zeker nu is dat geen overbodige luxe. 

Eind januari is ‘Earning the Rockies’ van Robert Kaplan verschenen. Recent is de Nederlandse vertaling ‘De verovering van de Rockies’ door vast Kaplan-vertaler Margreet de Boer verschenen bij Unieboek|Het Spectrum. Deze recensie is ook verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta.

zondag 12 februari 2017

Concert 10 februari 2017: Mozart's Requiem à la Verdi


Schubert: Symfonie Nr. 4 'Tragische'
Mozart: Requiem

Renate Arends, sopraan
Maria Fiselier, alt
Marcel Reijans, tenor
André Morsch, bas

Laurens Collegium Rotterdam
Jan Willem de Vriend, Residentie Orkest
Zuiderstrandtheater, Den Haag

In de zoektocht naar nieuw publiek experimenteert het Residentie Orkest met allerhande nieuwe vormen om muziek en liefhebbers bij elkaar te brengen. Van Lazy Sunday-concerten tot een Vijfde van Beethoven waar het orkest tussen het publiek zit, het Residentie Orkest staat er voor open. Ook voor het Requiem van Mozart wordt een nieuwe aanpak getest, maar evenzo goed trekt een "klassieke" uitvoering ook nog een volle zaal. Het ene doen en het andere niet laten is het gelukkige devies van het Haagse orkest. 

Het Residentie Orkest, lange het tijd na het Koninklijk Concertgebouworkest het onbetwiste tweede orkest van Nederland, heeft lastige jaren achter de rug. Niet alleen omdat - gelijk andere orkesten - de toekomst alleen zonnig kan zijn wanneer nieuw publiek wordt getrokken, maar vooral ook omdat door de bezuinigingen en tekorten vooral dit orkest een flinke tik heeft gekregen. Met een kleinere formatie, het aantrekken van nieuwe vaste dirigenten (Nicholas Collon en Jan Willem de Vriend) en het doorzetten van de zoektocht naar nieuwe vormen van het bij elkaar brengen van muziek en (nieuwe) liefhebbers werpen langzamerhand hun vruchten af. Recent introduceerde het Residentie Orkest het geslaagde Lazy Sunday-concert terwijl vorige week in de Stadsgehoorzaal in Leiden geëxperimenteerd werd met Close to Classics waarbij orkest en publiek door elkaar heen zitten rondom de dirigent en zo een compleet andere ervaring van Beethoven's Vijfde Symfonie mogelijk maakte. Afgelopen dagen stond Jan Willem de Vriend weer voor het orkest met het in Nederland nog altijd ongekend populaire Requiem van Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791). Ook deze Dodenmis van het muzikale wonderkind is onderwerp van een nieuwe presentatievorm: Masterclassics. Deze variant gaat uit van een kort en krachtig concert gecentreerd rondom één werk waarbij een uitgebreide duiding - inclusief gespeelde fragmenten - eerst plaats vindt waarna het werk in zijn geheel volgt. Doel is om op een laagdrempelige manier (potentiële) liefhebbers in aanraking te brengen met meesterwerken, maar deze ook van een context te voorzien. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest (Core Classics) en het Koninklijk Concertgebouworkest (Essentials) kennen een gelijksoortige aanpak. Het Residentie Orkest verdient veel lof voor deze initiatieven, maar ook omdat dit niet betekent dat het "klassieke" concert zijn langste tijd heeft gehad. Het is een kwestie van 'en' in plaats van 'of'. De volle zaal die Jan Willem de Vriend en het Residentie Orkest op vrijdag 10 februari konden aanschouwen, maakte dat zonneklaar.

Een Tragische Schubert met pit
Want hoewel het Requiem op 11 februari als eerste van de Masterclassics-serie in het  Haagse Zuiderstrandtheater werd gepresenteerd, was de uitvoering de avond ervoor (en overigens ook vandaag in TivoliVredenburg) een reguliere uitvoering waarbij het Requiem gezelschap kreeg van de Vierde Symfonie van Franz Schubert (1797-1828). Een uitstekende combinatie aangezien Schubert deze symfonie, die hij al op negentienjarige leeftijd schreef, zelf de bijnaam 'Tragische' meegaf. Een wellicht wat sombere, maar wel zeer passende combinatie met Mozart's Dodenmis. Overigens wil dat in het geheel niet zeggen dat je als bezoeker met zwaar gemoed de winterkou weer in ging. Zowel Schubert's Symfonie als het Requiem van Mozart zijn bovenal prachtige muziek waarbij de tragiek zeker niet allesomvattend is. Zeker niet met Jan Willem de Vriend op de bok die - zeker bij dit kernrepertoire - houdt van een dynamische en energieke interpretatie. Bij de uitvoering van de Vierde Symfonie van Schubert werkte dit uitstekend. Het commentaar dat Schubert door de vele herhalingen wat langdradig aandoet, heeft in de uitvoering door De Vriend weinig waarde. Sowieso zijn de symfonieën van Schubert wel aan enige herwaardering toe. Het is dan misschien geen Beethoven of Brahms, maar zijn symfonieën kennen een buitengewoon eigen geluid en charme. Een charme die uitstekend naar boven werd gebracht door het soepel en met plezier spelende Residentie Orkest. 

Het Requiem van Verdi als inspiratie?
Maar het Requiem van Mozart dat na de pauze plaats vond, was natuurlijk hetgeen waar de uitverkochte zaal voor gekomen was. Het Requiem heeft natuurlijk als voordeel dat het niet alleen prachtige muziek bevat, maar tegelijkertijd een onstaansgeschiedenis kent die alleen maar meer kleur geeft. Niet in de laatste plaats overigens door Amadeus, de fictieve verfilming van het leven van Mozart van regisseur Milos Forman met een onnavolgbare F. Murray Abraham als Mozart's snode rivaal Salieri. Maar wanneer je dit allemaal laat voor wat het is, resteert hemelse muziek waarvan het niet verwonderlijk is dat het na ruim drie eeuwen nog steeds zo populair is. Opvallend bij de uitvoering door het Residentie Orkest aangevuurd door De Vriend was niet zozeer de te verwachten dynamiek en energie, maar vooral het daardoor ietwat gewijzigde karakter van het Requiem. Want De Vriend leek zich qua uitvoering meer te richten op het Requiem van Verdi dan van Mozart. Van het Requiem van Verdi is het meest kenmerkende dat hoewel het in naam een Dodenmis is, het in de praktijk toch vooral een opera. Memorabel is de kwalificatie die dirigent Hans von Bülow (1830-1894) eraan gaf: "Oper im Kirchengewande". Mozart's Dodenmis is dat nadrukkelijk niet, maar de uitvoering in handen van De Vriend deed daad zonder meer aan denken en was eigenlijk wel verfrissend. Ook hier gold dat De Vriend kon rekenen op niet alleen een uitstekend spelend Residentie Orkest, maar ook het fijne Laurens Collegium Rotterdam én vier goede solisten. Zo liet het Residentie Orkest horen waarom er nog altijd "muziek" zit in het tijdloze klassiekers zoals het Requiem, maar het evenzo belangrijk is om het oog op de toekomst te houden. 


Op 10, 11 en 12 februari 2017 voert het Residentie Orkest onder leiding van Jan Willem de Vriend de Vierde Symfonie van Schubert en het Requiem van Mozart. De uitvoering op 11 februari is de eerste  in de reeks Masterclassics waar alleen het Requiem centraal staat dat - met behulp van diverse fragmenten - geduid wordt voordat het Requiem als geheel wordt uitgevoerd. 

zaterdag 11 februari 2017

Opera 11 februari 2017: Nixon in het Concertgebouw


NTR ZaterdagMatinee
Nixon in China
(John Adams, 1947)

David Wilson-Johnson, Chou En-Lai
Robin Adams, Richard Nixon
Olle Persson, Henry Kissinger
Janis Kelly, Pat Nixon
Michael Weinius, Mao Tse-tung
Yun-Jeong Lee, Chian Ch'ing (Madame Mao Tse-tung)

Cappella Amsterdam
Kevin John Edusei, Nationaal Jeugd Orkest
Het Concertgebouw, Amsterdam

De NTR ZaterdagMatinee staat dit seizoen in het teken van het werk van de hedendaagse componist John Adams. Dan mag zijn opera Nixon in China natuurlijk niet ontbreken. In een concertante uitvoering laten het Nationaal Jeugd Orkest en Cappella Amsterdam onder leiding van Kevin John Edusei horen waarom deze ode aan het bezoek van Nixon aan China inmiddels tot de opera-canon behoort. 

Fans van John Adams kunnen hun geluk dit seizoen niet op aangezien het 56e seizoen van de ZaterdagMatinee in het teken staan van hun held. Samen met Steve Reich en Philip Glass is de in 1947 geboren Adams aanvoerder van het minimalisme. De componist stelt overigens zelf dat hij een minimalist verveeld door minimalisme is. Dit seizoen staan diverse concerten van de NTR Zaterdagmatinee in het teken van zijn werk en zal Adams op 6 mei aanstaande zelf het Radio Filharmonisch Orkest leiden in zijn eigen werk en werk van andere componisten. Zijn meest befaamde werk mag dan natuurlijk niet ontbreken. In 1987 wist Adams, vooral in het Verenigd Koninkrijk en Nederland en pas later in de Verenigde Staten, door te breken met zijn opera gebaseerd op het historische bezoek van president Richard Nixon aan het communistische China in 1972. Met dit bezoek pleegde Nixon een geopolitieke coup en opende voor het eerste de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en China. Een bezoek dat bol stond van het Realpolitik-denken van Nixon en Kissinger. Een toenadering die alleen door een Republikeinse president van zijn kaliber ondernomen kon worden zonder het verwijt te krijgen dat hij soft on communism is. Een bezoek waardoor - met alle mitsen en maren - China de afgelopen decennia langzamerhand binnen de wereldorde gebracht is. Op een fijn libretto van Alice Goodman wist Adams een opera te schrijven die inmiddels onderdeel is geworden van het canon en met enige regelmaat in grote delen van de wereld opgevoerd wordt. En nu dus ook wederom in Nederland, maar dan helaas wel alleen in concertante uitvoering tijdens de ZaterdagMatinee. 

Nixon terug in Nederland
Nederland was er wat betreft Nixon in China vroeg bij. De benchmark-opname met het Orchestra & Chorus van St. Luke's werd geleid door Edo de Waart. Maar belangrijker: in juni 1988 vond de Europese première, wederom onder leiding van De Waart, plaats in het Amsterdamse Muziektheater. Gek genoeg zou het nog tot 2011 duren voordat de verheven, maar ook zeer conservatieve Metropolitan Opera in New York Nixon in China zou opvoeren. Het aardige aan die uitvoering is dat niet alleen de componist zelf de muzikale leiding had, maar Nixon wederom gestalte werd gegeven door James Maddalena. Maddalena is een favoriet van Adams, maar is ook de solist die Nixon daadwerkelijk invulling heeft gegeven en zonder twijfel daarmee de rol van zijn leven heeft neergezet. Van de Met-uitvoering, in een enscenering waar Peter Sellars net als bij het origineel voor tekende, is een zeer aan te bevelen opname verschenen op DVD en Blu-ray. Helaas is Maddalena iets minder van stem dan bij de geweldige opname onder De Waart, maar het blijft een feest om hem als Nixon te zien en te horen. In die productie trad Janis Kelly succesvol aan als Pat Nixon. Een gelukje voor de bezoekers van de ZaterdagMatinee aangezien Kelly de rol in deze concertante uitvoering hernam. De enscenering is een integraal onderdeel van het succes van Nixon in China en werd daarom node gemist. Desalniettemin is deze productie zonder meer succesvol te noemen. Een productie die - net als de opname van De Waart - toont dat de muziek op zichzelf kan staan en nog altijd tot de verbeelding spreekt. Al moet je er wel van houden aangezien één bezoeker zijn ergernis niet kon beteugelen en het geheel bestempelde als "rigide, opdringerige kutmuziek". Smaken verschillen, zullen we maar zeggen. 

Een macho Nixon
Naast Janis Kelly helaas dus geen James Maddalena, maar de Britse bariton Robin Adams die met kracht Nixon vertolkte. Dit deed hij met veel aplomb hoewel de kracht van Maddalena - en ook de bedoeling van deze Nixon - lag in de zelftwijfel die Nixon tentoonspreidt. Bij Robin Adams is daar weinig van terug te horen, hoewel er op zijn vertolking weinig viel aan te merken. Waarschijnlijk komt dit ook door het karakter van Robin Adams die al als een macho sheriff de lange trap van het Concertgebouw richting het podium afliep. De overige rollen kwamen er in deze ZaterdagMatinee ook niet bepaald bekaaid vanaf, met name de Mao van de Zweedse tenor Michael Weinius die deze rol als eerder vertolkte bij de productie van de Koninklijke Zweedse Opera. Ook zijn vrouw, vertolkt door de Zuid-Koreaanse Yun-Jeong Lee mocht er zijn. Hoewel de Chou En-lai van David Wilson-Johnson even op gang moest komen, was hij ook zeker een schot in de roos. Opvallend was dat deze productie (vanwege het gebruik van synthesizer en drums?) over geluidsversterking beschikte. Hoewel dit de balans en kracht van het geheel ten goede kwam, was het - met name voor de pauze - allemaal een tikkeltje te hard. Een vervelende kraak aan het einde van de prachtige Nixon-solo 'News has a kind of mystery' toonde maar weer eens aan dat geluidsapparatuur veel is, maar niet onfeilbaar. Klein leed overigens bij een fijne  productie die - vooral door het gebrek aan enscenering - in het laatste statische bedrijf wat inzakte. Wat overigens totaal niet het geval was met de uitstekende prestaties van het Nationaal Jeugd Orkest en Cappella Amsterdam. Het orkest dat al zestig jaar een podium biedt aan jong toptalent voerde het werk van Adams met overtuiging en dynamiek uit, geweldig ondersteund door het koor van Cappella Amsterdam. Prestaties niet in de laatste plaats met dank aan de duidelijke en energieke directie van Kevin John Edusei, de chef-dirigent van de Münchner Symphoniker. Met Edusei heeft Adams een dirigent die zijn muziek als tweede natuur aanvoelt. Zeker het eerste bedrijf met de fameuze aankomst van Nixon's vliegtuig The Spirit of ' 76, de ontmoeting met Mao en het staatsbanket dat eindigt in een euforisch hoogtepunt van onderlinge vertrouwen tussen de Verenigde Staten en China profiteerde volop van de energie van Edusei. Hopelijk alle reden voor de Nationale Opera om Nixon in China in geënsceneerde vorm te hernemen met Edusei op de bok. 

Een fragment uit de recente Nixon in China-productie van The Metropolitan Opera:


De NTR ZaterdagMatinee staat dit seizoen deels in het teken van het werk van John Adams, waaronder 'Nixon in China' uitgevoerd door het Nationaal Jeugd Orkest en Cappella Amsterdam onder leiding van Kevin John Edusei op 11 februari 2017. 

maandag 6 februari 2017

Het einde van de Scandinavische televisie-drieslag?


Series als The Killing en Borgen betekenden de doorbraak van Scandinavisch televisiedrama. Sinds die tijd voelt de soms grauw-realistische wereld van de onverstaanbare maar toch innemende talen van Scandinavië net zo vertrouwd als de gebreide trui van Sarah Lund. Tegelijkertijd is het de normaalste zaak van de wereld dat van dergelijke series in de regel nooit meer, maar ook nooit minder dan drie seizoenen worden geproduceerd. Met de nieuwe seizoenen van Thicker than Water en Follow the Money zou die Scandinavische drieslag weleens tegen het licht gehouden mogen worden. 

Het heeft iets rustgevends wanneer series ongeveer tien afleveringen per seizoen tellen en niet meer dan drie seizoenen kennen. Het geeft de schrijvers de ruimte om een samenhangend verhaal goed uit te spinnen zonder dat het langdradig wordt. De wetenschap dat er nog maximaal twee seizoenen volgen, zorgt er dan meestal ook voor dat er in de basis als een idee ontstaat hoe het totaal eruit moet komen te zien. Het Amerikaanse gebruik van talloze seizoenen met rond de 26 afleveringen per seizoen is daarom, zeker met de opkomst van series zoals House of Cards, niet voor niets steeds minder de norm. Een norm overigens ontstaan door de dominantie van de traditionele networks, maar inmiddels door on demand en binge viewing behoorlijk achterhaald is. In met name Denemarken hadden ze dit al snel door en verklaart – los van de uitstekende verhaallijnen, het realistische karakter en de ontwapende eigenheid – wellicht een deel van het Scandinavische televisiesucces dat sinds The Killing nog altijd voortduurt. Hoe jammer we ook allemaal vonden dat series als The Killing en Borgen beperkt zijn gebleven tot drie seizoenen, betekent dit ook dat teleurstelling over te lang lopende series Scandinavië nog niet echt ten dele is gevallen. Inmiddels is het derde seizoen van het Deense The Legacy gestart waarmee ook daar een einde komt aan een fijne serie. Het Deens-Zweense The Bridge daarentegen heeft al drie seizoenen achter de rug, maar maakt zich op voor een vierde seizoen die in 2018 te dien zal zijn. De Zweedse serie Thicker than Water en de Deense serie Follow the Money zijn zo ver nog niet en zijn pas bezig aan hun tweede seizoen. Toch doen deze laatste series, maar ook het feit dat er een vierde serie van The Bridge komt, de vraag oprijzen of de Scandinavische – bijkans heilige – drieslag zijn beste tijd wel heeft gehad.

Thicker than water: een dunne premisse voor een vervolg
Het tweede seizoen van Thicker than water is helaas geen aanbeveling voor het doorzetten van deze traditie. Hoewel het zeker geen straf is om wederom in tien afleveringen het wel en wee van de familie Waldemar en hun pension op het Finse eiland Åland te volgen, wordt maar niet duidelijk waarom een vervolg nodig was. Het eerste seizoen van deze dramatische en Zweedse versie van Pension Hommeles bracht broers Oskar en Lasse en zus Jonna bij elkaar om het familiepension gezamenlijk te runnen na de zelfmoord van hun moeder. Niet alleen bleek het lastig te zijn om hernieuwd met elkaar kennis te maken, maar bleek er ook een donker familiegeheim te zijn rondom de vader van het stel. Een serie die leek op een Zweedse copycat van het Deense The Legacy vond al heel snel een eigen stem, niet in de laatste plaats doordat het zich grotendeels afspeelt op Åland. Een eilandengroep die tot Finland behoort, maar volstrekt autonoom is binnen Finland en waar men Zweeds spreekt en vooral op Zweden gericht is. Uiteindelijk kwam het met de familie Waldemar goed, maar is daar nu toch een tweede seizoen. Het is daarbij aardig om opnieuw de familie bezig te zien aangezien het aan de karakters niet echt schort. Maar een pointe voor het tweede seizoen ontbreekt echter waardoor het nieuwe “avontuur” wat geforceerd aandoet en een soort rehash is van de dynamiek rondom de (dode) vader van de Waldemars. Fans van het eerste seizoen zullen zeker niet met tegenzin de tien afleveringen kijken en het is ook zeker geen slechte serie, maar de magie is stiekem toch echt uitgewerkt. Het einde van de laatste aflevering sorteert al voor op een derde seizoen, maar of dat verstandig is?


Follow the Money: eigenlijk beter dan het eerste seizoen
Hoe anders is het bij het tweede seizoen van Follow the Money. Gek genoeg is deze serie gemaakt door de Deense omroep DR minder goed doorgebroken dan de andere DR-succesnummers The Killing, Borgen en The Legacy. En hoewel het eerste seizoen van dit fraudedrama misschien niet die binge-kwaliteit had als we gewend zijn van DR is het zonder meer een geslaagde serie. De verwikkelingen rondom duurzaam energiebedrijf Energreen zorgde voor een financieel misdaaddrama dat perfect bij de tijd van nadruk op duurzaamheid en scepsis over banken past. Het eerste seizoen vormde een redelijk afgerond verhaal waarbij enkele hoofdrolspelers in de schimmige praktijken van Energreen nog niet over het voetlicht waren getreden en daarmee een tweede seizoen een zekerheid maakte. Hoewel een deel van de hoofdrolspelers het eerste seizoen niet hebben overleefd, geldt dit niet voor fraude-inspecteur Mads die – in beginsel tegen zijn zin – stuit op een nieuwe fraudezaak rondom Nova Bank, de grootste bank van Denemarken. In zijn onderzoek loopt hij Claudia Moreno weer tegen het lijf die inmiddels haar gevangenisstraf voor haar rol als hoofd juridische zaken van Energreen er op heeft zitten. Zij maakt zich inmiddels nuttig bij Absalon Bank, de new kid on the block in de bancaire sector die geleid wordt door een idealistische broer en zus die een nieuwe (eerlijke) manier van bankieren voor staan. Dit tegen het zere been van de machtige bestuursvoorzitter Christensen van Nova Bank. Dezelfde Christensen die ook een schimmig belang in Energreen had. En zo is het speelveld duidelijk voor tien uitstekende afleveringen die in markante tegenstelling tot Thicker than Water meer dan een tweede seizoen rechtvaardigen. Of er een derde seizoen komt, is de vraag, want echte open eindjes zijn er ditmaal niet. En ook hier lijkt de serie het adagium van drie seizoenen te ondergraven. Als het vierde seizoen van The Bridge ook nog eens een succesnummer is, dan is het hoog tijd om de Scandinavische drieslag scherp onder de loep te nemen!


In december heeft Lumière Nederland het tweede seizoen van zowel ‘Thicker than Water’ als ‘Follow the Money’ op DVD uitgebracht. ‘Follow the Money’ is ook op Blu-ray verkrijgbaar terwijl het eerste seizoen van ‘Thicker than Water’ inmiddels op Netflix te zien is. Deze recensie is eerder verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta.

vrijdag 3 februari 2017

Dans 2 februari 2017: Een reizend NDT trekt je langzaam binnen


Nederlands Dans Theater
Scenic Route

León & Lightfoot: Silent Screen
León & Lightfoot: Singulière Odyssée

NDT1
Maarten van Veen (pianist)
Matthew Rowe, Het Balletorkest
Zuiderstrandtheater, Den Haag

Philip Glass en choreografenduo Sol León en Paul Lightfoot zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en vormen de basis voor de meest succesvolle producties van het Nederlands Dans Theater. Ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van Glass herneemt het NDT Silent Screen. Maar het echte hoogtepunt van het dubbelprogramma Scenic Route is de wereldpremière van Singulière Odyssée op muziek van mede-minimalist Max Richter. 

Een ouderwets stationshal, verlicht door het daglicht van twee ingangen binnen en een dakraam dat in een museum niet zou misstaan. Warme houttinten die het klassieke en tijdloze karakter van de hal onderstrepen. Het thema van Singulière Odyssée is zonder twijfel reizen. Niet alleen door de dansers die als passanten op reis de stationshal doorkruisen, maar ook de reis die je in het leven maakt. Een reis van het individu prachtig vertolkt door solist Marne van Opstal. Een reis die – net als de pulserende muziek van Max Richter – in intensiteit toeneemt. De klassieke enscenering met veel bruintinten en licht is anders dan we van León & Lightfoot gewend zijn. Meestal hullen de producties voor het Nederlands Dans Theater zich in de schaduwen of in ieder geval veelal in zwart tinten. Langzaam bouwt de choreografie zich uit en wordt Van Opstal vergezeld door meer en meer reizigers die steeds collectiever en uniformer dansen. Soms met Van Opstal en soms buiten hem om. De muziek van Richter, minimalistisch en pulserend, ondersteunt dit, waardoor het NDT je langzaam naar binnen trekt. Zo langzaam dat je in beginsel je afvraagt hoe ze het ruimte half uur dat voor deze productie genoteerd staat, gaan volmaken. Maar dan op een gegeven bouwt de spanning zich echt op, wordt het collectief sterker en verandert de stationshal in een herfst van vallende bladeren. De muziek pulseert door, maar het bouwt naar een hoogtepunt. Op dat moment heeft het NDT je te pakken.

Het genie van Glass
Het succes van Singulière Odyssée - ondanks dat de muziek van de hand van Richter is – onderstreept de gelukkige keuze van het NDT om veelvuldig producties te baseren op muziek van minimalisten in het algemeen en Philip Glass in het bijzonder. Want zonder het baanbrekende werk van Glass zou het talent van Richter wellicht niet zo makkelijk naar voren zijn gekomen. Het tweeluik Scenic Route is daarmee zowel letterlijk als figuurlijk een hommage aan Glass. Op basis van de muziek van Richter laten León & Lightfoot zien dat het genie van Glass en de toepasbaarheid van zijn repetitieve, minimalistische en hypnotiserende muziek zich verder uitstrekt. Tegelijkertijd is Scenic Route ook een letterlijke hommage aan Philip Glass die vorige week tachtig jaar is geworden en alle reden voor het NDT was om Silent Screen uit 2005 te hernemen.

Silent Screen
Silent Screen past goed binnen het reisthema dat León & Lightfoot met Scenic Route gekozen hebben. Ditmaal een productie waar dans, theater, film en muziek samen komen in een reis door het leven. Met behulp van drie grote schermen worden verschillende ensceneringen gecreëerd variërend van de kust en een bos tot aan een huis en uiteindelijk de ruimte. De dansers zijn er onderdeel van en tegelijkertijd ook weer niet. De productie vertelt niet echt een verhaal, maar schilders afzonderlijke delen die vooral op het gevoel spelen en minder op de logica. De muziek van Philip Glass, diverse werken uit Glassworks (1982) en The Hours (2002) versterken de episodische aanpak. Het beeld van een enkele vrouw die vanuit de orkestbak langzaam het podium betreedt met een enorm sleep is één van de prachtige beelden die blijft hangen. Als geheel is het minder geslaagd dan Singulière Odyssée maar in combinatie een prachtig programma. Zeker vanwege het feit dat het Balletorkest onder leiding van Matthew Rowe en met medewerking van pianist Maarten van Veen beide werken live begeleidt. 

Copyright foto: Rahi Rezvani / NDT


Van 2 februari – 8 april 2017 is het NDT op tournee door Nederland met ‘Scenic Route’. Deze recensie is op basis van de première op 2 februari in het Haagse Zuiderstrandtheater. De voorstellingen in Den Haag en Amsterdam worden live begeleid door Het Balletorkest. Deze recensie wordt ook op 4 februari gepubliceerd bij online nieuwsmagazine Jalta. Meer info over Scenic Route en kaarten bestellen hier

donderdag 2 februari 2017

Een novelle in een roman: 'De Verdrinking' van Roger Martin du Gard


Met het opnieuw uitgeven van het prachtige en ongemakkelijke De Verdrinking van Roger Martin du Gard blijft Uitgeverij Meulenhoff terecht aandacht vragen voor de verrassend toegankelijke winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur. 

Wie de boekhandels afspeurt op het werk van de Franse schrijver Roger Martin du Gard (1881-1958) wordt al snel geconfronteerd met drie flinke pillen: het tweedelige familie-epos De Thibaults en de nimmer afgeronde, maar desalniettemin uitgegeven fictieve memoires van een bejaarde legerofficier Luitenant-kolonel de Maumort. En hoewel Martin du Gard in 1937 voor De Thibaults de Nobelprijs voor de Literatuur mocht ontvangen en zijn werk onderdeel is van de Franse literaire canon is zijn bekendheid in Nederland gering. Met de prachtige edities die Meulenhoff de laatste jaren van zijn sleutelwerken heeft uitgegeven wordt een manmoedige poging gedaan om dit te veranderen. Onderdeel hiervan is het eveneens opnieuw uitbrengen van novelles van Martin du Gard. Zo verscheen in 2015 Het Oude Frankrijk. Een ontmaskering van het idyllische plattelandsleven van het oude Frankrijk door de venijnige postbode Joigneau. Deze novelle toont aan dat de schrijfstijl van Martin du Gard – helder, direct en zonder opsmuk – zijn werk zeer toegankelijk maakt. Hetzelfde geldt voor het afgelopen zomer eveneens opnieuw uitgegeven De Verdrinking. Wederom een novelle die je op een koude zondagmiddag in één ruk uitleest. Bijzondere aan De Verdrinking is overigens dat het als losstaand verhaal integraal onderdeel uitmaakt van Luitenant-kolonel de Maumort. Want de hoofdpersoon uit De Verdrinking – de adellijke Xavier de Balcourt – is aangezocht om de jeugdige De Maumort te onderwijzen. Bij het schrijven van zijn eigen memoires verwijst de bejaarde officier naar het door hem gevonden dagboek van deze Xavier de Balcourt waardoor De Verdrinking deel uitmaakt van dit onvoltooide epos. 

Homoseksualiteit in het Frankrijk van de 19e eeuw
Dit dagboek van Xavier de Balcourt handelt over een noodlottige zomer in 1888 wanneer deze letterenstudent in het kader van zijn dienstplicht voor een tiendaagse instructie en training wordt ingekwartierd in Aunay-sur-Marne. Wat een routinematige exercitie had moeten worden als onaangename onderbreking van zijn adellijke en culturele leven in Parijs zal Xavier voorgoed veranderen. Zijn dagboek van die tien dagen en zijn naschrift, wederom via zijn dagboek, vormen gezamenlijk een novelle van nog geen 130 pagina’s. Maar herbergt tegelijkertijd een leven aan geluk en verdriet. Want in Aunay-sur-Marne ontmoet hij de zeventienjarige wees Yves Janvier. Deze Yves die pas recent zelf is komen wonen in het dorpje aan de rivier de Marne is opgevangen door een bakker. Als bakkersleerling woont hij – samen met de zus van de bakker en zijn neef Honoré – in het bakkershuis. Onze adellijke dienstplichtige is meteen gecharmeerd van de jonge jongen en besluit zijn gratis ter beschikking gestelde onderkomen te verruilen voor een tochtige kamer op de zolder van de bakkerij. Vanaf dat moment ontspint zich een langzaam opbouwende spanning tussen Xavier en Yves waarbij het de vraag is of de almaar sterker wordende gevoelens van Xavier überhaupt wel beantwoord worden. Want hoewel ten tijde van het schrijven van De Verdrinking – zo rond de Tweede Wereldoorlog – homoseksualiteit nou ook niet bepaald geaccepteerd was, was dit in de tijd waarin het verhaal zich afspeelt in het geheel niet het geval. Sterker nog: ontdekking van zijn geheim zou een groot schandaal teweeg brengen en mogelijkerwijs ernstige gevolgen voor hem hebben. Toch is zijn fascinatie voor Yves zo groot dat dit opweeg tegen de mogelijkheid dat Yves helemaal niet zijn gevoelens deelt en de reële mogelijkheid van een schandaal. 

Een uitnodiging tot meer Roger Martin du Gard
Een mogelijkheid die wordt gepersonifieerd door Honoré die niet alleen een kamer met Yves deelt, maar vanaf het eerste moment een groot wantrouwen koestert tegen Xavier. Een wantrouwen vast geboren uit het (grote) klassenverschil, maar natuurlijk vooral ingegeven door de bizarre situatie dat iemand als Xavier ervoor kiest om een gerieflijker en bovenal gratis onderkomen te verruilen voor de bakkerij. Zo ontspint zich een langzaam opbouwende spanning van enerzijds een mogelijkerwijs ontluikende liefde tussen Yves en Xavier en anderzijds de mogelijkheid dat een groot schandaal ontstaat wat het leven van Xavier voorgoed zal verwoesten. In het heldere en fijne proza dat we van Martin du Gard gewend zijn komt dit allemaal samen in een noodlottige apotheose. De titel van de novelle geeft daarbij het nodige weg, hoewel ‘de verdrinking’ zowel fysiek als mentaal kan worden opgevat en zowel voor Xavier als Yves geldt. Hoe dat precies zit, wordt hier natuurlijk niet uit de doeken gedaan, maar is één van de vele redenen om deze novelle te lezen. En tegelijkertijd de aanleiding te vormen om niet alleen de novelles van Roger Martin du Gard te lezen, maar de gang naar zijn magnum opus De Thibaults te maken. Deze lezer heeft afgelopen week die sprong gemaakt en zoekt nu naarstig naar de tijd om mezelf te ‘ verdrinken’ in de ruim 1.900 pagina’s die de De Thibaults-box beslaat.

‘De Verdrinking’ – de vertaling van ‘La Noyade’ door Anneke Alderliefste – is afgelopen zomer opnieuw door Uitgeverij Meulenhoff als zelfstandige novelle uitgegeven. Deze recensie is eerder verschenen bij Jalta.

maandag 23 januari 2017

Concert 22 januari 2017: 'Lazy Sunday' met Claus Peter Flor en Ronald Brautigam


Smetana: Vysehrad uit Má Vlast
Brahms: Piano Concert Nr. 2
Smetana: Vltava (De Moldau) uit Má Vlast

Ronald Brautigam (piano)
Claus Peter Flor, Residentie Orkest
Zuiderstrandtheater, Den Haag

Een zondagmorgen leent zich uitermate goed voor niets doen, maar het Residentie Orkest gaat met het Lazy Sunday-concept de concurrentie aan. Door een fijn compact programma met werken van Smetana en Brahms zorgen dirigent Claus Peter Flor en pianist Ronald Brautigam dat de luie zondagmorgen het aflegt. 

Het gemiddelde (klassieke) concert kent een ijzeren discipline. Voor de pauze een kleinschalig werk - meestal een toondicht, ouverture of concerto - gevolgd door een pauze om daarna een symfonisch pièce de résistance ten gehore te brengen en dan is het feest voorbij. En hoewel die pauze soms wel heel snel op een (te) kort werk volgt, is deze muzikale gang van zaken lang niet verkeerd. Toch krijg je wel het idee dat de attentiespanne van het gemiddelde publiek bijzonder laag wordt ingeschat. Het concert op de zondagochtend vormt hier een belangrijke uitzondering op. Een concert zo rond een uurtje of 11 dat geen pauze kent en meestal na één tot anderhalf uur weer voorbij is. Het Residentie Orkest verkent deze mogelijkheid ook een enkele keer met het Lazy Sunday-concert. Een programma rondom liefde voor het vaderland als wel of geen muze voor prachtige muziek van Zweers, Smetana en Brahms wordt zo gecomprimeerd tot één doorlopende uitvoering. Door het kortere tijdsbestek is het werk van Zweers gesneuveld terwijl van de drie delen uit het zesdelige Má Vlast slechts twee resteren. Maar het machtige Tweede Pianoconcert van Brahms blijft intact en wordt in deze formule ingeklemd tussen de twee delen uit Smetana's ode aan Mijn Vaderland

Nooit echt doorgebroken
En dat werkt dus meer dan uitstekend. Want ondanks het ingedikte karakter van deze opzet vraagt juist dit programma het nodige van het publiek. Het Tweede Pianoconcert van Johannes Brahms (1833-1897) was bij de première het langste pianoconcert ooit en met vier in plaats van de gebruikelijke drie delen en een duur van ongeveer vijftig minuten is dat nog steeds één van de langste (of misschien wel nog steeds het langste) pianoconcert. Om dan nog ingekaderd te worden door de muzikale vertaling van de vaderlandsliefde van Bedrich Smetana (1824-1884) van elk een kwartier maakt een lazy sunday opeens toch nog hard werken. Het knappe aan dit programma is dat de werken elkaar complementeren en dat het een vondst is om de twee delen uit Má Vlast zowel voorafgaand als aansluitend aan het pianoconcert te programmeren. De tijd vloog voorbij terwijl het Residentie Orkest de kans kreeg om - ondanks de afgenomen grootte door de bezuinigingen van afgelopen jaren - een rijk Romantisch geluid te produceren dat de werken goed deed. Het feit dat de in Leipzig geboren Claus Peter Flor (1953) voor het orkest stond, had daar ook zeker mee te maken. Hoewel niet echt bekend bij het grote publiek is Flor een echte Kapellmeister die het ambacht van de dirigent volledig onder de knie heeft. Na enkele uitstekende opnames van het werk van Mendelssohn met de Bamberger Symphoniker heeft hij bij diverse orkesten op de bok gestaan: van het Tonhalle Orchester Zürich en het Philharmonia Orchestra tot het Dallas Symphony Orchestra en het Malaysian Philharmonic Orchestra. Maar die doorbraak is er nooit gekomen. Bij het Dallas Symphony Orchestra heeft hij het toentertijd moeten afleggen tegen onze eigen Jaap van Zweden in de race om het chef-dirigentschap. En hoewel zijn chef-dirigentschap bij het Malaysian Philharmonic Orchesta onder andere heeft geleid tot een toonaangevende opname van Dvorak's Negende Symfonie is die verbintenis sinds 2014 ook alweer voorbij. Sinds jaar en dag is Claus Peter Flor een graag gezien gastdirigent bij het Haagse Residentie Orkest. En aangezien die concerten eigenlijk altijd goed zijn, is het altijd een klein feestje wanneer de ietwat koddige Flor zijn opwachting maakt.

Het gedreven spel van Ronald Brautigam
Na een wat haperend begin bij Smetana's muzikale schildering van de burcht Vysehrad ontlokte Flor het orkest een fijne muzikale schildering van het Tsjechië. Met natuurlijk als zeer geliefd hoogtepunt Vltava, de muzikale ode aan de rivier de Moldau. Een muziekstuk dat - mede door het gebruik in diverse reclames - vrijwel bij iedereen tot herkenning zal leiden. Het is de kwaliteit van Flor dat hij zo'n overbekend stuk juist fris weet te laten klinken. Het ware hoogtepunt van een dergelijk concert is natuurlijk het magistrale Tweede Pianoconcert van Brahms. Voor dit uitdagende concert had het Residentie Orkest de Nederlandse pianist Ronald Brautigam aangetrokken. Zijn wilde en witte haardos doet hem voorkomen als de klassiek geschoolde broer van het oudste lid van Gordon-vehikel en ietwat bizar getitelde Los Angeles, The Voices, maar daar houden de overeenkomsten toch wel op. De professor aan de Musikhochschule in Basel en solist bij orkesten zoals het Koninklijk Concertgebouworkest, het London Philharmonic Orchestra, maar ook het Orkest van de 18e Eeuw en het Freiburger Barokorchester wist zich uitstekend te kwijten van het veeleisende pianoconcert. Zijn gedreven pianospel paste uitstekend bij dit massieve doch lyrische werk van Brahms. De begeleiding door het Residentie Orkest onder Claus Peter Flor was voorbeeldig en in balans. Uitslapen is fijn, maar een zo de zondagmorgen muzikaal te beginnen, is nog fijner. 

Op 20 en 22 januari 2017 dirigeerde Claus Peter Flor het Residentie Orkest en solist Ronald Brautigam in werken van Smetana en Brahms. Het concert van 20 januari bevatte het eerste deel uit de Derde Symfonie van de Nederlandse componist Bernard Zweers (1854-1924). Deze recensie is van het zondagochtend-concert op 22 januari dat zich beperkte tot werken van Smetana en Brahms.  

donderdag 19 januari 2017

Concert 18 januari 2017: Haitink's muzikale hypnose


Mozart: Piano Concert Nr. 23
Schubert: Symfonie Nr. 9 'Grote' 

Kristian Bezuidenhout (piano)
Bernard Haitink, Chamber Orchestra of Europe
Concertgebouw, Amsterdam

De maestro was weer terug in Amsterdam. En hoe! Een fijngevoelige uitvoering van Mozart's Pianoconcert Nr. 23 door Kristian Bezuidenhout bleek slechts een inleiding te zijn op een magistrale uitvoering van Schubert's 'Grote' symfonie. Orkest én publiek vielen ten prooi aan de muzikale hypnose van Bernard Haitink.

Bernard Haitink wordt in maart weliswaar 88 en heeft al lang geen vast orkest meer, maar hem in levenden lijve te zien en horen dirigeren is bepaald geen zeldzaamheid. Eind augustus leidde hij het European Union Youth Orchestra in de Sinfonia Concertante van Haydn en de Zevende Symfonie van Bruckner. Volgende maand staat diezelfde symfonie wederom op de lessenaars in het Concertgebouw, maar leidt Haitink ditmaal  zijn oude orkest: het Koninklijk Concertgebouworkest. Het orkest dat in zijn imposante carrière altijd centraal blijft staan, maar tegelijkertijd symbool staat voor het lief én leed in de samenwerking tussen orkest en dirigent. De relatie met het Chamber Orchestra of Europa is allesbehalve getroebleerd en sinds jaar en dag een vaste waarde in het Concertgebouw. Want met twee concerten gewijd aan werken van Mozart en Schubert is deze muzikale combinatie voor het zesde achtereenvolgende seizoen te gast in het Concertgebouw. Vreemd genoeg - en in markante tegenstelling met alle voorgaande concerten van Haitink in het Concertgebouw - waren achterin de grote zaal nog redelijk grote plukken stoelen onbezet. De woensdagavond in combinatie met het feit dat het een extra concert betrof, zal het nodige verklaren. Zeker ook omdat voor het concert van vrijdag 20 januari, met violiste Alina Ibragimova als solist, vrijwel geen kaarten beschikbaar zijn. 

Een gevoelige snaar
Ondanks deze - voor Haitink althans - ietwat matig gevulde zaal was het enthousiasme van het publiek er niet minder om. Dat is ook niet zo gek, want de statuur van Haitink - toch al niet gering - lijkt met ieder jaar alleen maar groter te worden. Ook niet zo vreemd omdat Haitink al lang geleden gestopt is met nadenken over zijn carrière en alleen nog maar die dingen doet die hij leuk en nuttig vindt. Dus muziek waar hij van houdt en het ondersteunen van muzikaal talent. Het Chamber Orchestra of Europe (COE) is daar een goed voorbeeld van aangezien het in 1981 werd opgericht door musici van het European Union Youth Orchestra. De sterke band met Haitink heeft geleid tot een fijn Concertgebouw-oeuvre waarbij de afgelopen seizoenen iedere concertserie een andere componist centraal stond. Na Beethoven, Brahms, Schumann is het nu de beurt aan de combinatie van Mozart en Schubert. En geen betere manier om zo'n combinatie te beginnen dan met één van de prachtige pianoconcerten van Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791). In dit geval Pianoconcert Nr. 23. Een werk dat Mozart eigenlijk voor zichzelf en een selecte groep vrienden wilde houden, maar waarvan het manuscript uiteindelijk in roulatie geraakte omdat zijn weduwe Constanze gedwongen werd om het te verkopen omdat zij in financieel zwaar weer verkeerde. En hoe vervelend voor haar dan ook, haar geldproblemen zijn een zegen geweest voor het muziekliefhebbers. Want dit pianoconcert is ongekend lyrisch met veel ruimte voor houtblazers. Voor de uitvoering ervan had Haitink de Zuid-Afrikaanse pianist Kristian Bezuidenhout gestrikt en zijn fijngevoelige spel wist zonder meer de juiste (gevoelige) snaar te raken en vond de perfecte partner in het COE onder leiding van Mozart-liefhebber Haitink. Uiteraard volge - zoals altijd bij concerten in Nederland - een staande ovatie, maar wel een die ondanks de grote waardering voor de fijne uitvoering toch vooral een 'moetje' leek danwel een mooie aanleiding om snel bij de (gratis) drank te geraken. Een prachtige uitvoering van een fijn werk, maar het werk is van zichzelf te 'licht' om van een grootse prestatie te spreken. 

Een grootse 'Grote' symfonie
Dat staande ovaties - in Nederland althans - aan inflatie onderhevig zijn, hoeft geen betoog, maar het aardige is wel dat de ene staande ovatie de andere niet is. Dat bleek wel toen ruim een uur nadat de pauze afgelopen was een staande ovatie ontstond die - in markante tegenstelling tot voor de pauze - zeer gemeend was en niet alleen een eerbetoon betrof van één van de meest eminente dirigenten ter wereld. Want in dat uur voorafgaand liet Haitink de Negende Symfonie van Franz Schubert (1797-1828) schitteren. Met overtuiging stond de hoogbejaarde dirigent op de bok en had hij het orkest met zelfs de kleinste beweging 'aan een touwtje'. Het orkest, meer dan voor de pauze wat zeker geen kritiek is op het fijne spel in Mozart, leek als het ware gehypnotiseerd door Haitink. Een aandoening die in mindere mate ook voor het publiek leek te gelden dat gebiologeerd luisterde naar een symfonie die lange tijd als onuitvoerbaar te boek stond. Want Schubert was toch de man van de klassieke symfonieën die hoogstens een half uurtje duurden. Zijn laatste werk, dat de componist nooit zelf in vol ornaat heeft mogen horen, is daarentegen een symfonisch werk met een tijdsduur van - afhankelijk van tempo en het gebruik maken van de diverse herhalingen - bijna een uur en blikt zowel in lengte en (in beperkte mate) thematiek vooruit op de symfonieën van Bruckner en Mahler. Het knappe aan de uitvoering door Haitink en het COE is niet alleen de kwaliteit ervan, maar vooral de afwisseling en spanning die Haitink in het werk weet te brengen. Want ondanks de diverse herhalingen is geen enkel deel precies hetzelfde. Hierdoor ontstaan een werk waarin de thema's zich langzaam maar gestaag als een meanderende rivier ontwikkelen richting de spectaculaire finale. Wat een feest weer met Haitink. Gelukkig volgende maand weer, maar daarna wordt het afwachten wanneer we Haitink weer in het Concertgebouw kunnen bewonderen. 

Onder leiding van Bernard Haitink geeft het Chamber Orchestra of Europa op 18 en 20 januari 2017 twee concerten gewijd aan de muziek van Mozart en Schubert in het Concertgebouw. Op 18 januari met pianist Kristian Bezuidenhout en op 20 januari met violist Ibragimova.   

zondag 15 januari 2017

The Young Pope is ondefinieerbaar en adembenemend goed


Met The Young Pope maken Jude Law én Paolo Sorrentino de overstap naar het kleine scherm. In tien magistrale afleveringen volgen we de eerste Amerikaanse paus in de geschiedenis. Jude Law zet de geconflicteerde Paus Pius XIII geloofwaardig neer terwijl Paolo Sorrentino garant staat voor weergaloze schoonheid, satire en surrealisme. Een hoogtepunt in beide carrières en één van de meest memorabele televisieseries van de afgelopen jaren. 

Filmregisseurs die de overtap maken naar televisie is niets nieuws. Steven Soderbergh (The Knick), David Fincher (House of Cards) en Martin Scorcese (Boardwalk Empire, Vinyl) gingen Paolo Sorrentino al voor. Terwijl de Joel en Ethan Coen Fargo al produceerden en zich inmiddels ook opmaken voor de regie van hun eerste televisieserie: de western The Ballad of Buster Scruggs. Daar waar de meeste regisseurs slechts enkele afleveringen van een serie regisseren, gaat Paolo Sorrentino – net zoals Steven Soderbergh – voor goud en zijn alle tien afleveringen van The Young Pope van zijn hand. En dat is in alles te merken. Liefhebbers van met name La Grande Belezza herkennen de prachtige wijze waarop Sorrentino zijn lijdend voorwerp in beeld brengt. En in dit geval is dat lijdende voorwerp niet alleen de eerste Amerikaanse paus in de geschiedenis van de Rooms-Katholieke Kerk, maar juist ook Vaticaanstad en natuurlijk Rome. Door Sorrentino word je telkens weer opnieuw verliefd op de Eeuwige Stad en ben je mentaal alweer je volgende trip naar de Stad der Zeven Heuvels aan het plannen. 

Een twijfelende paus, een gehaaide kardinaal-staatssecretaris
Maar alleen stil staan bij de aanstekelijke pracht die The Young Pope biedt, doet grote afbreuk aan de prestaties die niet alleen Sorrentino, maar juist ook hoofdrolspelers Jude Law, Diane Keaton en Silvio Orlando leveren. Want vanaf het allereerste surrealistische shot waar Jude Law vanonder een berg baby’s kruipt op het San Marcoplein in Venetië tot de laatste scene die op hetzelfde plein plaats vindt, is duidelijk dat het succes van The Young Pope vooral ook te danken is aan acteertalent. Jude Law vertolkt de vijftigjarige Amerikaanse Lenny Belardo die onverwacht tot het pausschap is geroepen op een geweldige manier als een geconflicteerd man die niet weet wat hij met zijn nieuw gevonden macht moet doen, maar tegelijkertijd geen enkele schroom heeft om alle conventies overboord te gooien en die macht volledig in te zetten. Allereerst al door te kiezen voor de besmette naam Pius die dan ook nog getooid wordt met het ongeluksgetal dertien. 

Dit alles tot grote wanhoop van de kardinalen die hem benoemd hebben. Niet in de laatste plaats de machtige kardinaal-staatssecretaris Voiello die zijn machtspositie ziet afbrokkelen terwijl hij erop rekende de grote macht achter de troon te zullen zijn door de onervarenheid van Pius XIII. Voiello komt in de vertolking door Silvio Orlando volledig tot leven en is één van de hoogtepunten van de serie. Want deze kardinaal mag dan wel een intrigant zijn, hij is tegelijkertijd groot voetbalfan en draagt de zorg voor een zwaar gehandicapte jongen die hij zijn beste vriend in de wereld noemt. Juist die combinatie maakt dat Voiello meer is dan de klassieke Katholieke intrigant die we kennen van series als The Borgias, maar daarom The Young Pope zo ondefinieerbaar maakt. Want hoewel intrige zeker aan bod komt, is het nooit op de manier die je verwacht. Sorrentino wijst de voorspelbaarheid van dergelijke intrige af en heeft geen enkele moeite om tegelijkertijd satire, surrealisme, komische elementen en stevig drama af te wisselen. Dit leidt vaak tot (welkome) verbazing bij de kijker, maar ook prachtige komische momenten zoals kardinaal Voiello die in de opulente omgeving van zijn vertrekken, gezeten op een troonachtige stoel, luisterend naar het radioverslag van een wedstrijd van zijn favoriete voetbalclub… getooid in het clubtenue. Het juist die momenten die The Young Pope zo goed maken maken en volstrekt onderscheidend van alle andere televisieseries. Een serie die – net als Youth van Sorrentino – in betrekkelijke rust zich ontwikkelt en zich daarmee nog verder onderscheidt. 

In Godsnaam laat er een vervolg komen
De keuze om bekende filmacteurs en –actrices zoals Jude Law en Diane Keaton een grote rol te geven is een beproefd concept bij dergelijke groots opgezette en kostbare producties. Gelukkig pakt het hier ook ontzettend goed uit. Niet alleen omdat Jude Law een geweldige acteerprestatie neerzet als de ketting-rokende en Cherry Coke-drinkende paus, maar ook omdat de combinatie met minder bekende (maar steengoede) acteurs echte chemie oplevert. Niet in de laatste plaats door het optreden van Diane Keaton die als Zuster Mary de spil is in het bestuur van Pius XIII. Want Mary heeft de jonge Lenny opgevoed toen zijn hippieouders hem op jonge leeftijd achterlieten. De wond die toen is geslagen, is nooit geheeld en zorgt ervoor dat Lenny het pausschap gebruikt om zijn ouders op te sporen om erachter te komen waarom zij hem verlaten hebben en wat dit betekent voor zijn geloof in God. Deze Mary wordt door Pius als zijn vertrouweling ingezet ten koste van de macht van de kardinalen en dan met name Voiello. De strijd die dat oplevert is prachtig, maar volgt ook hier niet de voorspelbare weg van intrige. 

Door dit alles is The Young Pope een serie die niet alleen oogstrelend is, maar tot denken zet en geweldige uren van hoogwaardig televisie maken biedt. Op zo’n wijze dat bij de laatste scene het wel erg de vraag is of – ondanks het feit dat bij de presentatie van de serie al een tweede seizoen werd aangekondigd – er nog een vervolg komt. Hoe die eruit moet komen te zien, zal nog een hele uitdaging worden omdat de tien afleveringen een zo’n perfect geheel vormen dat een vervolg eigenlijk alleen maar tegen kan vallen. Maar toch word je al kijker overvallen door een grote drang om - in Godsnaam -toch maar te hopen (en bidden) voor een vervolg. The Young Pope is te goed om het bij één seizoen te houden. 


‘The Young Pope’ is een coproductie van Sky, HBO en Canal+ en wordt sinds januari op DVD en Blu-ray door Lumière uitgegeven. Eerder was de serie al (exclusief) online te zien bij Videoland. Deze recensie is ook verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta. 

zaterdag 14 januari 2017

De nieuwe Poirot is een ongeloofwaardige pageturner. 'Closed Casket' van Sophie Hannah


Twee jaar geleden blies Sophie Hannah de Belgische detective Hercule Poirot nieuw leven in met The Monogram Murders. Ze heeft blijkbaar de smaak te pakken want recent is het tweede Poirot-mysterie getiteld Closed Casket verschenen. Is Sophie Hannah de Agatha Christie van onze tijd? De ongeloofwaardigheid van het eerste boek zaaide al enige twijfels, maar Closed Casket bevestigt dat Hannah goed kan schrijven, maar een geloofwaardig verhaal vertellen is daar helaas geen onderdeel van.

Hoewel de inleiding anders zou doen vermoeden, is Hercule Poirot nooit echt weg geweest. Weliswaar is Curtain, het laatste Poirot-mysterie van de hand van Agatha Christie (1890-1976) in 1975 verschenen, maar het personage heeft ons nooit echt verlaten. Diverse films, maar vooral de uitmuntende televisieserie met in de hoofdrol David Suchet heeft de bekendheid van Poirot alleen maar verder vergroot. Echter allemaal op basis van de aloude verhalen van Christie. Met The Monogram Murders (2014) verscheen voor het eerst in bijna veertig jaar weer een nieuw verhaal. Het Poirot-personage was door de erven-Christie aan thrillerauteur Sophie Hannah (1971) toevertrouwd. Hoewel er op The Monogram Murders het nodige viel aan te merken, met name op het gebied van geloofwaardigheid, was het door de bank genomen een prima hernieuwde kennismaking met de kleine Belgische detective met zijn kenmerkende snor. De kwaliteit, maar vooral de verkoop van het boek zijn blijkbaar dermate geweest dat Hannah toestemming gegeven is om nog een Poirot-mysterie te schrijven. Met Closed Casket  keert Hannah – precies honderd jaar na het eerste Poirot-avontuur The Mysterious Affair at Styles -  terug naar Poirot en lijkt zij zich op te maken voor een hele nieuwe reeks Poirot-avonturen. Dat is best begrijpelijk aangezien zij daarmee onderdeel wordt van een onderscheidend literair erfgoed in een tijd waarin de aandacht voor Poirot weer aan het toenemen is. David Suchet is weliswaar klaar met zijn televisieverfilming, maar later dit jaar verschijnt een nieuwe filmversie van befaamde Poirot-avontuur Murder on the Orient Express waarin Kenneth Branagh in de huid van de detective kruipt en tegelijkertijd de regie voert. De vraag is natuurlijk of Hannah daadwerkelijk een toevoeging is op de Poirot-canon of dat ze zich de moeite had kunnen besparen.

Een nieuwe erfgenaam
Aangezien met Curtain de laatste zaak van Poirot wordt beschreven, moet Hannah binnen de bestaande continuïteit opereren. Net als The Monogram Murders speelt Closed Casket zich daarom af in de jaren twintig, de hoogtijdagen van Poirot. Sterker nog: het nieuwe avontuur vindt ongeveer een jaar later plaats en heeft naast Poirot wederom Edward Catchpool van Scotland Yard als partner tegen wil en dank van de koddige met snor getooide Belgische crimefighter. Een beetje als de ietwat sullige Captain Hastings uit een aantal van de eerdere Poirot-verhalen van Christie. De eerste samenwerking met Poirot is Catchpool niet goed bevallen aangezien hij door de moorden in het Londense Bloxham Hotel en Poirot’s beslissende rol in de ontrafeling van het mysterie door het publiek als niet buitengewoon competent wordt gezien. Hoewel hij de intelligentie van Poirot hoog acht en hem niet vijandig gezind is, is hij onaangenaam verrast wanneer de befaamde kinderboekenschrijver Lady Athelinda Playford hem nodigt voor een diner op haar Ierse landgoed. En natuurlijk is Poirot daar ook, die net als Catchpool een uitnodiging op zak heeft. Al snel ontvouwt zich een moordmysterie geschoeid op de klassieke (lees: Britse) leest. Lady Playford heeft haar zoon en dochter, hun partners, haar aan een fatale nierziekte lijdende secretaris en zijn verpleegsters, haar advocaten en dus Catchpool en Poirot niet alleen genodigd voor een diner, maar  heeft ook een belangrijke mededeling. Ze heeft haar testament aangepast en wanneer zij deze wijziging kenbaar maakt, is de schok groot en neemt de kans dat éénvan de gasten het verblijf in Clonakilty, Country Cork niet overleeft opeens enorm toe. De reden dat Lady Playford Poirot en Catchpool heeft genodigd: ter bescherming, maar uiteindelijk blijkt dat het duo opnieuw een moord moet oplossen.

Ongeloofwaardig
Meer nog dan The Monogram Murders is Closed Casket zonder meer een pageturner. Dit komt met name ook door de klassieke setting van een landhuis met een moord en een overzichtelijk aantal verdachten.  Opvallend daarbij is dat de rol van Catchpool een stuk groter is en Poirot soms meer een randfiguur lijkt. Wellicht ook omdat Hannah als schrijver natuurlijk meer lol kan beleven aan een karakter als Catchpool dat een onbeschreven blad is en haar creatie terwijl Poirot natuurlijk wel Poirot moet blijven en minder ruimte geeft tot eigen interpretatie. Aangezien het toch echt een Poirot-mysterie is, had die balans een stuk beter gekund. Dat laat onverlet dat je door de klassieke opzet lekker blijft doorlezen en Hannah de lezer lange tijd in het ongewisse weet te houden over het beoogde slachtoffer en de daadwerkelijke moordenaar. Dat eerste komt het boek ten goede, het tweede helaas niet. Want de wijze waarop Hannah het moordmysterie ontrafelt is compleet ongeloofwaardig. Nu is het niet zo dat Agatha Christie altijd uitblonk in geloofwaardige ontknopingen, maar Hannah zit met Closed Casket echt aan de verkeerde kant van de streep. Zo erg zelfs dat bij het proberen te verbinden van de titel aan het verhaal het eigenlijk volstrekt niet duidelijk is waarom deze titel is gekozen. De Nederlandse titel De Nieuwe Erfgenaam mag dan wat gewoontjes zijn, maar dekt de lading veel beter dan een open kist die, op wat opgeworpen mist, niets met het verhaal van doen heeft. Het gekke met dit nieuwe Poirot-verhaal van Hannah is dat je heerlijk aan het lezen bent, maar je door de ontknoping echt een beetje bekocht voelt. Geen aanleiding dus voor een vervolg. Laten we hopen dat Kenneth Branagh zich met Murder on the Orient Express zich meer als een David Suchet dan een Sophie Hannah ontpopt.

In september is ‘Closed Casket’, het tweede Poirot-mysterie van Sophie Hannah verschenen. Een Nederlandstalige versie, ‘De nieuwe erfgenaam’, is bij uitgever The House of Books verschenen. Deze recensie is eerder verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta.