donderdag 19 januari 2017

Concert 18 januari 2017: Haitink's muzikale hypnose


Mozart: Piano Concert Nr. 23
Schubert: Symfonie Nr. 9 'Grote' 

Kristian Bezuidenhout (piano)
Bernard Haitink, Chamber Orchestra of Europe
Concertgebouw, Amsterdam

De maestro was weer terug in Amsterdam. En hoe! Een fijngevoelige uitvoering van Mozart's Pianoconcert Nr. 23 door Kristian Bezuidenhout bleek slechts een inleiding te zijn op een magistrale uitvoering van Schubert's 'Grote' symfonie. Orkest én publiek vielen ten prooi aan de muzikale hypnose van Bernard Haitink.

Bernard Haitink wordt in maart weliswaar 88 en heeft al lang geen vast orkest meer, maar hem in levenden lijve te zien en horen dirigeren is bepaald geen zeldzaamheid. Eind augustus leidde hij het European Union Youth Orchestra in de Sinfonia Concertante van Haydn en de Zevende Symfonie van Bruckner. Volgende maand staat diezelfde symfonie wederom op de lessenaars in het Concertgebouw, maar leidt Haitink ditmaal  zijn oude orkest: het Koninklijk Concertgebouworkest. Het orkest dat in zijn imposante carrière altijd centraal blijft staan, maar tegelijkertijd symbool staat voor het lief én leed in de samenwerking tussen orkest en dirigent. De relatie met het Chamber Orchestra of Europa is allesbehalve getroebleerd en sinds jaar en dag een vaste waarde in het Concertgebouw. Want met twee concerten gewijd aan werken van Mozart en Schubert is deze muzikale combinatie voor het zesde achtereenvolgende seizoen te gast in het Concertgebouw. Vreemd genoeg - en in markante tegenstelling met alle voorgaande concerten van Haitink in het Concertgebouw - waren achterin de grote zaal nog redelijk grote plukken stoelen onbezet. De woensdagavond in combinatie met het feit dat het een extra concert betrof, zal het nodige verklaren. Zeker ook omdat voor het concert van vrijdag 20 januari, met violiste Alina Ibragimova als solist, vrijwel geen kaarten beschikbaar zijn. 

Een gevoelige snaar
Ondanks deze - voor Haitink althans - ietwat matig gevulde zaal was het enthousiasme van het publiek er niet minder om. Dat is ook niet zo gek, want de statuur van Haitink - toch al niet gering - lijkt met ieder jaar alleen maar groter te worden. Ook niet zo vreemd omdat Haitink al lang geleden gestopt is met nadenken over zijn carrière en alleen nog maar die dingen doet die hij leuk en nuttig vindt. Dus muziek waar hij van houdt en het ondersteunen van muzikaal talent. Het Chamber Orchestra of Europe (COE) is daar een goed voorbeeld van aangezien het in 1981 werd opgericht door musici van het European Union Youth Orchestra. De sterke band met Haitink heeft geleid tot een fijn Concertgebouw-oeuvre waarbij de afgelopen seizoenen iedere concertserie een andere componist centraal stond. Na Beethoven, Brahms, Schumann is het nu de beurt aan de combinatie van Mozart en Schubert. En geen betere manier om zo'n combinatie te beginnen dan met één van de prachtige pianoconcerten van Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791). In dit geval Pianoconcert Nr. 23. Een werk dat Mozart eigenlijk voor zichzelf en een selecte groep vrienden wilde houden, maar waarvan het manuscript uiteindelijk in roulatie geraakte omdat zijn weduwe Constanze gedwongen werd om het te verkopen omdat zij in financieel zwaar weer verkeerde. En hoe vervelend voor haar dan ook, haar geldproblemen zijn een zegen geweest voor het muziekliefhebbers. Want dit pianoconcert is ongekend lyrisch met veel ruimte voor houtblazers. Voor de uitvoering ervan had Haitink de Zuid-Afrikaanse pianist Kristian Bezuidenhout gestrikt en zijn fijngevoelige spel wist zonder meer de juiste (gevoelige) snaar te raken en vond de perfecte partner in het COE onder leiding van Mozart-liefhebber Haitink. Uiteraard volge - zoals altijd bij concerten in Nederland - een staande ovatie, maar wel een die ondanks de grote waardering voor de fijne uitvoering toch vooral een 'moetje' leek danwel een mooie aanleiding om snel bij de (gratis) drank te geraken. Een prachtige uitvoering van een fijn werk, maar het werk is van zichzelf te 'licht' om van een grootse prestatie te spreken. 

Een grootse 'Grote' symfonie
Dat staande ovaties - in Nederland althans - aan inflatie onderhevig zijn, hoeft geen betoog, maar het aardige is wel dat de ene staande ovatie de andere niet is. Dat bleek wel toen ruim een uur nadat de pauze afgelopen was een staande ovatie ontstond die - in markante tegenstelling tot voor de pauze - zeer gemeend was en niet alleen een eerbetoon betrof van één van de meest eminente dirigenten ter wereld. Want in dat uur voorafgaand liet Haitink de Negende Symfonie van Franz Schubert (1797-1828) schitteren. Met overtuiging stond de hoogbejaarde dirigent op de bok en had hij het orkest met zelfs de kleinste beweging 'aan een touwtje'. Het orkest, meer dan voor de pauze wat zeker geen kritiek is op het fijne spel in Mozart, leek als het ware gehypnotiseerd door Haitink. Een aandoening die in mindere mate ook voor het publiek leek te gelden dat gebiologeerd luisterde naar een symfonie die lange tijd als onuitvoerbaar te boek stond. Want Schubert was toch de man van de klassieke symfonieën die hoogstens een half uurtje duurden. Zijn laatste werk, dat de componist nooit zelf in vol ornaat heeft mogen horen, is daarentegen een symfonisch werk met een tijdsduur van - afhankelijk van tempo en het gebruik maken van de diverse herhalingen - bijna een uur en blikt zowel in lengte en (in beperkte mate) thematiek vooruit op de symfonieën van Bruckner en Mahler. Het knappe aan de uitvoering door Haitink en het COE is niet alleen de kwaliteit ervan, maar vooral de afwisseling en spanning die Haitink in het werk weet te brengen. Want ondanks de diverse herhalingen is geen enkel deel precies hetzelfde. Hierdoor ontstaan een werk waarin de thema's zich langzaam maar gestaag als een meanderende rivier ontwikkelen richting de spectaculaire finale. Wat een feest weer met Haitink. Gelukkig volgende maand weer, maar daarna wordt het afwachten wanneer we Haitink weer in het Concertgebouw kunnen bewonderen. 

Onder leiding van Bernard Haitink geeft het Chamber Orchestra of Europa op 18 en 20 januari 2017 twee concerten gewijd aan de muziek van Mozart en Schubert in het Concertgebouw. Op 18 januari met pianist Kristian Bezuidenhout en op 20 januari met violist Ibragimova.   

zondag 15 januari 2017

The Young Pope is ondefinieerbaar en adembenemend goed


Met The Young Pope maken Jude Law én Paolo Sorrentino de overstap naar het kleine scherm. In tien magistrale afleveringen volgen we de eerste Amerikaanse paus in de geschiedenis. Jude Law zet de geconflicteerde Paus Pius XIII geloofwaardig neer terwijl Paolo Sorrentino garant staat voor weergaloze schoonheid, satire en surrealisme. Een hoogtepunt in beide carrières en één van de meest memorabele televisieseries van de afgelopen jaren. 

Filmregisseurs die de overtap maken naar televisie is niets nieuws. Steven Soderbergh (The Knick), David Fincher (House of Cards) en Martin Scorcese (Boardwalk Empire, Vinyl) gingen Paolo Sorrentino al voor. Terwijl de Joel en Ethan Coen Fargo al produceerden en zich inmiddels ook opmaken voor de regie van hun eerste televisieserie: de western The Ballad of Buster Scruggs. Daar waar de meeste regisseurs slechts enkele afleveringen van een serie regisseren, gaat Paolo Sorrentino – net zoals Steven Soderbergh – voor goud en zijn alle tien afleveringen van The Young Pope van zijn hand. En dat is in alles te merken. Liefhebbers van met name La Grande Belezza herkennen de prachtige wijze waarop Sorrentino zijn lijdend voorwerp in beeld brengt. En in dit geval is dat lijdende voorwerp niet alleen de eerste Amerikaanse paus in de geschiedenis van de Rooms-Katholieke Kerk, maar juist ook Vaticaanstad en natuurlijk Rome. Door Sorrentino word je telkens weer opnieuw verliefd op de Eeuwige Stad en ben je mentaal alweer je volgende trip naar de Stad der Zeven Heuvels aan het plannen. 

Een twijfelende paus, een gehaaide kardinaal-staatssecretaris
Maar alleen stil staan bij de aanstekelijke pracht die The Young Pope biedt, doet grote afbreuk aan de prestaties die niet alleen Sorrentino, maar juist ook hoofdrolspelers Jude Law, Diane Keaton en Silvio Orlando leveren. Want vanaf het allereerste surrealistische shot waar Jude Law vanonder een berg baby’s kruipt op het San Marcoplein in Venetië tot de laatste scene die op hetzelfde plein plaats vindt, is duidelijk dat het succes van The Young Pope vooral ook te danken is aan acteertalent. Jude Law vertolkt de vijftigjarige Amerikaanse Lenny Belardo die onverwacht tot het pausschap is geroepen op een geweldige manier als een geconflicteerd man die niet weet wat hij met zijn nieuw gevonden macht moet doen, maar tegelijkertijd geen enkele schroom heeft om alle conventies overboord te gooien en die macht volledig in te zetten. Allereerst al door te kiezen voor de besmette naam Pius die dan ook nog getooid wordt met het ongeluksgetal dertien. 

Dit alles tot grote wanhoop van de kardinalen die hem benoemd hebben. Niet in de laatste plaats de machtige kardinaal-staatssecretaris Voiello die zijn machtspositie ziet afbrokkelen terwijl hij erop rekende de grote macht achter de troon te zullen zijn door de onervarenheid van Pius XIII. Voiello komt in de vertolking door Silvio Orlando volledig tot leven en is één van de hoogtepunten van de serie. Want deze kardinaal mag dan wel een intrigant zijn, hij is tegelijkertijd groot voetbalfan en draagt de zorg voor een zwaar gehandicapte jongen die hij zijn beste vriend in de wereld noemt. Juist die combinatie maakt dat Voiello meer is dan de klassieke Katholieke intrigant die we kennen van series als The Borgias, maar daarom The Young Pope zo ondefinieerbaar maakt. Want hoewel intrige zeker aan bod komt, is het nooit op de manier die je verwacht. Sorrentino wijst de voorspelbaarheid van dergelijke intrige af en heeft geen enkele moeite om tegelijkertijd satire, surrealisme, komische elementen en stevig drama af te wisselen. Dit leidt vaak tot (welkome) verbazing bij de kijker, maar ook prachtige komische momenten zoals kardinaal Voiello die in de opulente omgeving van zijn vertrekken, gezeten op een troonachtige stoel, luisterend naar het radioverslag van een wedstrijd van zijn favoriete voetbalclub… getooid in het clubtenue. Het juist die momenten die The Young Pope zo goed maken maken en volstrekt onderscheidend van alle andere televisieseries. Een serie die – net als Youth van Sorrentino – in betrekkelijke rust zich ontwikkelt en zich daarmee nog verder onderscheidt. 

In Godsnaam laat er een vervolg komen
De keuze om bekende filmacteurs en –actrices zoals Jude Law en Diane Keaton een grote rol te geven is een beproefd concept bij dergelijke groots opgezette en kostbare producties. Gelukkig pakt het hier ook ontzettend goed uit. Niet alleen omdat Jude Law een geweldige acteerprestatie neerzet als de ketting-rokende en Cherry Coke-drinkende paus, maar ook omdat de combinatie met minder bekende (maar steengoede) acteurs echte chemie oplevert. Niet in de laatste plaats door het optreden van Diane Keaton die als Zuster Mary de spil is in het bestuur van Pius XIII. Want Mary heeft de jonge Lenny opgevoed toen zijn hippieouders hem op jonge leeftijd achterlieten. De wond die toen is geslagen, is nooit geheeld en zorgt ervoor dat Lenny het pausschap gebruikt om zijn ouders op te sporen om erachter te komen waarom zij hem verlaten hebben en wat dit betekent voor zijn geloof in God. Deze Mary wordt door Pius als zijn vertrouweling ingezet ten koste van de macht van de kardinalen en dan met name Voiello. De strijd die dat oplevert is prachtig, maar volgt ook hier niet de voorspelbare weg van intrige. 

Door dit alles is The Young Pope een serie die niet alleen oogstrelend is, maar tot denken zet en geweldige uren van hoogwaardig televisie maken biedt. Op zo’n wijze dat bij de laatste scene het wel erg de vraag is of – ondanks het feit dat bij de presentatie van de serie al een tweede seizoen werd aangekondigd – er nog een vervolg komt. Hoe die eruit moet komen te zien, zal nog een hele uitdaging worden omdat de tien afleveringen een zo’n perfect geheel vormen dat een vervolg eigenlijk alleen maar tegen kan vallen. Maar toch word je al kijker overvallen door een grote drang om - in Godsnaam -toch maar te hopen (en bidden) voor een vervolg. The Young Pope is te goed om het bij één seizoen te houden. 


‘The Young Pope’ is een coproductie van Sky, HBO en Canal+ en wordt sinds januari op DVD en Blu-ray door Lumière uitgegeven. Eerder was de serie al (exclusief) online te zien bij Videoland. Deze recensie is ook verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta. 

zaterdag 14 januari 2017

De nieuwe Poirot is een ongeloofwaardige pageturner. 'Closed Casket' van Sophie Hannah


Twee jaar geleden blies Sophie Hannah de Belgische detective Hercule Poirot nieuw leven in met The Monogram Murders. Ze heeft blijkbaar de smaak te pakken want recent is het tweede Poirot-mysterie getiteld Closed Casket verschenen. Is Sophie Hannah de Agatha Christie van onze tijd? De ongeloofwaardigheid van het eerste boek zaaide al enige twijfels, maar Closed Casket bevestigt dat Hannah goed kan schrijven, maar een geloofwaardig verhaal vertellen is daar helaas geen onderdeel van.

Hoewel de inleiding anders zou doen vermoeden, is Hercule Poirot nooit echt weg geweest. Weliswaar is Curtain, het laatste Poirot-mysterie van de hand van Agatha Christie (1890-1976) in 1975 verschenen, maar het personage heeft ons nooit echt verlaten. Diverse films, maar vooral de uitmuntende televisieserie met in de hoofdrol David Suchet heeft de bekendheid van Poirot alleen maar verder vergroot. Echter allemaal op basis van de aloude verhalen van Christie. Met The Monogram Murders (2014) verscheen voor het eerst in bijna veertig jaar weer een nieuw verhaal. Het Poirot-personage was door de erven-Christie aan thrillerauteur Sophie Hannah (1971) toevertrouwd. Hoewel er op The Monogram Murders het nodige viel aan te merken, met name op het gebied van geloofwaardigheid, was het door de bank genomen een prima hernieuwde kennismaking met de kleine Belgische detective met zijn kenmerkende snor. De kwaliteit, maar vooral de verkoop van het boek zijn blijkbaar dermate geweest dat Hannah toestemming gegeven is om nog een Poirot-mysterie te schrijven. Met Closed Casket  keert Hannah – precies honderd jaar na het eerste Poirot-avontuur The Mysterious Affair at Styles -  terug naar Poirot en lijkt zij zich op te maken voor een hele nieuwe reeks Poirot-avonturen. Dat is best begrijpelijk aangezien zij daarmee onderdeel wordt van een onderscheidend literair erfgoed in een tijd waarin de aandacht voor Poirot weer aan het toenemen is. David Suchet is weliswaar klaar met zijn televisieverfilming, maar later dit jaar verschijnt een nieuwe filmversie van befaamde Poirot-avontuur Murder on the Orient Express waarin Kenneth Branagh in de huid van de detective kruipt en tegelijkertijd de regie voert. De vraag is natuurlijk of Hannah daadwerkelijk een toevoeging is op de Poirot-canon of dat ze zich de moeite had kunnen besparen.

Een nieuwe erfgenaam
Aangezien met Curtain de laatste zaak van Poirot wordt beschreven, moet Hannah binnen de bestaande continuïteit opereren. Net als The Monogram Murders speelt Closed Casket zich daarom af in de jaren twintig, de hoogtijdagen van Poirot. Sterker nog: het nieuwe avontuur vindt ongeveer een jaar later plaats en heeft naast Poirot wederom Edward Catchpool van Scotland Yard als partner tegen wil en dank van de koddige met snor getooide Belgische crimefighter. Een beetje als de ietwat sullige Captain Hastings uit een aantal van de eerdere Poirot-verhalen van Christie. De eerste samenwerking met Poirot is Catchpool niet goed bevallen aangezien hij door de moorden in het Londense Bloxham Hotel en Poirot’s beslissende rol in de ontrafeling van het mysterie door het publiek als niet buitengewoon competent wordt gezien. Hoewel hij de intelligentie van Poirot hoog acht en hem niet vijandig gezind is, is hij onaangenaam verrast wanneer de befaamde kinderboekenschrijver Lady Athelinda Playford hem nodigt voor een diner op haar Ierse landgoed. En natuurlijk is Poirot daar ook, die net als Catchpool een uitnodiging op zak heeft. Al snel ontvouwt zich een moordmysterie geschoeid op de klassieke (lees: Britse) leest. Lady Playford heeft haar zoon en dochter, hun partners, haar aan een fatale nierziekte lijdende secretaris en zijn verpleegsters, haar advocaten en dus Catchpool en Poirot niet alleen genodigd voor een diner, maar  heeft ook een belangrijke mededeling. Ze heeft haar testament aangepast en wanneer zij deze wijziging kenbaar maakt, is de schok groot en neemt de kans dat éénvan de gasten het verblijf in Clonakilty, Country Cork niet overleeft opeens enorm toe. De reden dat Lady Playford Poirot en Catchpool heeft genodigd: ter bescherming, maar uiteindelijk blijkt dat het duo opnieuw een moord moet oplossen.

Ongeloofwaardig
Meer nog dan The Monogram Murders is Closed Casket zonder meer een pageturner. Dit komt met name ook door de klassieke setting van een landhuis met een moord en een overzichtelijk aantal verdachten.  Opvallend daarbij is dat de rol van Catchpool een stuk groter is en Poirot soms meer een randfiguur lijkt. Wellicht ook omdat Hannah als schrijver natuurlijk meer lol kan beleven aan een karakter als Catchpool dat een onbeschreven blad is en haar creatie terwijl Poirot natuurlijk wel Poirot moet blijven en minder ruimte geeft tot eigen interpretatie. Aangezien het toch echt een Poirot-mysterie is, had die balans een stuk beter gekund. Dat laat onverlet dat je door de klassieke opzet lekker blijft doorlezen en Hannah de lezer lange tijd in het ongewisse weet te houden over het beoogde slachtoffer en de daadwerkelijke moordenaar. Dat eerste komt het boek ten goede, het tweede helaas niet. Want de wijze waarop Hannah het moordmysterie ontrafelt is compleet ongeloofwaardig. Nu is het niet zo dat Agatha Christie altijd uitblonk in geloofwaardige ontknopingen, maar Hannah zit met Closed Casket echt aan de verkeerde kant van de streep. Zo erg zelfs dat bij het proberen te verbinden van de titel aan het verhaal het eigenlijk volstrekt niet duidelijk is waarom deze titel is gekozen. De Nederlandse titel De Nieuwe Erfgenaam mag dan wat gewoontjes zijn, maar dekt de lading veel beter dan een open kist die, op wat opgeworpen mist, niets met het verhaal van doen heeft. Het gekke met dit nieuwe Poirot-verhaal van Hannah is dat je heerlijk aan het lezen bent, maar je door de ontknoping echt een beetje bekocht voelt. Geen aanleiding dus voor een vervolg. Laten we hopen dat Kenneth Branagh zich met Murder on the Orient Express zich meer als een David Suchet dan een Sophie Hannah ontpopt.

In september is ‘Closed Casket’, het tweede Poirot-mysterie van Sophie Hannah verschenen. Een Nederlandstalige versie, ‘De nieuwe erfgenaam’, is bij uitgever The House of Books verschenen. Deze recensie is eerder verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta.

woensdag 4 januari 2017

Terug naar Downton Abbey? 'Belgravia' van Julian Fellowes


Het is inmiddels een jaar geleden dat we afscheid hebben genomen van het wel en wee van de aristocratische familie-Crawley.  Voor de liefhebbers die nog steeds kampen met ontwenningsverschijnselen is Downton Abbey-bedenker Julian Fellowes in de pen gekropen met als resultaat de roman Belgravia. Een misschien niet heel erg diepgaande pageturner, maar wel een fijne kijk in het aristocratische Engeland een kleine eeuw voor Downton Abbey.

De fascinatie voor de Britse aristocratie en de klassenmaatschappij die het Verenigd Koninkrijk nog altijd is, kent zowel binnen het Verenigd Koninkrijk als daarbuiten geen grenzen. De populariteit van Downton Abbey is daar een goed voorbeeld van, maar wel een populariteit die er al veel langer is. Zoals Upstairs, Downstairs (1971-1977), maar ook The Forsyte Saga (1967) en Brideshead Revisited (1981) aantonen. In de 21e eeuw heeft Julian Fellowes (1949) deze fascinatie te gelde gemaakt. Eerst door de door hem geschreven en door Robert Altman geregisseerde film Gosford Park uit 2001. Maar echt wereldwijd succes heeft Fellowes  pas gehad met zijn historische drama Downton Abbey dat in de periode 2010-2015 hele volksstammen, niet in de laatste plaats in de Verenigde Staten, aan de buis gekluisterd hield. Voor die grote groep liefhebbers is er nu Belgravia. Een roman van de hand van Fellowes waar het gevoel van Downton Abbey nog eens dunnetjes over wordt gedaan. Een boek dat het startschot moet zijn voor een hele reeks. Een televisieversie is nog niet gepland, maar dat zou – afhankelijk van het succes van de boeken – natuurlijk zo kunnen veranderen. Naast dat het dus geen televisieserie, maar een boekenreeks moet worden, is er nog een groot verschil met Downton Abbey: Belgravia vindt een eeuw voor de avonturen van de Earl of Grantham, zijn familie en hun personeel plaats.

Napoleon en Thomas Cubitt
Waar het zinken van de Titanic betekende dat de Earl of Grantham moest uitkijken naar andere erfgenamen, daar heeft de laatste stuiptrekking van Napoleon een evenzo groot effect op de families Trenchard en Brockenhurst. Beide families zijn aanwezig in Brussel aan de vooravond van de Slag bij Waterloo (1815). Een avond die culmineert in een groots en meeslepend societyfeest georganiseerd door de Hertogin van Bedford. Een avond waar  de liefde tussen Sophia en Edmund voor de familie-Trenchard duidelijk wordt. Het probleem is alleen dat Sophia de dochter is van handelaar James Trenchard die de Hertog van Wellington voorziet van zijn toevoer, terwijl Edmund voluit Lord Bellasis is, de zoon van de Graaf en Gravin van Brockenhurst. En dat kan natuurlijk niet in het klassengevoelige Engeland, ook al is de hele society in Brussel. De liefde is echter niet van lange duur: de dag na het grote bal vindt de Slag bij Waterloo plaats waar Edmund om het leven komt en de enige link tussen beide families al voorbij is voor deze goed en wel is begonnen.  Met de dood van Sophia een klein jaar later is deze episode verwezen naar de ashoop der geschiedenis. Maar dan blijkt jaren later – we zijn inmiddels in 1841 aanbeland – dat er wel degelijk een onverwoestbare link is ontstaan tussen beide families. Ter voorkoming van spoilers wordt deze cliffhanger aan het boek zelf overgelaten.

Episodisch en klassebesef
Door de opzet van het boek is er overigens geen gebrek aan cliffhangers. Want niet alleen heeft Fellowes zich voorgenomen om een boekenreeks te schrijven alsof er tekens een nieuw seizoen verschijnt, maar ook het boek zelf is episodisch. Het boek bestaat namelijk uit 11 hoofdstukken die telkens eindigen met een cliffhanger. Dit is niet alleen gedaan om er een pageturner van te maken – waar Fellowes overigens goed in geslaagd is – maar ook als middel om het boek als een televisieserie aan de man te brengen. De elf hoofstukken zijn namelijk periodiek digitaal gepubliceerd zodat – net als met een analoge serie in het pre-Netflixtijdperk – je telkens uitkijkt naar een nieuwe dosis dramatiek. In tegenstelling tot een televisieserie kampen de karakters (en het verhaal) wel met een gebrek aan diepgang. De vaart, vertelwijze en cliffhangers maskeren dit grotendeels, maar echt mensen van vlees en bloed zoals in Downton Abbey (Maggie Smith als de Dowager Countess of Grantham!) kom je als lezer niet snel tegen. Daarentegen is het wel een mooie kenschets van het ‘goede’ Londen van die tijd. Armoede, ziekte en die andere kant van de samenleving hebben (bijna) geen plaats in Belgravia, maar klassenbewustzijn des te meer. Uiteindelijk draait het hele verhaal om die wonderlijke preoccupatie van met name Britten die bepalend is voor de relatie tussen de familie Trenchard en Brockenhurst en tekenend voor die tijd. Een tijd waarin de nieuwe chique buurt Belgravia verrijst in de City of Westminster en Kensington and Chelsea in Londen. Dit door toedoen van de Hertog van Westminster wiens familie toen en nu de belangrijkste landeigenaar is. Deze nieuwe wijk voor de rijke bovenlaag werd ontwikkeld door Thomas Cubitt die in Belgravia ook zijdelings aan bod komt als partner van James Trenchard die hiermee zijn fortuin  maakt, maar niet geaccepteerd wordt in de aristocratische kringen van Londen. Eens een handelaar, altijd een handelaar. En daarmee is de keuze voor de wijk Belgravia als onderwerp en titel door Fellowes slim gekozen: het symboliseert in alles de totstandkoming van een nieuw Verenigd Koninkrijk waar nieuw en oud geld met elkaar moeten samenleven, maar waar de sociale codes van weleer het leven van deze families domineren. Een thema dat het werk van Fellowes domineert en hem geen windeieren heeft gelegd. Want ook deze boekversie van Downton Abbey past perfect in ons aller fascinatie voor de aristocratische klassenmaatschappij van het Verenigd Koninkrijk van weleer.

Recent is de paperbackversie van ‘Belgravia’ van Julian Fellowes verschenen. ‘Belgravia’ verscheen voor het eerst afgelopen zomer. Een Nederlandse vertaling bij A.W. Bruna is eveneens verkrijgbaar. Deze recensie is eerder verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta.

dinsdag 27 december 2016

DeDDDD 26 december 2016: Alice meets Escher én Tsjaikovski


De Dutch Don't Dance Division
Alice in WinterWonderland
(Carl Davis, 1936)

Corinne Cilia, Alice
Youri Jongenelen, Konijn
Ana Albutashvili, Witte Koningin
Rinus Sprong, Escher
Hannah de Leeuwe, Hertogin
Michaël Häflinger, Hoedenmaker
Jack Strömland, Witte Koning / Rechter

Thom Stuart (choreografie), Rinus Sprong (dramaturgie)
Ben Voorhaar & Sabrina Zyla (kostuums)
Edwin Kolpa, Pink van Steenvoorden & Ben Voorhaar (decor)

Corps de Ballet DeDDDD
Carl Davis, Residentie Orkest
Zuiderstrandtheater, Den Haag

Dat Alice verdwaalt in Wonderland weten we allemaal. Maar in de nieuwe balletproductie van De Dutch Don’t Dance Division danst Alice haar weg kwijt in de wereld van M.C. Escher. En dat ook nog eens op muziek van Tsjaikovski! Alice in WinterWonderland van DeDDDD is niet alleen een geweldige voorstelling voor de feestdagen, maar één van de origineelste en leukste van het afgelopen jaar.

Met De Notenkraker, De Schone Slaapster en natuurlijk Het Zwanenmeer is Tsjaikovski hofleverancier van het (klassieke) ballet. Helaas is zijn oeuvre voor ballet tot deze drie werken beperkt gebleven. Maar dan is buiten Carl Davis (1936) gerekend. In 1995 kreeg deze dirigent en componist van Derek Deane van het English National Ballet de opdracht om op grond van het werk van Tsjaikovski (1840-1893) muziek samen te stellen voor een balletversie van Alice in Wonderland. Davis is bekend als componist van muziek voor diverse televisieseries (o.a. Cranford en The World at War) en ‘stomme’ films (o.a. Napoléon uit 1927), maar ook het Liverpool Oratorio dat hij samen met Paul MccCartney schreef en met wie hij recent nog heeft gewerkt aan de animatiefilm Ethel & Ernest. Voor dit nieuwe ballet liet Davis zich inspireren door onder andere Tsjaikovski’s symfonieën, strijkkwartetten, opera’s en pianomuziek waaronder de Vijfde Symfonie en de Ouverture 1812. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een werk dat zo coherent is en daadwerkelijk klink als Tsjaikovski dat het zonder overdrijven ‘het vierde ballet van Tsjaikovski’ genoemd mag worden. De muziek – uitgevoerd door het City of Prague Philharmonic Orchestra onder leiding van Davis zelf – is verkrijgbaar op cd en juist die cd-versie heeft de kiem gelegd voor de nieuwe productie van De Dutch Don’t Dance Division (DeDDDD): Alice in WinterWonderland.

Het nachtkastje van M.C. Escher
Want die cd kwam Thom Stuart, samen met Rinus Sprong artistiek leider van DeDDDD, enkele jaren geleden tegen in New York. Toen Carl Davis werd benaderd met het verzoek tot het geven van toestemming voor het gebruik van zijn werk kreeg DeDDDD meer dan waar ze op gerekend hadden. Carl Davis bleek dermate enthousiast dat hij bereid bleek naar Nederland te komen om de productie te dirigeren. Met de deelname van het Residentie Orkest werd zo een volledige productie mogelijk. Een productie waarvan juist de keuze voor de wereld van de Nederlandse kunstenaar en graficus M.C. Escher het onderscheidende element is. Niet alleen voor het publiek, maar juist ook voor iemand als Carl Davis. De strak vormgegeven decors en kostuums zijn allen in zwart-wit en combineren met de bekendste gravures van Escher. De combinatie van Escher met de klassieker van Lewis Carroll en Tsjaikovski ligt daarmee meer voor de hand dan op het eerste gezicht gedacht zou worden. Want net zoals voor Thom Stuart nu was Alice in Wonderland één van de favoriete boeken van M.C. Escher. Sterker: het verhaal wil dat op het nachtkastje van Escher dit boek altijd te vinden was. Tegelijkertijd waren Lewis Carroll (1832-1898) en Tsjaikovski tijdgenoten waardoor Lewis Carroll en vooral Alice de verbindende factor is tussen Tsjaikovski, Escher, Carroll en DeDDDD. 

Een groot én succesvol ensemble
Met zo’n voorgeschiedenis kan het bijna niet anders dat Alice in WinterWonderland bij voorbaat al geslaagd is. Het feit dat de zes voorstellingen (met 1.000 bezoekers per keer) al enkele weken geleden volledig uitverkocht waren en er zelfs een wachtlijst moest worden aangelegd, spreekt dan ook boekdelen. Door het toegankelijk maken van de generale repetitie op 24 december konden nog eens 400 extra bezoekers Alice in WinterWonderland zien, maar ook deze kaarten waren binnen een mum van tijd uitverkocht. En dit alles voordat de productie goed en wel in de publiciteit was gekomen. Door de hooggespannen verwachtingen is de kans op enige teleurstelling natuurlijk wel aanwezig. Gelukkig maakt Alice in de versie van DeDDDD die verwachtingen meer dan waar. Want niet alleen is de vormgeving oogstrelend en weet Carl Davis het Residentie Orkest te verleiden tot een uitvoering van zijn werk dat de cd-opname in de schaduw stelt, maar spat vooral het plezier van de voorstelling af. Want hoewel de harde kern van de dansers wordt gevormd door de dansers van DeDDDD en enkele extra ingehuurde professionals bestaat een groot deel van de bijna negentig (!) deelnemers uit semi-professionals en amateurs. Dit grote aantal dansers geeft de choreografie van Thom Stuart en de dramaturgie van Rinus Sprons – die overigens zelf de rol van M.C. Escher voor zijn rekening neemt – een dimensie die je niet snel zult tegenkomen bij dansgezelschappen van deze omvang. Beste voorbeeld is misschien wel ‘De Drooglooprace’ waaraan alle dansers deelnemen. Door het grote aantal dansers wordt deze race – indachtig Escher - een soort gezichtsbegoocheling die een onophoudelijke optocht van dansers suggereert. Maar ook in andere scenes zoals net voor de pauze ‘De Theepartij’ van de Hoedenmaker waar Alice en de Hertogin de thee gebruiken en vooral ‘Het Schaakspel’ tussen beide dames na de pauze hebben veel baat bij de inzet van een groot aantal dansers. 

Nu al een Kerstklassieker
Het aardige bij dit alles is dat de werelden van Escher en Carroll moeiteloos in elkaar overlopen en het doldwaze avontuur van Alice buitengewoon goed te volgen is. Escher en Carroll komen halverwege de tweede akte volledig bij elkaar als een parade van dieren opeenvolgend in elkaar overgaan gelijk de overbekende Metamorfoses van Escher. Speciaal voor dit deel heeft Carl Davis aanvullende muziek geschreven voor DeDDDD. Net zoals de dieren in die scene vloeiend in elkaar overgaan, geldt dit voor Alice in WinterWonderland in het geheel waardoor er geen sprake is van verslappende aandacht. Dit was ook te merken aan het publiek dat ondanks dat het grotendeels uit families met (kleine) kinderen bestond, aandachtig hetgeen op het toneel gebeurde volgde. Dit alles ondersteund door uitmuntende prestaties van niet alleen het gehele corps de ballet, maar met name de solisten die niet alleen goed dansen, maar ook hun rol met overtuiging acteren. Zo is de Hertogin van Hannah de Leeuwe heerlijk snobistisch, terwijl de rol van de Witte Koningin – uitgevoerd door de Georgische ballerina Ana Albutashvili niet alleen geweldig gedanst wordt maar zij tevens perfect het arrogante en kinderlijke karakter in haar mimiek tot uiting weet te brengen. Onbetwiste sterren van Alice in WinterWonderland – naast het orkest onder Carl Davis en het design – zijn echter het Konijn en Alice. Corinne Cilia is een echte Alice waardoor je gelooft dat deze uitstekend dansende ballerina een ietwat naïef en dromerig meisje is. Youri Jongenelen is het andere hoogtepunt: het geagiteerde en ietwat nuffige karakter van het Konijn is in goede handen bij hem waarbij hij de daarbij benodigde mimiek en het bijbehorende acteertalent naadloos combineert met een uitstekende danstechniek. Enige aanmerking op de productie is dat door het niet beschikbaar zijn van het Residentie Orkest volgende Kerst Alice in WinterWonderland pas eind 2018 weer te zien is. Volgend jaar herneemt DeDDDD een ‘echt’ ballet van Tsjaikovski: De Notenkraker. Maar met Alice in WinterWonderland heeft DeDDDD een Kerstklassieker gecreëerd die het verdient om door een zo groot mogelijk publiek beleefd te worden. 


Copyright hoofdfoto: The M.C. Escher Company / Studio Oostrum

Van 25 t/m 28 december 2016 voert DeDDDD – in samenwerking met het Residentie Orkest en Carl Davis – de nieuwe eigen productie ‘Alice in WinterWonderland’ met choreografie en dramaturgie van Thom Stuart en Rinus Sprong. Alle voorstellingen (incl. generale repetitie) zijn volledig uitverkocht. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 26 december 2016.

zaterdag 24 december 2016

Nationale Ballet 22 december 2016: Coppelia meets Dr. Seuss


Nationale Opera & Ballet
Coppelia
(Léo Delibes, 1836-1891)

Michaela DePrince, Zwaantje
Remi Wörtmeyer, Frans
Jared Wright, Dr. Coppelius
Riho Sakamoto, Coppelia

Ted Brandsen (choreografie)
Sieb Posthuma (decor en kostuums)

Het Nationale Ballet
Koen Kessels, Het Nationale Ballet
Nationale Opera & Ballet, Amsterdam

Geïnspireerd door de feestdagen presenteert Het Nationale Ballet sinds jaar en dag een feestelijke (familie)voorstelling in de aanloop naar en tijdens de Kerstdagen. Na de geweldige klassieker in een zeer Nederlands jasje Notenkraker en Muizenkoning is dit jaar Coppelia hernomen. De eigentijdse én eigenwijze productie uit 2008 lijkt geïnspireerd door het werk van kinderboekenschrijver Dr. Seuss en is het zien meer dan waard. Al worden de dansers van het Nationale Ballet niet bepaald uitgedaagd, maar een feestje is het zonder meer. 

Daar waar de muziek van Tsjaikovski voor Notenkraker en Muizenkoning alom bekend is en vrijwel iedereen bij het horen van de naam van de componist genoeg weet, ligt dat met de Franse componist Delibes toch een tikkeltje anders. Hoewel de muziek van balletklassieker Coppelia vast tot herkenning leidt, komt deze herkenning niet in de buurt van de universeel bekend muziek van Tsjaikovski. Léo Delibes (1836-1891) is een tijdgenoot van Tsjaikovski en net als hij een kind van de Romantiek. Mooie en meeslepende melodieën die zich uitstekend lenen voor een klassiek ballet. Het verhaal van Coppelia draait om de geliefden Swanilda en Franz – in de productie van het Nationale Ballet bekend onder de meer bij deze tijd passende namen Zwaantje en Frans – wiens liefde danig op de proef gesteld. Uiteraard door een liefdesconcurrent, maar niet in bekende zin van het woord. In Coppelia draait het om de gelijknamige pop die het geesteskind is van Dr. Coppelius en die Frans tracht te verleiden. Het oorspronkelijke verhaal over de poppenmaker Dr. Coppelius is in de versie van het Nationale Ballet vertaald naar een modernere setting, vast en zeker ook met het oog op het familievriendelijke karakter van de voorstelling. Dus Frans is opeens een sportleraar terwijl Zwaantje in een – hoe hip! – juicebar werkt. Dr. Coppelius heeft nu geen speelgoedwinkel meer, maar is heer en meester van een kliniek waar bij de beau monde van het tuttige dorp van Zwaantje en Frans mooi maakt in de eeuwige queeste te beantwoorden aan het schoonheidsideaal. De boodschap voor de zaal is daarmee helder. 

Dr. Seuss?
Wat opvalt aan deze productie is de heerlijke look and feel van het geheel. Het prachtige ontwerp van decor en kostuums van de hand van helaas wijlen Sieb Posthuma (1960-2014) is een lust voor het oog. De cartoonachtige uitstraling verhoogt het kijkplezier en geeft de gehele productie schwung. Het doet daarbij denken aan de stijl van de illustraties behorend bij de verhalen van de Amerikaanse kinderboekenschrijver Dr. Seuss (pseudoniem van Theodor Seuss Geisel). De schrijver van onder andere The Cat in the Hat, Horton Hears a Who! en How the Grinch Stole Christmas is al ruim 25 jaar geleden overleden, maar die stijl is tijdloos en is zeer herkenbaar in het werk van Posthuma. Het werk krijgt – mede door de humoristische regie – een vrolijk en grappig karakter dat de kwaliteit van de productie zeer ten goede komt. Daarbij heeft het relatief korte werk (drie aktes van telkens een half uur) vaart. In de eerste akte wordt de liefde van Zwaantje en Frans neergezet en Dr. Coppelius en zijn magische creatuur Coppelia geïntroduceerd terwijl in de tweede akte Frans naar de kliniek van Dr. Coppelius wordt gelokt voor een snood experiment. Gelukkig wordt hij gered door Zwaantje en haar vriendinnen, terwijl Coppelia in de mêlee onklaar wordt gemaakt. De slotakte draait om het huwelijk van Zwaantje en Frans waar Coppelia – ware zij een slechte horrorfilm – samen met Dr. Coppelius nog één keer haar opwachting maakt. Het gekke daarbij is dat ongeveer halverwege die akte het verhaal echt klaar is, maar dan nog een aantal solo’s en duetten van Zwaantje en Frans volgen. Daardoor loopt de productie tegen het einde een beetje weg, maar dat is inherent aan dit ballet en niet vanwege de heerlijke productie. 

Weinig spierpijn
Hoewel er op hoog niveau wordt gedanst en de productie als geheel een lust is voor het oog én – dankzij het energiek spelende Balletorkest – het oor kan de indruk niet weggenomen worden dat we hier niet met de meest complexe choreografie van doen hebben. De immer uitstekend dansende dames en heren van het Nationale Ballet zullen na afloop van deze voorstelling vast en zeker minder spierpijn hebben dan bij menig andere productie. Dit overigens in markante tegenstelling met het publiek dat op gaandeweg de voorstelling bij werkelijk ieder poep en scheet van de dansers ging applaudisseren. Dat sommige leden van het publiek zonder blaren het theater verlieten mag een wonder heten. Dat gezegd hebbende waren de solisten - zoals gebruikelijke bij het Nationale Ballet - van hoog niveau. Met name de immer blije Remi Wörtmeyer als Frans en zeker Michaela DePrince als Zwaantje en Jared Wright als de snode Dr. Coppelius. Hoewel Notenkraker en Muizenkoning het karakter van de feestdagen het beste benadert, is Coppelia een erg fijne en vooral vermakelijke productie die ongetwijfeld de grote schare bezoekers een heerlijke invulling van de feestdagen bezorgt. 


Van 10 december 2016 t/m 1 januari 2017 herneemt Het Nationale Ballet de eigen productie van Coppelia met choreografie van Ted Brandsen die in 2008 in première is gegaan. Muzikale begeleiding door Het Balletorkest onder leiding van Koen Kessels. Meer informatie en kaarten bestellen hier. Deze recensie is ook verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta.

zondag 18 december 2016

Concert 17 december 2016: Een vocale dirigent leidt Bach's Weihnachtsoratorium


Bach: Weihnachtsoratorium 

Aleksandra Lewandowska, sopraan
Terry Wey, countertenor
Makoto Sakurada, tenor
Stephan MacLeod, bas

Stephan MacLeod, koor en orkest Gli Angeli Genève
Zuiderstrandtheater, Den Haag

Voor Bing Crosby, Andy Williams, Mariah Carey en Wham! was Kerstmuziek vooral een zaak van de kerk. Bach's vrolijke Weihnachtsoratorium is daar één van de (gelukkige) gevolgen van. Het authentieke ensemble Gli Angeli Genève weet de jubelende Kerstsfeer van Bach goed te vangen en vormt een mooie opwarmer voor de feestdagen.

In tegenstelling tot de andere feestdagen beschikt Kerstmis over de full package. Het zijn zonder twijfel de belangrijkste feestdagen, zowel binnen het (christelijke) geloof als het jaarlijkse moment waar familie en vrienden elkaar opzoeken. Daarbij kun je om Kerst amper heen in een periode waar in een groot deel van de wereld Kerstbomen- en lichtjes niet te ontwijken zijn. Belangrijk onderdeel van het echte Kerstgevoel is muziek. Wie kan zich een Kerst voorstellen zonder traditionele carols of Kersthits zoals White Christmas en Last Christmas die in enkele weken tijd meer geluisterd worden dan andere muziek tijdens het gehele voorafgaande jaar. Een muzikale traditie die bijna zo oud als Kerstmis omdat muziek al heel lang een belangrijke rol speelt bij de verschillende diensten ter ere van Kerst. Het Weihnachtsoratorium van Johann Sebastian Bach (1685-1750) over de geboorte van Christus is daar ongetwijfeld het bekendste voorbeeld van hoewel het Miserere van Gregorio Allegri ook een flinke duit in het zakje doet. Het is dan ook niet vreemd dat in de aanloop naar en tijdens de Kerstdagen dit oratorium veelvuldig wordt opgevoerd. Zo ook in Den Haag waar één van de uitvoeringen plaats vond in het Zuiderstrandtheater uitgevoerd door het authentieke ensemble Gli Angeli Gèneve.

Geen eenheid
Hoewel het Zuiderstrandtheater - ondanks de tijdelijkheid ervan - een fijn theater is, komt de echte Kerstsfeer natuurlijk pas echt los wanneer Bach's Kerstwerk in een kerkelijke omgeving wordt uitgevoerd. Dan is een kaal theater toch niet de beste locatie. Waarbij het projecteren van passende schilderijen met als thema de geboorte van Christus overigens enigszins helpt. Daarbij is het wellicht sowieso wat vreemd om de zes cantaten die gezamenlijk het Weihnachtsoratorium vormen als één coherent werk te beschouwen. De zes cantaten zijn immers door Bach geschreven om elk uit te voeren bij één van de zes diensten die plaats vinden tussen Eerste Kerstdag en Driekoningen. Hoewel Bach het werk dus niet als één collectief heeft geschreven en ze onderling niet echt verbonden zijn, delen ze allen de vrolijkheid over de geboorte van Christus en is het in die zin helemaal niet vreemd om ze achter elkaar uit te voeren. Overigens is het daarbij niet ongebruikelijk om een selectie te spelen. Ook Gli Angeli Genève kiest hiervoor door zich te beperken tot cantaten I, II, III en VI. 

Een zingende dirigent
Het in 2005 opgerichte Gli Angeli Genève draait in hoge mate om (mede-)oprichter Stephan MacLeod. Het kleine, wendbare ensemble dat de authentieke uitvoeringspraktijk aanhangt heeft als bijzondere eigenschap dat het een zingende dirigent heeft. Want Stephan MacLeod - o.a. docent zang aan het Conservatorium van Lausanne - dirigeert niet alleen het ensemble maar zingt ook volop mee. In dit geval zelfs de rol van solist als bas. Dat geeft het wonderlijke effect dat MacLeod bij de koraal-gedeelten en tijdens zijn solopartijen met zijn gezicht naar het publiek staat en 'met de rug' het ensemble dirigeert. Bij de overige delen neemt MacLeod de 'traditionele' positie van dirigent in. Hoewel het op het eerste oog wat vreemd overkomt en het ook noopt tot een tweezijdige muziekstandaard voor zijn bladmuziek werkt het zeer aanstekelijk. Niet in de laatste plaats omdat MacLeod en zijn collega's overduidelijk genieten van de muziek. Bijzonder daarbij is dat het ensemble grotendeels staand musiceert wat het energieke karakter van het muziekmaken versterkt.  Ze overigens nemen tussen de cantaten rustig de tijd om (opnieuw) te stemmen en wat kleine ditjes en datjes uit te wisselen. Daarbij is de omvang van het ensemble - de solisten worden bij de koraal-gedeelten ondersteund door vier koorleden - groot genoeg om de grandeur van het Weihnachtsoratorium intact te houden. Dat is ook nodig omdat dit jubelende werk - gemarkeerd door Bach's gebruik van trompetten - daadwerkelijk feestelijk te houden. Zeker gezien de alom bekende en briljante opening Jauchzet, frohlocket. Een opening die zo overweldigend goed is dat alles wat daarna komt eigenlijk in de schaduw stelt. Daarmee wordt onrecht gedaan aan de rest van de cantates, maar blijft desalniettemin wel een beetje de handicap van het Weihnachtsoratorium. De rest is zonder meer de moeite waard. Zeker in de uitvoering van Gli Angeli Genève die sprankelt. Zo werd het toch een beetje Kerst in het Zuiderstrandtheater. 

Gli Angeli Genève is op tournee met Bach's Weihnachtsoratorium. De uitvoering in het Haagse Zuiderstrandtheater was de enige Nederlandse stop. Meer info hier